Stibbe PG Omgevingswet: Introductie stelselherziening


Omgevingswet

De Omgevingswet biedt een fundament voor de bundeling van het omgevingsrecht in één wet. De gebiedsgerichte onderdelen van de huidige wetten worden in de Omgevingswet geïntegreerd tot één samenhangend stelsel van planning, besluitvorming en procedures.

Op 17 juni 2014 is het wetsvoorstel voor de Omgevingswet bij de Tweede Kamer ingediend, waar het op 1 juli 2015 met een ruime meerderheid is aangenomen. Op 22 maart 2016 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel aangenomen en op 26 april 2016 is de wettekst in het Staatsblad verschenen (Stb. 2016, 156). De Omgevingswet zal volgens de huidige planning op 1 januari 2021 in werking treden.

Aanvullingswetten

De Omgevingswet zal worden gewijzigd door vier zogenoemde aanvullingswetten. Dit zijn de aanvullingswetten bodem, geluid, grondeigendom en natuur.

Aanvullingswet bodem

Het wetsvoorstel voor de Aanvullingswet bodem is op 23 januari 2018 ingediend bij de Tweede Kamer. Met de komst van de Omgevingswet wordt voor bodem als onderdeel van de fysieke leefomgeving een nieuw juridisch fundament geboden. Het nieuwe wettelijke instrumentarium voor bodem berust op drie pijlers:

  1. het voorkomen van nieuwe verontreiniging of aantasting (preventie);
  2. het meewegen van bodemkwaliteit als onderdeel van een brede afweging van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in relatie tot functies (toedeling van functies);
  3. het op duurzame en doelmatige wijze beheren van resterende historische verontreinigingen (beheer van historische bodemverontreinigingen).

De nieuwe regels komen in de plaats van de huidige regels voor het beheer van bodemkwaliteit, zoals de Wet bodembescherming, het Besluit bodemkwaliteit en het Besluit uniforme saneringen. De verplichtingen uit een aantal EU-richtlijnen (onder meer de kaderrichtlijn water (2000/60/EG) en de grondwaterrichtlijn (2006/118/EG)) vormen een kader voor de drie pijlers.

Dit wetsvoorstel is beperkt van omvang. Het toepassingsgebied, het instrumentenpakket, het belangenkader en de delegatiegrondslagen van de Omgevingswet zijn in de meeste gevallen breed genoeg om bodem daarin te kunnen betrekken. Er bleek slechts een beperkt aantal aanvullingen op het wettelijke stelsel van de Omgevingswet nodig te zijn om het nieuwe bodembeleid op het niveau van wet en uitvoeringsregelgeving adequaat te kunnen regelen. Die aanvullingen zijn opgenomen in dit wetsvoorstel.

Aanvullingswet geluid

Dit wetsvoorstel voorziet erin dat de onderwerpen die nu zijn geregeld in hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer en de Wet geluidhinder, een plaats krijgen in het stelsel van de Omgevingswet. In de Omgevingswet zijn al diverse regels en instrumenten opgenomen die (mede) betrekking kunnen hebben op geluid. De geluidregels voor de geluidproductie en geluidbelasting afkomstig van infrastructuur en industrieterreinen zijn nog niet afdoende in het voorstel voor de Omgevingswet opgenomen. Dit vanwege een op dat moment nog lopende vernieuwing van het geluidbeleid (Swung). Daarom is ervoor gekozen om die regels via een afzonderlijke aanvullingswet in de Omgevingswet op te nemen.

De Aanvullingswet geluid is op 22 maart 2016 in consultatie gegaan. De consultatie is op 17 mei 2016 gesloten.

Aanvullingswet grondeigendom

Met het wetsvoorstel voor de Aanvullingswet grondeigendom wil het kabinet een instrumentarium bieden voor grondeigendom, waarmee overheden hun omgevingsbeleid kunnen verwezenlijken en kunnen inspelen op de maatschappelijke opgaven in de fysieke leefomgeving. Het wetsvoorstel biedt een aantal specifieke instrumenten voor grondeigendom: onteigening, voorkeursrecht, stedelijke kavelruil en herverkaveling en kavelruil in het landelijk gebied. Deze instrumenten zijn nu nog geregeld in verschillende wettelijke regelingen: de Onteigeningswet, de Wet voorkeursrecht gemeenten en de Wet inrichting landelijk gebied. Dit geldt niet voor het instrument stedelijke kavelruil. Stedelijke kavelruil is een nieuw instrument, waarmee initiatiefnemers meer mogelijkheden krijgen om samen nieuwe ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving te verwezenlijken. Daarnaast voorziet het wetsvoorstel in een aantal wijzigingen in de regeling van grondexploitatie in hoofdstuk 12 van de Omgevingswet. Het kabinet beoogt hiermee deze regels ten opzichte van de Omgevingswet verder te vereenvoudigen, te verbeteren, flexibeler en geschikter te maken voor uitnodigingsplanologie.

Op 1 juli 2016 is de Aanvullingswet grondeigendom in consultatie gegaan, welke consultatie op 16 september 2016 is gesloten.

Aanvullingswet natuur

Dit wetsvoorstel regelt de integratie van de Wet natuurbescherming in de Omgevingswet. Op 21 november 2016 is de Aanvullingswet natuur in consultatie gegaan. De consultatie is op 21 januari 2017 gesloten.

Invoeringswet

Tijdens de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel voor de Omgevingswet en bij de verdere uitwerking van de Omgevingswet in de vier voorgenomen algemene maatregelen van bestuur heeft de regering vastgesteld dat er op onderdelen verbeteringen in de Omgevingswet kunnen worden aangebracht. Dit wetsvoorstel is bedoeld om die gewenste verbeteringen tot stand te brengen en enkele onvolkomenheden te corrigeren. Deels zijn deze verbeteringen en wijzigingen inhoudelijk van aard, deels technisch. Het wetsvoorstel voorziet ook in verbeterde grondslagen voor de uitvoeringsregelgeving. Verder vult het grondslagen aan om in de uitvoeringsregelingen ook overgangsrechtelijke voorzieningen te kunnen treffen.

Op 5 januari 2017 is de Invoeringswet Omgevingswet in consultatie gegaan. De consultatie is 3 februari 2017 gesloten. Het concept van het wetsvoorstel van de Invoeringswet inclusief memorie van toelichting (juni 2017) vindt u hier. De tekst van de Omgevingswet inclusief de wijzigingen van het conceptwetsvoorstel van de Invoeringswet (juni 2017) vindt u hier. Op 22 december 2017 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State advies uitgebracht over het voorstel voor de Invoeringswet.

AMvB's

Naast de Omgevingswet worden vier AMvB's vastgesteld waarin alle uitvoeringsregelgeving staat en die gelijktijdig met de Omgevingswet in werking zullen treden. Het gaat om de volgende vier AMvB's: Omgevingsbesluit; Besluit kwaliteit leefomgeving; Besluit activiteiten leefomgeving; Besluit bouwwerken leefomgeving.

De openbare internetconsultatie van de vier AMvB's is afgerond. Op 13 juni 2017 heeft de ministerraad ingestemd met de vier ontwerp-AMvB's. Op 22 december 2017 heeft de Afdeling advisering van de Raad van State advies uitgebracht over de ontwerp-AMvB’s.

Omgevingsbesluit

Het Omgevingsbesluit (consultatieversie / ontwerptekst Raad van State / samenvatting ) richt zich tot alle partijen die in de fysieke leefomgeving actief zijn: burgers, bedrijven en de overheid. Het Omgevingsbesluit regelt in aanvulling op de wet onder meer welk bestuursorgaan het bevoegd gezag is om een omgevingsvergunning te verlenen en welke procedures gelden. Ook regelt dit besluit wat de betrokkenheid is van andere bestuursorganen, adviesorganen en adviseurs bij de besluitvorming en een aantal op zichzelf staande onderwerpen, zoals de milieueffectrapportage.

Besluit kwaliteit leefomgeving

Het Besluit kwaliteit leefomgeving (consultatieversie / ontwerptekst Raad van State / samenvatting) stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen.

Besluit activiteiten leefomgeving

Het Besluit activiteiten leefomgeving (consultatieversie / ontwerptekst Raad van State / samenvatting) bevat, samen met het Besluit bouwwerken leefomgeving, de algemene regels waaraan burgers en bedrijven zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Ook bepaalt het besluit, voor welke activiteiten een omgevingsvergunning nodig is. Dit besluit bevat regels om het milieu, waterstaatwerken, wegen en spoorwegen, zwemmers en cultureel erfgoed te beschermen. De regels ter bescherming van het spoor en de zwemmers worden met het Invoeringsbesluit Omgevingswet ingevoegd.

Besluit bouwwerken leefomgeving

Het Besluit bouwwerken leefomgeving (consultatieversie / ontwerptekst Raad van State / samenvatting ) bevat, samen met het Besluit activiteiten leefomgeving, de algemene regels waaraan burgers en bedrijven zich moeten houden als ze bepaalde activiteiten uitvoeren in de fysieke leefomgeving. Dit besluit bevat regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid bij het (ver)bouwen van een bouwwerk, de staat van het bouwwerk, het gebruik van het bouwwerk en het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden.

Omgevingsregeling

De ministeriële regeling onder de Omgevingswet, de Omgevingsregeling, is het sluitstuk van het hoofdspoor en bevat vooral uitvoeringstechnische en administratieve bepalingen ter uitvoering van de Omgevingswet en de vier AMvB's. Deze Omgevingsregeling bundelt de regels uit diverse bestaande ministeriële regelingen en levert daarmee een belangrijke bijdrage aan de verbeterdoelstelling van de stelselherziening van het omgevingsrecht.

Ebook 'AMvB's in vogelvlucht'

Aan dit uitbreidbare Ebook over de AMvB’s Omgevingswet worden de komende tijd thematische hoofdstukken toegevoegd. Het meest recente hoofdstuk staat daarbij vooraan. De samenvattingen van de vier AMvB’s staan in de laatste hoofdstukken. Bekijk hier het Ebook.

FAQ

Op een aantal thema’s zijn FAQ beschikbaar, die telkens worden aangevuld. Deze FAQ’s zijn hier beschikbaar.