Wet normering topinkomens: Rechtspraak


Hier vindt u een overzicht van de belangrijkste rechtspraak over de WNT.

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

  • ABRvS 5 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1774
    Subsidieweigeringsgrond inhoudende een bezoldigingsmaximum is in dit geval niet geoorloofd, strijd met artikel 3:3 Awb (détournement de pouvoir).
  • ABRvS 4 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1177
    Bezoldigingsmaximum voor personeel van subsidieontvangers is niet geoorloofde, niet-doelgebonden subsidieverplichting (art. 4:38 en art. 4:39 Awb).
  • ABRvS 25 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2348
    Subsidieverplichting met betrekking tot maximale beloning is een niet geoorloofde, niet-doelgebonden subsidieverplichting. (art. 4:38 en art. 4:39 Awb).

Centrale Raad van Beroep

  • CRvB 29 juni 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1924
    De door partijen gekozen constructie, waarbij het bestuursorgaan weigert een passende regeling te treffen en vervolgens de rechter verzoekt om - zelf in de zaak voorziend - de door partijen overeengekomen regeling te bekrachtigen, is in strijd met artikel 10d:4 van de CAR/UWO, dat imperatief voorschrijft dat het bestuursorgaan (zelf) een passende regeling treft. Gegeven de omstandigheid dat de rechtbank zelf heeft voorzien in een passende regeling en uit het oogpunt van finale geschillenbeslechting, zal de Raad een oordeel geven over de ontslagregeling als geheel, zoals deze door de rechtbank is bepaald. Het overeengekomen bedrag ter afkoop van uitkeringsrechten vloeit voort uit een wettelijk voorschrift en daarop is niet het maximumbedrag - van € 75.000,- dat is opgenomen in de WNT - van toepassing. De overeengekomen compensatie van gemiste pensioenopbouw en betaling van de bezoldiging over een re-integratiefase van acht maanden vallen echter niet onder de uitzonderingsbepaling van de WNT. Dit zijn namelijk geen vaste componenten van een passende regeling bij een ontslag wegens een verstoorde arbeidsverhouding.
     
  • CRvB 6 september 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BB4033
    Ontslag medewerker diergaarde. Een stichting behoort tot de openbare dienst, indien op grond van haar statuten blijkt van een overwegende invloed van de overheid op doelstelling, beheer en beleid. Diergaarde behoort niet tot de openbare dienst. Geen ambtenaar. Disciplinair ontslag niet gemotiveerd.

Rechtbanken

  • Rb. Amsterdam 31 mei 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:4357
    Cumulatie van transitievergoeding en additionele vergoeding.
     
  • Rb. Midden-Nederland 26 april 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:2271, JAR 2017/158, m.nt. A.M. Helstone
    Toepassingsbereik van artikel 2.10 WNT bij non-actiefstelling. Toepassing van de overgangsbepaling van artikel 7.3 lid 6 WNT. Vergoeding kosten van rechtsbijstand valt niet onder WNT, tenzij sprake is van misbruik.
     
  • Rb. Midden-Nederland 26 april 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:2287, JAR 2017/158,  m.nt. A.M. Helstone
    Toepassingsbereik van artikel 2.10 WNT bij non-actiefstelling. Toepassing van de overgangsbepaling van artikel 7.3 lid 6 WNT. Vergoeding kosten van rechtsbijstand valt niet onder WNT, tenzij sprake is van misbruik.
  • Rb. Noord-Holland 26 april 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:4817, JAR 2017/161, m.nt. A.M. Helstone
    Loondoorbetaling tijdens periode van vrijstelling van werkzaamheden, geldt als onverschuldigd op grond van de WNT. Geen strijd met goed werkgeverschap of redelijkheid en billijkheid.
     
  • Rb. Midden-Nederland 21 december 2016,  ECLI:NL:RBMNE:2016:7023
    Toepassingsbereik van artikel 2.10 lid 3 WNT. Vordering werkgever op grond van artikel 2.10 lid 3 WNT afgewezen. In het licht van het feit dat partijen geen afspraken hebben gemaakt over de non-activiteit maar dat werknemer door zijn werkgever (kennelijk) op non-actief is gesteld, daartegen heeft geprotesteerd en zich ook bereid heeft verklaard om zijn werkzaamheden, althans de nader overeengekomen werkzaamheden, te hervatten, is het evident dat hier geen sprake is van een poging van partijen om het maximum te omzeilen.
     
  • Rb. Noord-Nederland 23 november 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:5338
    Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Van toepassing is de WNT. In de arbeidsovereenkomst staat onder meer dat de werknemer bij niet voortzetting van het dienstverband aanspraak kan maken op een vergoeding ter grootte van 6 maandsalarissen. De arbeidsovereenkomst wordt niet verlengd. Zes maanden voor de einddatum van de arbeidsovereenkomst wordt de werknemer door zijn werkgever eenzijdig op non-actief gesteld. De werkgever meent dat zij op grond van artikel 2.10 lid 3 WNT de overeengekomen ontbindingsvergoeding niet hoeft te betalen. De kantonrechter deelt dat standpunt niet en veroordeelt de werkgever tot betaling.
     
  • Rb. Den Haag 15 november 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:14218
    Arbeidsrecht. WWZ. Ontbinding arbeidsovereenkomst bestuurder. Beoordeling ontslaggronden. Moment van ontbinding. Wettelijke transitievergoeding vs overeengekomen wachtgeldregeling (WNT). Hoogte vergoeding. Ruimte voor billijke vergoeding?
     
  • Rb. Midden-Nederland 23 september 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:5141
    Artikel 96 Rv-procedure over de vraag of werknemer topfunctionaris in de zin van artikel 1.1, sub b onder 5 van de WNT is, meer in het bijzonder of hij moet worden aangemerkt als (een van) de hoogste ondergeschikte(n) en in die rol (gezamenlijk) verantwoordelijk was voor de gehele rechtspersoon. Bij de vraag wie topfunctionaris in de zin van de WNT is, moet de nadruk liggen bij de (hiërarchische lijn van) functionarissen die zich met die onderwijstaak bezig hielden.
     
  • Rb. Midden-Nederland 17 juni 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:3347, JAR 2016/176 m.nt. A.M. Helstone
    Ontbindingsverzoek, topfunctionaris, transitievergoeding niet genormeerd door de WNT.
     
  • Rb. Amsterdam 13 juni 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:3672, JAR 2016/170, m.nt. A.M. Helstone
    Aan de kantonrechter is de vraag voorgelegd of de transitievergoeding onder de werking van de WNT valt en of de WNT de hoogte van de transistievergoeding normeert, als die op een hoger dan het onder de WNT toegestane bedrag uitkomt. Transistievergoeding is uitgezonderd van de normering van de WNT maar cumulatie is in strijd met (het doel van) de WNT. Vergoedingen aan derden (rechtsbijstand, pensioenadvies, outplacement) vallen onder uitkeringen bij het einde van het dienstverband volgens de WNT, tenzij deze ook tijdens het dienstverband als (extra) bezoldigingscomponent zijn toegelaten. Het loon tijdens de opzegtermijn mag niet in mindering worden gebracht op de transitievergoeding.
     
  • Rb. Amsterdam 20 augustus 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:5481
    Directeur zorginstelling is werknemer en geen bestuurder, zodat algemeen verbindend verklaarde CAO Welzijn van toepassing is en aanvulling ww-uitkering niet valt onder de limitering als bedoeld in de WNT.
     
  • Rb. Midden-Nederland 13 mei 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:3211
    Toepasselijkheid Wet Normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) op gesubsidieerde instelling. Afwijking van wettelijk maximum beëindigingsvergoeding bij vaststellingsovereenkomst.
     
  • Rb. Midden-Nederland 1 april 2015,  ECLI:NL:RBMNE:2015:2432
    Uitleg begrip ‘gehele rechtspersoon of de gehele instelling’.
     
  • Rb. Limburg 6 december 2013, ECLI:NL:RBLIM:2013:9733
    Vestigingsdirecteur woningcorporatie is een topfunctionaris omdat ‘hij (samen met de andere deelnemers van het directieoverleg) feitelijk besluiten nam betreffende de gehele organisatie van Woonpunt en belast was met de dagelijkse leiding van niet alleen de vestiging waar hij directeur van was, maar (ook) van de gehele organisatie van Woonpunt’.
     
  • Rb. Den Haag 30 oktober 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:14466
    De rechtbank zet een streep door de ministeriële regeling voor inkomens van topfunctionarissen van woningcorporaties. De rechtbank oordeelt dat de lagere wetgever het bestaande beloningsniveau en de zwaarte van de functie onvoldoende heeft meegewogen bij de vaststelling van de klasseindeling en de normbedragen in de regeling. WNT niet in strijd met internationale verdragen.
     
  • Rb. Den Haag 30 oktober 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:14465
    De rechtbank zet een streep door de ministeriële regeling voor inkomens van topfunctionarissen van woningcorporaties. De rechtbank oordeelt dat de lagere wetgever het bestaande beloningsniveau en de zwaarte van de functie onvoldoende heeft meegewogen bij de vaststelling van de klasseindeling en de normbedragen in de regeling. WNT niet in strijd met internationale verdragen.
     
  • Rb. Rotterdam 25 oktober 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:8418
    Verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst. Op de arbeidsovereenkomst is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen van toepassing.
     
  • Rb. Noord-Nederland 4 juli 2013, ECLI:NL:RBNNE:2013:4102
    Ontbinding; arbeidsovereenkomst; lid Raad van Bestuur; reflexwerking Wet normering bezoldiging topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector.
     
  • Rb. Oost-Brabant 9 april 2013, ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ6635
    Art.16, lid 2 van de ASV bepaalt dat de beloning van medewerkers van een gesubsidieerde instelling, inclusief directie en externe inhuur, per kalenderjaar ten hoogste het Wopt (Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens)-normbedrag, zoals bedoeld in art. 6 van de Wopt bedraagt. Bij overschrijding van deze norm wordt het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag bij de subsidievaststelling verminderd. Art. 16, lid 2 van de ASV betreft geen doelgebonden verplichting in de zin van art. 4:38 van de Awb. In de toelichting op deze bepaling is opgenomen dat de gemeente wil voorkomen dat binnen door de gemeente gesubsidieerde instellingen topinkomens worden betaald. Gelet hierop volgt de Rb. verweerder niet in de stelling dat deze bepaling is bedoeld om de doelmatige besteding van subsidiegelden te bevorderen. De Rb. voegt daaraan toe dat in de laatste volzin van art.16, lid 2 van de ASV een sanctie wordt gesteld op de overtreding van de Wopt-norm die verder gaat dan nodig is met het oog op een doelmatige besteding van subsidiegelden. Op grond van die volzin zou het subsidiebedrag immers niet alleen worden verminderd met het bedrag van de overschrijding van de Wopt-norm, maar zou dat bedrag worden verhoogd met een percentage van 50%. Nu het om een verplichting gaat die niet strekt tot verwezenlijking van het doel van de subsidie, moet de vraag worden beantwoord of is voldaan aan de eisen in art. 4:39 van de Awb. De Rb. beantwoordt deze vraag ontkennend. Aan verweerder moet worden toegegeven dat de gesubsidieerde activiteiten worden verricht met behulp van medewerkers van eiseres. De verplichting waar het hier om gaat heeft echter geen betrekking op medewerkers van eiseres, maar op de inkomens die worden uitbetaald aan medewerkers van eiseres. Deze verplichting kan daarom niet worden aangemerkt als een verplichting die slechts betrekking heeft op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. Hieruit volgt dat de opgelegde verplichting in strijd is met art. 4:39 van de Awb.
     
  • Rb. Den Haag 11 januari 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:BY8165
    Zorgbestuurders eisten dat de rechter zou beslissen dat de WNT buiten toepassing zou worden gelaten. De rechter heeft deze vordering afgewezen. WNT niet in strijd is met het recht op collectief onderhandelen en de vrijheid van vakvereniging zoals neergelegd in art. 11 EVRM en art. 12 EU-Handvest.
     
  • Rb. Utrecht 30 augustus 2012, ECLI:NL:RBUTR:2012:BX6449
    Niet-statutair directeur van een werkmaatschappij van een woningbouwcorporatie is geen topfunctionaris, nu hij geen leiding geeft over de gehele organisatie.

Commissie van Aanbestedingsexperts

  • Advies van 28 juli 2017 (Advies 415)
    Het aanbestedingsrecht staat niet toe om te korten op de vergoeding wegens de overschrijding van het bezoldigingsmaximum van de WNT.