Stibbe Nieuw ontslagrecht – Wet(svoorstel) arbeidsmarkt in balans (Wab)


Laatst bijgewerkt op 16 september 2019

Inleiding

Op 9 april 2018 is het Concept wetsvoorstel arbeidsmarkt in balans (de Wab) in consultatie gebracht. Hiermee zet het kabinet de eerste stap op weg naar invoering van de plannen die in het Regeerakkoord 2017-2021 zijn aangekondigd. Kern van de Wab is dat het kabinet het voor werkgevers aantrekkelijker wil maken om werknemers in vaste dienst te nemen door de kloof tussen vaste contracten en flexibele arbeid te verminderen. Om dit te bereiken wordt ook de Wet werk en zekerheid (Wwz) op een aantal onderdelen aangepast, zoals wijziging van de ketenregeling, wijziging van (de berekening van) de transitievergoeding en invoering van de ‘cumulatieontslaggrond’ (de i-grond). Op 7 november 2018 is de Wab (Kamerstuk 35074) ingediend bij de Tweede Kamer. Op 5 februari 2019 werd de Wab aangenomen door de Tweede Kamer. Op 28 mei 2019 werd de Wab aangenomen door de Eerste Kamer. Op 19 juni 2019 verscheen de Wab in het Staatsblad. Op 18 juli 2019 verscheen de inwerkingtreding van de Wab in het Staatsblad. De Wab treedt (grotendeels) in werking per 1 januari 2020.

In de op 4 september 2019 bij de Tweede Kamer ingediende Verzamelwet SZW 2020 (Kamerstuk 35275) wordt (onder meer) een aantal (technische) wijzigingen in de Wab voorgesteld. Dit betreft de artikelen 7:628a lid 5 BW, 7:669 lid 3, onderdeel i BW, 7:673 lid 2 BW, 1 lid 3, onderdeel c Waadi, 8 lid 2 Waadi en 8a leden 4, 8 en 9 Waadi.

De praktijkgroep Employment, Pensions & Incentives (EPI) van Stibbe volgt de wijzigingen die de Wab aanbrengt in het door de Wwz gewijzigde flex- en ontslagrecht op de voet. In dat kader is de “Wet(svoorstel) per artikel pagina Wab” beschikbaar, waarop per te wijzigen wetsartikel de relevante parlementaire geschiedenis wordt ontsloten. Hierdoor worden de gevolgen van de Wab op een duidelijke wijze voor u inzichtelijk gemaakt.

Mark up Wab

Daarnaast kunt u gebruik maken van onze mark up van Boek 7, Titel 10 BW en de Waadi (versie 11 september 2019). Hierin zijn de door de Wab aangebrachte wijzigingen, inclusief het overgangsrecht (Kamerstuk 35074, Stb. 2019, 219 en Stb. 2019, 266), weergegeven. Tevens zijn in deze mark up de wijzigingen die de Wet wijziging transitievergoeding (Kamerstuk 34699, Stb. 2018, 243 en Stb. 2019, 76) per 1 januari 2020 en 1 april 2020 aanbrengt in de artikelen 7:673 BW, 7:673b BW en 7:673e BW met het bijbehorende overgangsrecht opgenomen. Ook zijn de door de Verzamelwet SZW 2020 (Kamerstuk 35275) voorgestelde (technische) wijzigingen van de Wab weergegeven. Bovenaan elk te wijzigen wetsartikel is in een legenda vermeld wat er gewijzigd wordt en (indien bekend) wanneer deze wijziging in werking treedt.

Inhoud Wab

Hieronder kort en op hoofdlijnen de belangrijkste wijzigingen uit de Wab.

Ontslagrecht

Cumulatiegrond
Door de invoering van een cumulatiegrond (de 'i-grond') wordt het voor werkgevers weer iets eenvoudiger om werknemers te ontslaan. Deze cumulatiegrond moet een rechter de mogelijkheid bieden om bij meerdere 'niet-voldragen' ontslaggronden toch tot ontslag over te gaan. Er moet sprake zijn van een combinatie van omstandigheden uit twee of meer ontslaggronden (de redelijke gronden voor ontslag c tot en met e, g en h uit artikel 7:669 lid 3 BW). Hier staat tegenover dat de rechter (naast de transitievergoeding en eventuele billijke vergoeding) ter compensatie een extra vergoeding kan toekennen aan de werknemer. Deze extra vergoeding bedraagt maximaal de helft van de transitievergoeding.

In de nota van wijziging (Kamerstuk 35275, nr. 5, nog onopgemaakt) van de Verzamelwet SZW 2020 wordt geregeld dat de cumulatiegrond (de ‘i-grond’) niet mag in cumulatie met de ‘f-grond’ (werkweigering). Dit is het gevolg van de uitvoering van de door de Eerste Kamer aanvaarde motie van het lid Schalk c.s. (Kamerstukken I 2018/19, 35074, H).

Transitievergoeding
Werknemers krijgen vanaf het eerste begin van de arbeidsovereenkomst recht op een transitievergoeding, in plaats van pas na verloop van twee jaar. Hier staat tegenover dat de transitievergoeding voor elk jaar dienstverband een derde van het maandsalaris zal bedragen. Dit geldt ook voor de dienstjaren van een arbeidsovereenkomst na verloop van tien jaar, die nu nog zwaarder wegen in de berekening. Voorts bevat de Wab voor kleine werkgevers een regeling om de transitievergoeding te compenseren als ze hun bedrijf moeten beëindigen wegens pensionering, ziekte of overlijden. Dit laatste wordt verder uitgewerkt in aanvullende regelgeving.

Flexrecht

Verruiming ketenregeling
Waar de Wet werk en zekerheid (Wwz) de periode waarna elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd van rechtswege overgaan in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde nog terugbracht van drie naar twee jaar, wordt met de Wab de maximale duur van de keten teruggebracht naar drie jaar. Het maximum aantal tijdelijke arbeidsovereenkomsten blijft drie. De mogelijkheid wordt geïntroduceerd om bij cao de tussenpoos van zes maanden te verkorten tot drie maanden, mits sprake is van terugkerend tijdelijk werk dat maximaal negen maanden per jaar kan worden gedaan. Ook wordt de mogelijkheid ingevoerd een uitzondering op de ketenregeling te maken voor invalkrachten in het primair onderwijs.

Oproepovereenkomst
In artikel 7:628a lid 9 BW is een nieuwe definitie ingevoerd: de 'oproepovereenkomst'. Dit is (enigszins versimpeld gezegd) de overeenkomst waarbij: (a) de omvang van de arbeid niet is vastgelegd als één aantal uren per tijdseenheid; en (b) de werknemer geen recht heeft op het naar tijdruimte vastgestelde loon als hij niet gewerkt heeft. Als sprake is van een oproepovereenkomst, dan geldt het volgende.

  • De werkgever moet de werknemer ten minste vier dagen van te voren oproepen. Als dit niet tijdig (en schriftelijk of per e-mail) gebeurt, dan hoeft de werknemer geen gehoor te geven aan de oproep. Bij cao kan de oproeptermijn worden verkort tot 24 uur.
     
  • Als een eenmaal gedane oproep binnen vier dagen weer wordt ingetrokken, dan behoudt de oproepkracht zijn recht op loon over de periode waarvoor hij was opgeroepen.
     
  • "Steeds als de oproepovereenkomst een jaar heeft geduurd," moet de werkgever de werknemer een schriftelijk of elektronisch aanbod voor een arbeidsovereenkomst doen voor het aantal uur dat hij het jaar ervoor gemiddeld heeft gewerkt. Zolang de werkgever verzuimt dit aanbod te doen, heeft de oproepkracht recht op loon over dit aantal uren.

Proeftijd
In de Wab werd beoogd de maximale proeftijd voor arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd te verlengen van twee naar vijf maanden. Bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met een looptijd van minimaal twee jaar zou de maximale proeftijd drie maanden worden. Door aanname van amendement nr. 38, dat regelt dat de voorgestelde verlenging van de proeftijd wordt geschrapt, maken deze wijzigingen geen deel meer uit van de Wab. De wetstechnische verduidelijking van artikel 7:652 BW wordt wel behouden; deze verduidelijking heeft inhoudelijk geen gevolgen.

Payrolling
Met de Wab komt nog een nieuwe definitie in het Burgerlijk Wetboek: de payrollovereenkomst wordt voortaan gedefinieerd als "de uitzendovereenkomst, waarbij de overeenkomst van opdracht tussen de werkgever en de derde niet tot stand is gekomen in het kader van het samenbrengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en waarbij de werkgever alleen met toestemming van de derde bevoegd is de werknemer aan een ander ter beschikking te stellen." Het lichtere arbeidsrechtelijke regime dat van toepassing is op de uitzendovereenkomst wordt buiten toepassing verklaard voor payrolling. In de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) wordt daarnaast opgenomen dat de payrollwerknemer recht heeft op dezelfde primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden als werknemers van de opdrachtgever. Ook krijgen payrollwerknemers recht op een 'adequate' pensioenregeling.

WW-premiedifferentiatie
Om het aangaan van arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd voor werkgevers aantrekkelijker te maken, is in de Wab een WW-premiedifferentiatie tussen vaste en tijdelijke contracten opgenomen. Een lagere premie voor arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd (met een eenduidig vastgelegde arbeidsomvang) en een hogere premie voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Ook wordt de aard van de arbeidsovereenkomst voor werknemers zichtbaar via hun loonstrook.

Inwerkingtreding
De wijzigingen op het terrein van het flex- en ontslagrecht treden in werking per 1 januari 2020 (Stb. 2019, 266).

Hierop wordt een uitzondering gemaakt voor de compensatie van de transitievergoeding bij bedrijfsbeëindiging wegens ziekte, pensionering of overlijden van de werkgever. Vanwege de maximale verandercapaciteit kan het UWV de noodzakelijke systeemaanpassingen voor deze compensatieregeling pas doorvoeren ná invoering en inwerkingtreding van de compensatieregeling transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid van de werknemer, dus ná 1 april 2020. In het najaar van 2019 zal de inwerkingtredingsdatum van dit onderdeel worden vastgelegd.

Daarnaast treden de bepalingen die zien op de adequate pensioenregeling voor payrollkrachten, conform de toezegging tijdens de plenaire behandeling van de Wab in de Eerste Kamer, per 1 januari 2021 in werking. Dit betreft artikel 8a lid 4 tot en met 6 Waadi.

Stand van zaken Wab

Tijdpad wetgevingsproces

Plaatje Wab-001

  • 01.01.2020 (Gefaseerde) inwerkingtreding Wab (Stb. 2019, 266)*. Een aantal onderdelen treedt niet of op een later tijdstip in werking. De wijziging van artikel 7:668a lid 6 BW (de aanpassing van een verwijzing die, nu de verruiming van de proeftijd vanwege amendement nr. 38 is komen te vervallen, niet meer relevant is) treedt niet in werking (artikel I, onderdeel F, onder 4). De compensatie van de transitievergoeding bij bedrijfsbeëindiging wegens ziekte, pensionering of overlijden van de werkgever treedt op een later tijdstip in werking. Dit betreft artikel 7:673e lid 1, onderdeel b en lid 4 BW (zie artikel I, onderdeel K, onder 1). Vanwege de maximale verandercapaciteit kan het UWV de noodzakelijke systeemaanpassingen voor deze compensatieregeling pas doorvoeren ná invoering en inwerkingtreding van de compensatieregeling transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid van de werknemer, dus ná 1 april 2020. In het najaar van 2019 zal de inwerkingtredingsdatum van dit onderdeel worden vastgelegd. Daarnaast treden de bepalingen die zien op de adequate pensioenregeling voor payrollkrachten, conform de toezegging tijdens de plenaire behandeling van de Wab in de Eerste Kamer, per 1 januari 2021 in werking. Dit betreft artikel 8a lid 4 tot en met 6 Waadi (artikel II, onderdeel D).
  • 18.07.2019 Inwerkingtreding Wab verschenen in het Staatsblad (Stb. 2019, 266)
  • 19.06.2019 Wab verschenen in het Staatsblad (Stb. 2019, 219)
  • 28.05.2019 Wab aangenomen door de Eerste Kamer
  • 20.05.2019 Wab plenair behandeld in de Eerste Kamer
  • 14.05.2019 De Eerste Kamercommissie voor SZW heeft het eindverslag uitgebracht
  • 07.05.2019 Nader memorie van antwoord (nr. F) verschenen
  • 05.04.2019 Memorie van antwoord (nr. D) verschenen
  • 01.04.2019 Voorlopig verslag (nr. B) verschenen

  • 19.03.2019 Voorbereidend onderzoek door Eerste Kamercommissie voor SZW plaatsgevonden. De commissie streeft (vooralsnog) naar plenaire afronding van de behandeling van de Wab voor de Kamerwisseling in juni 2019.
  • 12.03.2019 Deskundigenbijeenkomst inzake de Wab plaatsgevonden
  • 05.02.2019 Wetsvoorstel aangenomen door de Tweede Kamer
  • 31.01.2019 Wab plenair behandeld in de Tweede Kamer
  • 03.12.2018 Rondetafelgesprek Wab in de vaste commissie voor SZW
  • 07.11.2018 Wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer
  • 11.10.2018 Raad van State stelt advies vast 
  • 05.07.2018 Adviesaanvraag aanhangig bij de Raad van State
  • 29.06.2018 De ministerraad heeft ermee ingestemd om het (concept) wetsvoorstel Wab voor advies naar de Raad van State te sturen
  • 09.04.2018 – 07.05.2018 Internetconsultatie
    • Klik hier voor de link naar deze consultatie
    • Klik hier voor de link naar de consultatiereacties
  • 09.04.2018 Concept memorie van toelichting
  • 09.04.2018 Concept wetsvoorstel

Kamerstukken Wab (Kamerstuk 35074)

Deskundigenbijeenkomst Wab Eerste Kamercommissie SZW

Op 12 maart 2019 hield de Eerste Kamercommissie voor SZW een deskundigenbijeenkomst over de Wab. Deze deskundigenbijeenkomst had als doel commissieleden meer inzicht te geven in de argumenten voor en de argumenten tegen de Wab, voordat zij verdere vragen stellen aan de minister van SZW. Tijdens deze deskundigenbijeenkomst gaven deskundigen (wetenschappers, juristen, sociale partners) een inleiding waarna per blok ruimte was voor gedachtewisseling met de commissie. Ter voorbereiding van de deskundigenbijeenkomst zijn (ook) onderstaande position papers ingediend.

→ Klik hier voor het programma van de deskundigenbijeenkomst
→ Klik hier voor een overzicht van de vragen vanuit de fracties

→ Klik hier voor het conceptverslag van de deskundigenbijeenkomst
→ Klik hier voor het videoverslag van de deskundigenbijeenkomst

(bron: website Eerste Kamer

Rondetafelgesprek Wab Tweede Kamercommissie SZW

Op 3 december 2018 vond in de vaste commissie voor SZW van de Tweede Kamer een rondetafelgesprek plaats over de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab). Vertegenwoordigers van diverse groepen (wetenschappers, juristen, sectoren en sociale partners) zetten tijdens dit gesprek hun visie uiteen over de Wab. Ter voorbereiding van dit rondetafelgesprek zijn onderstaande position papers ingediend. 

→ Klik hier voor het conceptverslag van dit rondetafelgesprek
→ Bekijk de (video)weergave van dit rondetafelgesprek (in Internet Explorer):

 

(bron: website Tweede Kamer)

(Ontwerp) lagere regelgeving Wab

Ontslagrecht

Flexrecht

  • 16.09.2019 Het Ontwerpbesluit tot wijziging Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs i.v.m. afwijking van artikel 8a Waadi door intermediairs voor werknemers met een beperking wordt aan de Eerste en Tweede Kamer voorgelegd in het kader van de voorhangprocedure opgenomen in artikel 8a lid 11 Waadi. Dit ontwerpbesluit betreft een uitwerking van artikel 8a lid 9 en lid 10 Waadi. De beoogde inwerkingtreding van dit ontwerpbesluit is 1 januari 2020.
    Dit ontwerpbesluit zorgt ervoor dat voor werknemers die werkzaam zijn in een dienstbetrekking als bedoeld in de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en van daaruit gedetacheerd worden, de cao Wsw toegepast kan blijven worden, ook als zij gekwalificeerd worden als payrollwerknemers in de zin van Waadi.
  • 28.06.2019 Nadere regels over oproepovereenkomsten (Stb. 2019, 233). Deze regels betreffen een uitwerking van artikel 7:628a lid 10 BW. Inwerkingtreding: 1 januari 2020.
    Deze regels geven duidelijkheid welke arbeidsovereenkomsten niet worden aangemerkt als oproepovereenkomst. Zo wordt geregeld dat arbeidsovereenkomsten, waarin consignatiediensten, bereikbaarheidsdiensten en aanwezigheidsdiensten zijn afgesproken, niet worden gezien als oproepovereenkomsten. Hierdoor vallen deze arbeidsovereenkomsten niet onder de oproepmaatregelen en kan de lage WW-premie worden afgedragen, mits sprake is van een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
  • 06.06.2019 (Gewijzigd) ontwerpbesluit voorwaarden adequate pensioenregeling payrollkrachten
    In artikel 8a lid 4 Waadi is voorgeschreven dat een payrollwerkgever voor een arbeidskracht die in het kader van payrolling ter beschikking is gesteld zorg moet dragen voor een adequate pensioenregeling. In artikel 8a lid 5 Waadi is bepaald dat er in ieder geval sprake is van een adequate pensioenregeling indien voor de payrollkracht dezelfde basispensioenregeling geldt als voor werknemers werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies in dienst van de inlener of, indien de inlener geen werknemers in dienst heeft in een gelijke of gelijkwaardige functie, dezelfde basispensioenregeling geldt als voor de werknemers werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies in de sector van het beroeps- of bedrijfsleven, waarin de inlener werkzaam is. In artikel 8a lid 6 Waadi is bepaald dat eveneens sprake is van een adequate pensioenregeling indien er voor de payrollkracht een basispensioenregeling geldt die voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen. Dit besluit legt deze eisen vast in het Besluit allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Baadi). Er is aangesloten bij de vormgeving van de gemiddelde basispensioenregeling in Nederland. De eisen worden in deze nota van toelichting toegelicht. De beoogde inwerkingtreding van dit ontwerpbesluit is 1 januari 2021.

WW-premiedifferentiatie

  • 15.07.2019 Regeling van 8 juli 2019 tot wijziging van de Regeling Wfsv in verband met aanpassing van de premiedifferentiatie voor werknemersverzekeringen (Stcrt. 2019, 38919). Deze ministeriële regeling wijzigt de Regeling Wfsv naar aanleiding van de wijziging van de Wfsv in het kader van de Wab. Bovendien wordt geregeld dat uitzendbedrijven die op grond van onderdeel 52 van Bijlage 1 van de Regeling Wfsv waren ingedeeld in andere sectoren dan de uitzendsector(vaksectoren) en waarvan de indeling op grond van het overgangsrecht in dat onderdeel was voortgezet, per de ingangsdatum van de Wab worden ingedeeld in de uitzendsector. Inwerkingtreding: 1 januari 2020.
  • 28.06.2019 Besluit van 24 juni 2019 tot wijziging van het Besluit Wfsv in verband met aanpassing van de premiedifferentiatie voor de WW en afschaffing van de sectorfondsen (Stb. 2019, 236). Dit besluit regelt in hoofdlijnen drie dingen in verband met de invoering WW-premiedifferentiatie. Ten eerste wordt het vaste verschil tussen de hoge en lage WW-premie vastgesteld op vijf procentpunten. Ten tweede worden vier situaties vastgelegd waarin de werkgever met terugwerkende kracht de hoge premie dient af te dragen. En ten derde worden in verband met de opheffing van de sectorfondsen enkele lasten overgeheveld naar andere fondsen. Inwerkingtreding: 1 januari 2020, met uitzondering van artikel I, onderdeel F.

Literatuur

  • R. Schikhof, ‘Pensioen voor payrollwerknemers: wetgever zet opmerkelijke stap’, PM 2019/112
  • W.M. Blom, ‘'Voldragen'? Dat lijkt me niet aannemelijk’, ArbeidsRecht 2019/36
  • A. Briejer, ‘De wetgever en payrolling: waar staan we nu?’, TAP 2019/114
  • R.F. Kötter, ‘De proeftijd: past, present, future’, ArbeidsRecht 2019/16
  • J.J.M. de Laat, ‘WAB: een Wetsontwerp Arbeidsrecht in Beroering?’, TvPP 2018/5
  • P. Sick, ‘Haastige spoed... Inleiding bij het thema Wet arbeidsmarkt in balans’, TRA 2018/69
  • S.S.M. Peters, ‘Proeftijd XL: complexiteit die niet (ver)leidt tot meer vastigheid’, TRA 2018/70
  • M. Verhagen, ‘De nieuwe ketenbepaling: de regeling voor werk of werkloosheid’, TRA 2018/71
  • B. Barentsen, ‘Transitievergoeding’, TRA 2018/72
  • R.A.A. Duk, A. Keizer & H.W.M.A. Staal, ‘Cumulatie van ontslaggronden’, TRA 2018/73
  • E.W. de Groot & M.S. Houwerzijl, ‘Rechtspositie van oproepkrachten verder versterkt’, TRA 2018/74
  • F.G. Laagland, ‘Payrolling: het initiatiefwetsvoorstel maar dan net iets anders’, TRA 2018/75
  • W.L. Roozendaal, ‘Premiedifferentiatie WW’, TRA 2018/76
  • P. Kruit & L.V.V. Meijers, ‘De cumulatiegrond: zijn de puntjes op de ‘i’ gezet?’, TAP 2018/161
  • R.M. Beltzer, ‘De Wet arbeidsmarkt in balans’, TAO 2018/2, p. 73-79
  • P. Wolters, ‘Geconsolideerde Wettekst Boek 7, Titel 10 BW’, TAP 2018/157
  • A.R. Houweling & M.J.M.T. Keulaerds, ‘VAAN - VvA - Wab - Eindconclusie’, TAP 2018/156
  • L. van den Berg, ‘VAAN - VvA - Wab - Premiedifferentiatie’, TAP 2018/155
  • D.M.A. Bij de Vaate & P. Vestering, ‘VAAN - VvA - Wab - Transitievergoeding’, TAP 2018/154
  • F.M. Dekker & J.H. Even, ‘VAAN - VvA - Wab - Cumulatiegrond en vergoeding’, TAP 2018/153
  • P.J.B.M. Besselink, ‘VAAN - VvA - Wab - Ketenregeling’, TAP 2018/152
  • P.J.B.M. Besselink, ‘VAAN - VvA - Wab - Oproepovereenkomst’, TAP 2018/151
  • P.A. Charbon, ‘VAAN - VvA - Wab - Bijzondere bedingen’, TAP 2018/150
  • J.P.H. Zwemmer, ‘VAAN - VvA - Wab - Payrolling’, TAP 2018/149
  • A.R. Houweling & M.J.M.T. Keulaerds, ‘VAAN - VvA - Wab - Algemene inleiding’, TAP 2018/148
  • F.J.L. Pennings, ‘Balancerende kloven van de arbeidsmarkt’, TRA 2018/55

Extra informatie

Nieuwsberichten