Laatst bijgewerkt op 13 december 2017

Inleiding

Op deze pagina brengt het Stibbe team informatie en documenten bijeen over de rechtspositie en (arbeidsrechtelijke) bescherming van zzp'ers. Dit betreft onder meer nieuwsberichten, literatuur, parlementaire documentatie, rapporten en presentaties. Wij besteden hier aandacht aan de zzp'er omdat een deel van de arbeidsrechtelijke issues rondom platformen gaat over de vraag of de platformwerker als werknemer of zelfstandige kan worden gekwalificeerd (of iets er tussenin). De documentatie op deze pagina is dan ook beperkt tot informatie die ook relevant is voor platformarbeid-kwesties.

Nieuwsberichten

  • 11.12.2017 Status app-werkers troebel (M. Visser, De Telegraaf) [zichtbaar na inlog / registratie]
    Evert Verhulp, hoogleraar Arbeidsrecht en kroonlid van de SER, onderzocht voor een juridisch vakblad de status van drie platformen die met zzp’ers werken: Temper voor horecapersoneel, Helpling voor schoonmakers en Deliveroo voor maaltijdbezorgers. Daarbij bekeek Verhulp of deze platforms eigenlijk niet aan terbeschikkingstelling deden en daarmee onder de wetgeving voor uitzendbureaus behoren te vallen (de Waadi). Verhulp concludeert dat Helpling en Temper in strijd met de Waadi handelen omdat de werkers onder leiding en toezicht werken. Volgens Verhulp geldt dat niet voor Deliveroo omdat de fietsers die maaltijden bezorgen, niet werken onder gezag van de restaurants. Niels Artnz, mede-oprichter van Temper, is het niet eens met de conclusies van Verhulp omdat er volgens hem een overeenkomst van opdracht tot stand komt tussen de horecaonderneming en de freelancer en geen arbeidsovereenkomst. Volgens Michelle van Os, directeur van Helpling, is Helpling geen uitzendbureau maar een digitale versie van het “briefje in de supermarkt”. Jaap van Slooten, hoogleraar Arbeidsrecht en juridisch adviseur van Temper, bestrijdt de analyse van Verhulp: “Het is geen onderdeel van Tempers business om mensen te leveren, zoals uitzendbureaus dat doen. Het is een digitaal prikbord. Als Randstad een uitzendkracht regelt voor een opdrachtgever en die komt vervolgens niet opdagen, dan kan de opdrachtgever Randstad daarop aanspreken. Zo werkt Temper niet. Temper levert alleen de techniek en doet daarom niet aan de terbeschikkingstelling van arbeidskrachten.”
  • 09.12.2017 'Hosanna-verhalen over zzp-groei en platformeconomie kunnen niet meer' (J. Leupen, FD) [zichtbaar na inlog / registratie]
    ‘De afgelopen jaren hebben we te veel gedacht: laat het maar gebeuren’, zegt hoogleraar sociaal recht Willem Bouwens. ‘Mensen die eigenlijk bescherming verdienen, krijgen die niet meer.’ Tot Bouwens' genoegen plaatst ook de coalitie vraagtekens bij de uitwassen van de platformeconomie. In dit artikel gaat hoogleraar sociaal recht, Willem Bouwens, in op verschillende vragen met betrekking tot de platformeconomie, platformwerkers, zzp’ers en werkplatform Deliveroo.
  • 01.12.2017 Hier bestelt maatschappelijk bewuste hongerlap het best zijn burgers en burrito's (J. Witteman, de Volkskrant) [zichtbaar na inlog / registratie]
    Over het werk zelf zijn de maaltijdbezorgers best tevreden en het wordt ook nog redelijk betaald. Maar de overige arbeidsvoorwaarden van maaltijdkoeriers verschillen nogal, afhankelijk van of ze in dienst zijn van Deliveroo, Foodora, Thuisbezorgd of UberEats. De Volkskrant zocht uit wie de beste werkgever is.
  • 21.11.2017 Kamermeerderheid wil collectief onderhandelen zzp-tarieven in culturele sector mogelijk maken (H.J. Rots, Zipconomy.nl)
    Ingegaan wordt op de motie die de Tweede Kamer heeft aangenomen waarin wordt opgeroepen om in de culturele en creatieve sector experimenten toe te laten zodat zzp’ers collectief over tarieven kunnen onderhandelen. Dit is nu onmogelijk door mededingingsregels.
  • 21.11.2017 Uber riskeert massaclaim van chauffeurs (M.L. Vos, Zipconomy.nl)
    Volgens Mei Li Vos is Uber een arbeidsbemiddelaar. Uber kan, net zoals alle intermediairs die ene provisie vragen van de mensen die ze bemiddelen, een massaclaim verwachten van alle taxichauffeurs vanwege overtreding van artikel 9 van de Waadi.
  • 18.11.2017 Pijlsnel op de pedalen voor jouw maaltijd, dat heeft ook een keerzijde (NOS.nl)
    Deliveroo-bezorgers fietsten door Amsterdam om te protesteren tegen hun ontslag vanwege het feit dat Deliveroo geen contracten meer verlengt. Of het protest zin heeft, moet nog blijken. Bij concurrent UberEATS werken de bezorgers al volledig volgens een zzp-model. Thuisbezorgd.nl heeft daarentegen nog gewoon fietskoeriers in dienst. Volgens Martijn Arets, onderzoeker aan de Universiteit Utrecht, bieden zij bezorgers op dit moment dan ook de beste papieren.
  • 17.11.2017 Voor wie werkt de Werkspotter nou eigenlijk? (J. Julen, Trouw)
    De 19-jarige Thomas Roos, bezorger bij Deliveroo, concludeert dat hij niet echt weet of hij een schijnzelfstandige is en dat hij behoort tot een soort tussenvorm: “Iemand die tussen een werknemer en een echte ondernemer invalt”. Dat Roos er niet helemaal uitkomt, is niet vreemd. Of online platforms als Deliveroo, Werkspot, Uber-eats en Helpling het stempel 'werkgever' moeten dragen of die van 'nieuwkomers op de arbeidsmarkt waar nieuwe regelgeving voor nodig is' is voor velen niet duidelijk. Dat bleek uit een hoorzitting in de Tweede Kamer op 16 november 2017. Willem Bouwens, hoogleraar Sociaal Recht aan de Vrije Universiteit, is helder: kan een platformwerker onderhandelen over zijn vergoeding, bepaalt hij zelf wanneer en voor wie hij werkt, en is hij vrij een opdracht te weigeren, dan mag hij geen verkapte werknemer heten. Platformwerkers van Helpling en Deliveroo hebben dat recht volgens het oordeel van Bouwens niet. "Een ouderwetse koeriersdienst die in alles kenmerken van arbeid in afhankelijkheid vertoont", noemde hij bezorgdienst Deliveroo tijdens de hoorzitting zelfs. Maar de zelfstandige timmerman die via de app Werkspot zelf zijn klanten kiest, zelf offertes maakt en ook nog eens verantwoordelijk is voor de marketing van zijn eigen bedrijfje, is volgens Bouwens' oordeel wel een volwaardige ondernemer. Hoe dan de online 'schurken' aan te pakken zonder de andere platforms te hinderen? De door de Tweede Kamer geraadpleegde deskundigen hadden er gisteren geen pasklaar antwoord op. "Ik heb er mijn hoofd over gebroken, maar kwam er niet uit", gaf hoogleraar Jaap van Slooten van de Universiteit van Amsterdam toe.

→ Klik hier voor alle nieuwsberichten.

Rechtspraak

Nederlandse rechtspraak

  • 14.04.2017 Hoge Raad 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:689, JAR 2017/136, m.nt. F.G. Laagland, RAR 2017/97
    De Hoge Raad past het Ruhrlandklinik-arrest in Nederland toe door te oordelen dat het belemmeringsverbod in de zin van artikel 9a Waadi ook van toepassing is wanneer een werknemer na einde van de terbeschikkingstelling als zzp-er gaat werken voor de (voormalige) inlener. Dit is bijvoorbeeld direct relevant voor bedrijven die zzp-ers via een broker inhuren.
  • 04.04.2017 Rechtbank Den Haag 4 april 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:11302
    De rechtbank oordeelt dat sprake is van een v.o.f. waarin koeriersdiensten worden verricht en dat de chauffeurs niet in dienstbetrekking waren bij eiseres. De aan eiseres opgelegde naheffingsaanslagen loonheffingen zijn derhalve onterecht.

Europese rechtspraak

  • 29.11.2017 Hof van Justitie EU, ECLI:EU:C:2017:914 (C-214/16) (Conley King / The Sash Window Workshop Ltd & Richard Dollar)
    Een ‘worker’ (die tot zijn pensionering werkte op basis van een ‘self-employed commission-only contract’) mag het recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon doorschuiven en opsparen tot het einde van het dienstverband, wanneer de werkgever geen duidelijkheid heeft gegeven over de loondoorbetaling tijdens het opnemen van de vakantie. Vakantiedagen kunnen dan niet vervallen. Dat heeft het EU-Hof geantwoord op prejudiciële vragen van de Britse ‘Court of Appeal’. Dit Britse hof vroeg het HvJ EU of op grond van artikel 7 van Arbeidstijdenrichtlijn 2003/88 een ‘worker’ eerst vakantie moet opnemen voordat kan worden vastgesteld of hij recht heeft op behoud van loon.
    • Klik hier voor het persbericht over dit arrest.
    • Klik hier voor een nieuwsbericht van het Expertisecentrum Europees Recht over de Britse procedure en dit arrest.
  • 17.11.2016 Hof van Justitie EU, ECLI:EU:C:2016:883 (C-216/15) (Ruhrlandklinik)
    In dit arrest (Ruhrlandklinik-arrest) oordeelt het Hof van Justitie EU dat het werknemersbegrip in het kader van Europese richtlijnen soms breder is dan dat van de nationale wetgeving. In dat geval moet de nationale rechter het bredere Europese werknemersbegrip toepassen.
  • 04.12.2014 Hof van Justitie EU, ECLI:EU:C:2014:2411 (C-413/13) (FNV KIEM)
    Minimumtarieven in een cao voor zelfstandigen vallen alleen dan niet onder de reikwijdte van artikel 101 VWEU (artikel 6 Mw) indien sprake is van ‘schijnzelfstandigen’.

Literatuur

Tijdschriften

  • M.M. van den Berg, ‘The (possible) impact and consequences of Aslam and others v Uber B.V. and others for the industry in the UK and the Netherlands’, TAO 2017, nr. 3, p. 144-152
  • A.R. Houweling, ‘De onbelemmerde richtlijnconforme uitleg van artikel 9a Waadi’, ArA 2017/2, p. 66-79
    “De auteur staat in dit commentaar stil bij twee vragen: Beschermt artikel 9a Waadi ook een ex-werknemer die bij de inlener op basis van een overeenkomst van opdracht (geen arbeidsovereenkomst) werkzaamheden gaat verrichten? En zo ja, bieden de tekst en toelichting van artikel 9a Waadi de nationale rechter voldoende ruimte richtlijnconform te interpreteren? Beschermt artikel 9a Waadi ook de werknemer die reeds een vast contract heeft bij de uitlener?”
  • A.R. Houweling, ‘Richtlijnconforme interpretatie van het belemmeringsverbod van artikel 9a Waadi: alle vragen beantwoord?’, AR 2017-0466
    In deze annotatie wordt het arrest van de Hoge Raad van 14 april 2017 inzake het belemmeringsverbod van artikel 9a Waadi behandeld.
  • F.M. Dekker, ‘Het belemmeringsverbod van art. 9a Waadi’, TRA 2017/74
    In dit artikel wordt het arrest van de Hoge Raad van 14 april 2017 inzake het belemmeringsverbod van artikel 9a Waadi behandeld.
  • J.J.M. de Laat, ‘De overeenkomst van opdracht, algemene voorwaarden en de zelfstandige zonder personeel’, TRA 2017/69
    Dit artikel gaat over de oplossingen voor schijnzelfstandigheid door middel van het aanhaken aan de arbeidsovereenkomst, de wettelijke regels van de overeenkomst van opdracht, welke bescherming de zzp'er in beroep of bedrijf geniet als hij consument is, de wettelijke regeling van de algemene voorwaarden die een zzp'er tegemoet kan komen in zijn verhouding tot de opdrachtgever en of een standaardregeling op grond van artikel 6:214 BW een oplossing kan bieden voor een tekort aan bescherming van de zzp'er zonder dat de overheid ingrijpt.
  • A. Stege, ‘De cao en bepalingen die betrekking hebben op zzp'ers’, ArbeidsRecht 2016/44
    In dit artikel worden de mogelijkheden besproken die werknemers, gelet op mededingingsregels, hebben om zich door cao's te beschermen. Tevens komt aan de orde of zelfstandigen ten behoeve van zichzelf collectieve overeenkomsten mogen sluiten.

Boeken

  • D.J.B. de Wolff en F.J.L. Pennings, Exit onderneming werknemer en het einde van de dienstbetrekking, Deventer: Kluwer 2009, Hoofdstuk 20: Dienstbetrekking of zelfstandig ondernemerschap, de reikwijdte van de sociaalrechtelijke bescherming van de zelfstandige zonder personeel
    In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de situatie waarin een dienstbetrekking teneinde komt en de voormalige werknemer als zzp'er aan de slag gaat.

Parlementaire documentatie

Rapporten / onderzoeken / studies

  • 13.11.2017 Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (VNO-NCW en MKB Nederland) (website Tweede Kamer)
    In deze paper getiteld “Veel (werk)kansen door de platformeconomie binnen bestaande rechtsstelsel” geven VNO-NCW en MKB-Nederland onder meer aan dat digitale platformen het makkelijker maken dat mensen werk vinden of in hun eigen inkomen kunnen voorzien. Zij genereren ook hoogwaardige werkgelegenheid vanwege de technologie die ervoor benodigd is. Tegelijkertijd is er discussie over de status van platformwerkers en de zekerheden die aan hun status verbonden zijn. VNO-NCW en MKB-Nederland vinden dat de constructies die nu voorkomen in “de” platformeconomie passen binnen het bestaande rechtsstelsel: net zoals in de rest van de arbeidsmarkt hangt het van de omstandigheden van het geval af of er sprake is van een arbeids- of opdrachtovereenkomst. Indien men daarin andere keuzes wil maken, is dat, aldus VNO-NCW en MKB-Nederland, een veel bredere discussie dan die alleen over “de” platformeconomie. De gig-economy accentueert slechts dat vraagstuk. Daarom vinden zij dat “de” platformeconomie niet apart moet worden gereguleerd. De benodigde herbalancering rond zzp-flex-vast wordt geleverd door de plannen in het Regeerakkoord. De invoering van de ondernemersovereenkomst kan helpen om een zelfstandige een duidelijke positie te geven in het Burgerlijk Wetboek.
  • 06.11.2017 Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (Foodora) (website Tweede Kamer)
    Foodora legt de werking uit van een platform in de maaltijdbezorgmarkt. Ook wordt ingegaan op de veranderde verhouding tussen een werkgever versus werkende (freelance, payroll en arbeidsovereenkomst) en de rol van de overheid en de vraag in hoeverre de huidige wet- en regelgeving voldoet. Foodora sluit af met enkele kernboodschappen aan de vaste commissie voor SZW. In een bijlage bij deze paper staat een rekenvoorbeeld waarmee volgens Foodora wordt aangetoond dat bij het freelancemodel aantoonbaar sprake is van schijnzelfstandigheid en daarmee van oneerlijke concurrentie.
  • 06.11.2017 Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (Deliveroo) (website Tweede Kamer)
    Deliveroo gaat in op het vraagstuk flexibiliteit vs. zekerheid in de platformeconomie. Volgens Deliveroo creëert de on-demand economie mogelijkheden voor mensen die flexibel willen werken. Hierbij is het dilemma dat het Nederlandse (arbeids)recht maar twee smaken kent: loondienst of zelfstandige. Een mogelijke oplossing voor de platformeconomie is om via wetgeving een nieuwe tussenvorm te creëren van werknemers die niet meer op uurbasis maar op verrichtingenbasis worden betaald en die wel een beroep kunnen doen op sociale zekerheidsrechten. Ook in Nederland is er een politieke visie nodig op de sterk groeiende platformeconomie. Deliveroo groeit snel en kan nu alleen via het zzp-model voldoen aan de grote vraag naar maaltijden in piekuren. Deliveroo wil ook graag duidelijkheid over hoe de platformeconomie geregeld kan worden, maar vraagt om hierbij rekening te houden met de dynamiek waarbij niet per uur wordt gewerkt en betaald, maar per opdracht. Afgesloten wordt met een ‘biografie’ van Deliveroo (wat is Deliveroo, wie werkt er met Deliveroo, hoe werkt Deliveroo met riders, wat biedt Deliveroo de freelance riders).
  • 06.11.2017 Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (Takeaway.com/Thuisbezorgd.nl) (website Tweede Kamer)
    Ingegaan wordt op wat Takeaway.com voor ‘platformbedrijf’ is en wat zij doet (met illustratie). De meerderheid van de bezorgers werkt in (vaste) dienst. Takeaway maakt onderscheid tussen de platformeconomie, waartoe Takeaway behoort en een uitvloeisel hiervan, de zogenaamde ‘gig-economie’ waarbij een medewerker of zzp’er betaald wordt per ‘optreden’. Daar is Takeaway geen voorstander van. Takeaway stipt de huidige wetgeving(splannen) aan, zoals de plannen in het Regeerakkoord om een minimumuurtarief voor zzp’ers in te voeren en een tussenvorm van arbeid. Takeaway meent dat wanneer een businessmodel niet succesvol kan zijn onder bestaande wetgeving, niet de wetgeving, maar het businessmodel heroverweging behoeft. Takeaway gelooft niet in het ‘gig-model’ dat arbeidsvoorwaarden steeds verder uitholt.
  • 06.11.2017 Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (Temper) (website Tweede Kamer)
    Kort uitgelegd wordt wat Temper inhoudt. Beschreven worden de voordelen voor de opdrachtnemers, die bewust kiezen voor autonomie en flexibiliteit met betaling per opdracht en de voordelen voor de opdrachtgever. Temper biedt nog geen oplossing voor de sociale zekerheid, maar vindt verzekering tegen arbeidsongeschiktheid erg belangrijk. Opdrachtnemers kunnen op korte termijn verbonden gaan worden met online pensioenbank Brand New Day. Temper meent dat de huidige wet- en regelgeving geen rekening houdt met nieuwe technologieën en daarom onbedoeld beperkend is. Temper beschouwt het als plicht als innovatief platform om tot een duurzame oplossing te komen op sociaaleconomisch en arbeidsrechtelijk gebied, waar de kern van vaste medewerkers hand in hand gaat met een flexibele schil van opdrachtnemers.
  • 02.11.2017 Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (ONL voor Ondernemers) (website Tweede Kamer)
    ONL voor Ondernemers meent dat het Nederlandse arbeidsrecht en sociale zekerheidsstelsel niet meer bij de hedendaagse economie en arbeidsmarkt passen. Herziening van het arbeidsrecht en de sociale zekerheidsregels is noodzakelijk. Hierbij moet het uitgangspunt zijn dat er flexibiliteit en zekerheid komt voor ondernemers én werkenden. Vaste arbeidscontracten voor onbepaalde tijd bieden niet meer de benodigde zekerheid aan werkenden en zijn in sommige gevallen te rigide en onwerkbaar voor ondernemers. ONL voor Ondernemers pleit voor vernieuwing van het arbeidsrecht (wettelijk vastleggen van drie verschillende groepen werkenden), vernieuwing van de sociale zekerheid en vernieuwing van het belastingstelstel (fiscale regelgeving moet aansluiten op het arbeidsrecht en het sociale zekerheidsstelsel).
  • 02.11.2017 J.M. van Slooten, Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (Universiteit van Amsterdam/Stibbe) (website Tweede Kamer)
    Jaap van Slooten beschrijft in de position paper de definitie van platformarbeid: een fysieke dienst die online wordt getransigeerd door middel van een applicatie of een website. Vervolgens gaat hij in op de arbeidsrechtelijke vragen die platformarbeid oproept. De vragen vallen uiteen in de volgende categorieën: (1) multilateraliteit: bij werkplatforms is sprake van meerdere werkrelaties, (2) de kwalificatievraag: is er sprake van een arbeidsovereenkomst of van een andere relatie? en (3) verouderd arbeidsrecht: veronderstelt platformwerk ook platformarbeidsrecht? Bij deze laatste vraag geeft Van Slooten een aantal thema’s (collectieve actie, medezeggenschap, discriminatie en de werking van het algoritme) waarin het huidige arbeidsrecht en de nieuwe ontwikkelingen nog niet helemaal goed op elkaar aansluiten. Hij sluit af met de conclusie dat het arbeidsrecht nog niet goed is ingesteld op platformarbeid en geeft de politiek drie beleidsopties die de arbeidsrechtelijke vragen in meer of mindere mate kunnen oplossen. Ten eerste: de verruiming van het arbeidsrecht, zodat platformwerkers voortaan onder het arbeidsrecht vallen. Als tweede: de invoering van een tussencategorie voor platformwerkers. Ten derde: niets wijzigen, waardoor de wetgever het aan de rechter laat om te bepalen wat voor rechten een platformwerker heft.
  • 01.11.2017 Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (AVV) (website Tweede Kamer)
    Volgens AVV lijken werkplatforms op uitzendbureaus: ze brengen vraag en aanbod van arbeid bij elkaar, maar dan vele malen efficiënter en goedkoper. In de gig-economy hebben werkenden in de regel geen arbeidsovereenkomst, als er al een arbeidsovereenkomst is, gaat het om een nuluren- of tijdelijk deeltijdcontract. Veel platforms regelen werk voor zzp’ers. De functie van platformbedrijven in de arbeidsmarkt is in feite allocatie van werk en werkende aan degene die dat werk uitgevoerd wil hebben, vergelijkbaar met de functie van uitzendbureaus. De belangrijkste vraag luidt: zijn platformbedrijven werkgevers of een techbedrijf dat slechts verbindingen legt? De hyperarbeidsmarktwerking die een bijna perfecte efficiëntie voor opdrachtgever en consument regelt, doet dat in principe niet voor de werkende. Het is voor een platformwerker moeilijk om voldoende inkomen te verdienen. De huidige wetgeving voldoet niet volgens AVV. De cruciale juridische vraag of een werkende een arbeidsovereenkomst heeft met het platform is en blijft een lastige. AVV pleit ervoor dat platforms die arbeid in een gezagsverhouding organiseren door de overheid in beginsel worden aangemerkt als werkgever. De platforms die als marktplaats voor ondernemende (fulltime) zzp’ers fungeren zijn geen werkgever, aldus AVV. AVV is geen voorstander van het formaliseren van een ‘derde’ categorie werkenden. De overheid kan duidelijkheid verschaffen of een bepaald platform wel of niet werkgever is via een Autoriteit Arbeidsrelatie (mogelijk een afdeling van ISZW). Voorts kunnen sociale partners cao’s opstellen voor diverse platforms.
  • 31.10.2017 W.H.A.C.M. Bouwens, Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (Vrije Universiteit) (website Tweede Kamer)
    Bouwens gaat in op de algemene afbakeningsproblematiek bij overeenkomsten tot het verrichten van arbeid, die hij vervolgens toepast op platformarbeid. Volgens Bouwens mag worden aangenomen dat de Nederlandse rechter een overeenkomst tussen Uber en haar chauffeurs als een arbeidsovereenkomst zou kwalificeren. Bij een platform als Helpling ziet hij eveneens dat de rol van het platform verder reikt dan het bij elkaar brengen van vraag en aanbod. Op goede gronden kan worden verdedigd dat tussen Helpling en de hulp een arbeidsovereenkomst tot stand komt, op grond waarvan de werknemer ter beschikking wordt gesteld van de klant om onder diens toezicht en leiding schoonmaakwerkzaamheden te verrichten, derhalve een uitzendovereenkomst in de zin van artikel 7:690 BW. Deze platforms moeten worden onderscheiden van platforms die er niet op gericht zijn werkenden en opdrachtgevers met elkaar in contact te brengen, maar op het tot stand brengen van of leveren van bepaalde producten / goederen. Hier verschilt de problematiek in wezen niet van de ‘normale’ afbakeningsperikelen tussen werknemerschap en (schijn)zelfstandigheid. Bouwens constateert dat platformarbeid met enige goede wil inpasbaar is in het reguliere arbeidsrecht. De vraag hoe de arbeidsverhouding moet worden gekwalificeerd is (nog) steeds afhankelijk van alle omstandigheden van het geval. Om te voorkomen dat platformwerkers desondanks tussen wal en schip vallen, kan overwogen worden om meer specifieke regelgeving tot stand te brengen. Bouwens wijst op de mogelijkheid van een gelijkstellingsbepaling op grond waarvan ook arbeid door natuurlijke personen verricht door tussenkomt van een digitaal platform onder de werkingssfeer van de sociale zekerheidswetten wordt gebracht.
  • 31.10.2017 J. Koops, Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (ABU) (website Tweede Kamer)
    De ABU beperkt zich in deze paper tot platforms die zorgen voor het bij elkaar brengen van vraag en aanbod van banen, klussen, skills en diensten. De belangrijkste cijfers inzake platformwerk worden weergegeven evenals de redenen voor de opkomst van platformwerk. Aangegeven wordt wat het ABU-standpunt is over platformarbeid. Er is onduidelijkheid over de status van platformwerkers. Een deel van de platforms lijkt op uitzendbureaus in de zin dat ze zich bezighouden met het ter beschikking stellen van arbeid en het bij elkaar brengen van vraag en aanbod. Het heeft geen zin om werk in de platformeconomie te verbieden, dit dient in goede banen te worden geleid. De ABU vindt een regulerend kader voor platforms gewenst. Er moet helderheid komen over de juridische positie van platforms en platformwerkers. De status van platformwerkers is vooral gediend met duidelijkheid over zelfstandig ondernemerschap (de ondernemersovereenkomst). De ABU is geen voorstander van een specifiek juridisch statuut voor platformwerkers (de ‘afhankelijke contractwerker’, met beperkte sociale zekerheden of bijzondere fiscale regels). De ABU vraagt aandacht voor het realiseren van een gelijk speelveld: in veel gevallen werkt een platform niet anders dan een intermediair / uitzendbureau terwijl platforms zich niet hoeven te conformeren aan de WAADI. De ABU pleit voor loskoppeling van sociale zekerheidsrechten en contractvorm.
  • 25.10.2017 K. Frenken, Position paper ‘Verbeter de onduidelijke positie van platformwerkers t.b.v. rondetafelgesprek op 16 November 2017’ (Universiteit Utrecht) (website Tweede Kamer)
    Frenken gaat in op het verschil tussen de deeleconomie en de kluseconomie. Hij bespreekt de status van de werker in de kluseconomie. De juridische status van de werker t.o.v. het platform is onduidelijk omdat er niet per se een arbeidsovereenkomst is tussen werker en platform, maar wel een afhankelijkheidsrelatie. Daarom zou een platformwerker juridisch als werknemer kunnen worden gezien en het platform waarvoor hij/zij werkt als werkgever/uitzendbureau. Tegelijkertijd kunnen platformwerkers ook als freelancers worden gezien. Zij bepalen immers zelf hun werktijden en de klussen die ze aannemen, en mogen voor meerdere platformen tegelijk werken. Frenken bespreekt vijf manieren om duidelijkheid te scheppen: 1. het aanmerken van platformwerkers als werknemers, 2. aanpassing of interpretatie van de wet zodat platformwerkers als freelancers worden gezien, 3. introductie van een nieuwe juridische categorie in de arbeidswetgeving, die freelancers een aantal sociale rechten geeft (de onzelfstandige zonder personeel (ozp)), 4. aanpassing van de mededingingswet op een manier die het toestaat dat freelancers collectief mogen onderhandelen met platformen, en 5. de variant uit het regeerakkoord waarbij het uurtarief bepaalt of er sprake is van een werknemersstatus.
  • 19.10.2017 R. Egas, Position paper Platformeconomie t.b.v. rondetafelgesprek op 16 november 2017 (Werkspot) (website Tweede Kamer)
    Werkspot geeft aan dat er in Nederland zeer diverse platformen zijn die onder de noemer ‘platformeconomie’ vallen. Werkspot is een totaal andere organisatie dan bijvoorbeeld Helpling of Deliveroo. Voorts wordt ingegaan op het businessmodel van Werkspot. Alleen professionals (vakmannen) mogen zich inschrijven bij Werkspot. Werkspot controleert alle vakmannen voordat zij lid kunnen worden van het platform. De vakmannen bepalen hun eigen uurtarief en betalen voor leads. De vakman heeft de vrijheid om te kiezen welke opdrachten hij interessant vindt. Werkspot vindt dat zij transparantie biedt in vraag en aanbod en kwaliteit. Werkspot gelooft dat zzp’ers en vakbedrijven de vrijheid willen om het beste werk te kiezen. Tot slot geeft Werkspot aan wat zij doet om platformwerkers te ondersteunen: 1. een streng toelatingsbeleid, 2. training van vakmannen in online ondernemerschap, en 3. focus op kwaliteit (en minder op prijs).
  • 21.04.2017 Position paper: Mededingingsrecht in relatie tot samenwerking tussen zzp-ers, Utrecht University (bijlage bij Kamerstuk 31311, 184)
    Het doel van deze position paper is de leden van de Vaste Commissie voor Economische Zaken (en de Tweede Kamer) te informeren over de juridische voorwaarden bij de toepassing van mededingingsrechtelijke verboden en uitzonderingen en daarbij de mogelijke discussiepunten aan te duiden in relatie tot samenwerking tussen zzp-ers.
  • 31.01.2017 L.G. Verburg, Werken in netwerken, Radboud Universiteit (bijlage bij Kamerstuk 31311, 184)
    “Position paper over het passend zijn en de houdbaarheid van de Mededingingswet in relatie tot de (groei van het aantal) zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers).”
  • 05.04.2016 L.G. Verburg, P.M. Veder, A.G.J.J. Jansen, A.M. Mennens, A.W. Niebeek, S.C. Pepels en F.M.R. van Wersch, Ondernemingen in financiële moeilijkheden en de arbeidsrechtelijke positie van hun werknemers, Radboud Universiteit (bijlage bij Kamerstuk 33695, 11)
    “Het onderzoek is gericht op het in kaart brengen van de gang van zaken in de praktijk met het doel inzicht te verschaffen in de rol die de arbeidsrechtelijke positie van werknemers in de praktijk speelt bij de wijze waarop wordt geprobeerd financieel noodlijdende ondernemingen te reorganiseren en de gevolgen die het gekozen traject heeft (gehad) voor de betrokkenen.”
  • 06.11.2015 Eindrapport IBO Zelfstandigen zonder personeel, Rijksoverheid (bijlage bij Kamerstuk 34036, H)
    In dit Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) worden de oorzaken van de opkomst van zzp'ers in Nederland onderzocht en wordt gekeken naar de gevolgen voor de economische groei, de arbeidsmarkt, de sociale zekerheid en de overheidsfinanciën. Vervolgens wordt bekeken hoe aanpassingen in het arbeidsrecht, de sociale zekerheid en de fiscaliteit mogelijke positieve effecten van de opkomst van zzp’ers kunnen versterken of mogelijke negatieve effecten weg kunnen nemen.
  • 12.03.2015 Position paper t.b.v. ‘IBO Zelfstandigen zonder personeel’, Centraal Planbureau (bijlage bij Kamerstuk 34036, H)
    Deze notitie gaat in op de achtergrondkenmerken van zzp'ers, de oorzaken van hun opkomst, sociaaleconomische gevolgen van de opkomst van zzp'ers en overwegingen bij optimaal beleid.
  • 06.02.2015 Rise and shine? De opkomst en de sociaaleconomische positie van zzp'ers in de Nederlandse economie, Panteia (bijlage bij Kamerstuk 34036, H)
    In deze position paper wordt ingegaan op onderzoeksvragen van de IBO-werkgroep met betrekking tot de opkomst en de sociaaleconomische positie van zzp'ers in de Nederlandse economie.
  • 15.10.2010 Zzp'ers in beeld: Een integrale visie op zelfstandigen zonder personeel (SER)
    In dit advies gaat de SER in op de sociaal-economische positie van zzp'ers.  

Presentaties

Stibbe

Extern

  • 03.11.2017 B. Emmerig, ‘Presentatie (handen) af van de arbeidsovereenkomst – fiscale aspecten’, (Nationaal Arbeidsrecht Congres |  Holla Advocaten)
    Presentatie over fiscale aspecten van de arbeidsovereenkomst. In dit kader komen de volgende onderwerpen aan de orde: (1) ontwikkelingen in de wet- en regelgeving (VAR, BGL, Wet DBA, Regeerakkoord Rutte III), (2) de relatie tussen het arbeidsrecht en het belastingrecht (Handreiking Wet DBA, Gouden Kooi-arrest, artikel 7:610 BW, B-notarissen-arrest, Groen/Schoevers), (3) de plannen in het Regeerakkoord ten aanzien van zzp’ers (opting out, de webmodule (vergelijking BGL en huidig voorstel, inhoud, lakmoesproef rechtspraak), de opdrachtgeversverklaring (toetsing vooraf – toetsing achteraf, hoe toetst de Belastingdienst, naheffing bij de opdrachtgever), (4) modelovereenkomsten, (5)  vergelijking tussen BGL, Wet DBA en Rutte III, (6) handhaving (uitzondering voor kwaadwillenden) en (7) hoe gaat het nu verder? Als nadere informatie is toegevoegd een onderdeel over de plannen van Rutte III inzake werken als zelfstandige: de positie van zzp’ers op de arbeidsmarkt, de duur van de opdracht, het uurtarief, reguliere / niet-reguliere bedrijfsactiviteiten, de onderkant van de arbeidsmarkt, de formele / materiële gezagsverhouding en de aanpassing van de gezagsverhouding (voorbeelden die niet leiden tot gezag).