Laatst bijgewerkt op 9 april 2018

Inleiding

Op deze pagina brengt het Stibbe team informatie en documenten bijeen over de rechtspositie en (arbeidsrechtelijke) bescherming van zzp'ers. Dit betreft onder meer nieuwsberichten, literatuur, publicaties van de overheid, rapporten en presentaties. Wij besteden hier aandacht aan de zzp'er omdat een deel van de arbeidsrechtelijke issues rondom platformen gaat over de vraag of de platformwerker als werknemer of zelfstandige kan worden gekwalificeerd (of iets er tussenin). De documentatie op deze pagina is dan ook beperkt tot informatie die ook relevant is voor platformarbeid-kwesties.

Nieuwsberichten

  • 10.02.2018 Handhaving Wet DBA voor zzp'ers uitgesteld tot 1 januari 2020 (bron: NOS.nl)
    Bericht over de brief (Kamerstuk 34036, 68) van de minister van SZW en de staatssecretaris van Financien over het uitstel van de handhaving van de Wet DBA tot 1 januari 2020. Het kabinet wil vanaf 1 juli 2018 wel meer gaan doen om “kwaadwillenden” aan te pakken. Ook bevat de brief een ‘roadmap’ ten aanzien van de verwachte nieuwe wet- en regelgeving over dit onderwerp. Het nieuwe system moet schijnzelfstandigheid tegengaan. Als voorbeeld in de discussie over schijnzelfstandigheid wordt vaak Deliveroo genoemd.
  • 09.02.2018 Koolmees schiet besmette zzp-wet af, maar echte helderheid komt pas in 2020 (J. Leupen, FD) [zichtbaar na inlog / registratie]
    Minister Koolmees van SZW en staatssecretaris Snel van Financiën erkennen in hun Kamerbrief dat de echte grote klap in het taaie zzp-dossier moet komen in 2020, in de vorm van aanpassingen van het arbeidsrecht, het fiscale recht en het sociale zekerheidsrecht, 'met implicaties voor de uitvoering en handhaving door onder andere de Belastingdienst en het UWV'. Rutte III wil bovendien voor 2019 een herziening van het begrip gezagsverhouding, om voor eens en altijd scherp te kunnen krijgen wie als werknemer moet worden aangemerkt, en wie als zelfstandig ondernemer.
  • 09.02.2018 Opschorting handhaving Wet DBA verlengd tot 1 januari 2020 (bron: Rijksoverheid.nl)
    De opschorting van de handhaving van de Wet DBA is verlengd tot 1 januari 2020. Dat betekent dat opdrachtgevers en opdrachtnemers tot die tijd geen boetes of naheffingen krijgen als achteraf geconstateerd wordt dat er sprake is van een dienstbetrekking. Wel gaat het kabinet de mogelijkheden voor de handhaving van kwaadwillenden vanaf 1 juli 2018 verruimen. Dit schrijven minister Koolmees van SZW en staatssecretaris Snel van Financiën onder meer in de Kamerbrief “roadmap vervanging DBA” (Kamerstuk 34036, 68) aan de Tweede Kamer.
  • 09.02.2018 ‘Kabinet opent de aanval op Deliveroo’ (E. Basekin & L. Witteman, bron: De Telegraaf)
    Maaltijdbezorger Deliveroo ‘dwingt’ zijn werknemers om zzp’er te worden. Het kabinet wil dat de Belastingdienst dergelijke ondernemingen op de lijst van ‘kwaadwillenden’ kan zetten, zodat er eerder opgetreden kan worden tegen schijnzelfstandigheid, aldus welingevoerde bronnen.
  • 26.01.2018 Wel flexibel, maar niet écht zelfstandig (R. Lieman, bron: NRC)
    Schoonmakers die via Helpling werken kunnen binnenkort hun eigen tarief bepalen. Er is wel een onder- en een bovengrens aan dit tarief. Bij de beslissing om schoonmakers zelf hun tarief te laten bepalen, speelt, aldus Helpling, een eventuele rechtszaak (zoals tegen Deliveroo) een rol. Dat zelfstandigen niet zelf hun tarieven kunnen bepalen wordt door rechters lastig gevonden, zegt Jaap van Slooten, advocaat arbeidsrecht bij Stibbe. “Want het bepalen van he eigen tarief is nu juist een van de meest voor de hand liggende elementen van ondernemerschap.” Je kunt nooit vooraf inschatten hoe zwaar een rechter dat gegeven weegt, zegt Van Slooten, “maar het bepalen van je eigen tarief staat samen met vervangbaarheid en een al dan niet aanwezige gezagsverhouding tussen de platformwerker en het platform, in de top drie de belangrijkste kenmerken van een zelfstandig ondernemer.” Volgens de adviseur juridische zaken van FNV zijn de eerste formele stappen voor een rechtszaak tegen Helpling gezet.
  • 25.01.2018 Werknemer? Of toch zelfstandige? (B. Alink, bron: Circulaire Fiscal Institute Tilburg)
    De aankondiging van Deliveroo dat zij per 1 februari 2018 hun ‘riders’ niet langer een arbeidsovereenkomst aan te bieden, maar hen slechts een contract aan te bieden als zij als zzp’er zullen gaan werken, wekt de indruk dat het voor een werkgever vrij eenvoudig is om arbeid niet langer op basis van een arbeidsovereenkomst af te nemen, maar over te schakelen op een op een modernere leest geschoeide arbeidsrelatie. In deze bijdrage bespreekt de auteur een aantal aspecten aangaande de beoordeling van een arbeidsrelatie.
  • 24.01.2018 Amsterdamse maaltijdbezorger klaagt Deliveroo aan (bron: Het Parool)
    Er is genoeg geld opgehaald voor de Amsterdamse maaltijdbezorger Sytze Ferwerda om een zaak tegen zijn werkgever Deliveroo aan te spannen. Deliveroo wil vanaf 1 februari 2018 alleen nog met zelfstandige bezorgers werken, niet meer met vaste contracten. Ferwerda wil gewoon in loondienst blijven. Hij vreest als schijnzelfstandige te worden behandeld.

→ Klik hier voor alle nieuwsberichten.

Rechtspraak

Nederlandse rechtspraak

  • 14.04.2017 Hoge Raad 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:689, JAR 2017/136, m.nt. F.G. Laagland, RAR 2017/97
    De Hoge Raad past het Ruhrlandklinik-arrest in Nederland toe door te oordelen dat het belemmeringsverbod in de zin van artikel 9a Waadi ook van toepassing is wanneer een werknemer na einde van de terbeschikkingstelling als zzp-er gaat werken voor de (voormalige) inlener. Dit is bijvoorbeeld direct relevant voor bedrijven die zzp-ers via een broker inhuren.
  • 04.04.2017 Rechtbank Den Haag 4 april 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:11302
    De rechtbank oordeelt dat sprake is van een v.o.f. waarin koeriersdiensten worden verricht en dat de chauffeurs niet in dienstbetrekking waren bij eiseres. De aan eiseres opgelegde naheffingsaanslagen loonheffingen zijn derhalve onterecht.

Europese rechtspraak

  • 29.11.2017 Hof van Justitie EU (C-214/16), ECLI:EU:C:2017:914, JAR 2018/17 m.nt. H.J. Funke, Annotaties AR 2018-0055, TRA 2018/33 m.nt. M. Kullmann, RAR 2018/37 (Conley King / The Sash Window Workshop Ltd & Richard Dollar)
    Een ‘worker’ (die tot zijn pensionering werkte op basis van een ‘self-employed commission-only contract’) mag het recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon doorschuiven en opsparen tot het einde van het dienstverband, wanneer de werkgever geen duidelijkheid heeft gegeven over de loondoorbetaling tijdens het opnemen van de vakantie. Vakantiedagen kunnen dan niet vervallen. Dat heeft het EU-Hof geantwoord op prejudiciële vragen van de Britse ‘Court of Appeal’. Dit Britse hof vroeg het HvJ EU of op grond van artikel 7 van Arbeidstijdenrichtlijn 2003/88 een ‘worker’ eerst vakantie moet opnemen voordat kan worden vastgesteld of hij recht heeft op behoud van loon.
    • Klik hier voor het persbericht over dit arrest.
    • Klik hier voor een nieuwsbericht van het Expertisecentrum Europees Recht over de Britse procedure en dit arrest.
  • 17.11.2016 Hof van Justitie EU, ECLI:EU:C:2016:883 (C-216/15) (Ruhrlandklinik)
    In dit arrest (Ruhrlandklinik-arrest) oordeelt het Hof van Justitie EU dat het werknemersbegrip in het kader van Europese richtlijnen soms breder is dan dat van de nationale wetgeving. In dat geval moet de nationale rechter het bredere Europese werknemersbegrip toepassen.
  • 04.12.2014 Hof van Justitie EU, ECLI:EU:C:2014:2411 (C-413/13) (FNV KIEM)
    Minimumtarieven in een cao voor zelfstandigen vallen alleen dan niet onder de reikwijdte van artikel 101 VWEU (artikel 6 Mw) indien sprake is van ‘schijnzelfstandigen’.

Literatuur

Tijdschriften

  • H.J.W. Alt, ‘De gedwongen vrijheid van de maaltijdbezorger en de plannen van het kabinet Rutte III’, TRA 2018/36
  • W.L. Roozendaal, ‘Verjaring van vakantieaanspraken in geval van schijnzelfstandigheid’, Annotaties AR 2018-0055
    In deze annotatie bespreekt Roozendaal het Conley King / The Sash Window Workshop Ltd & Richard Dollar-arrest van het Hof van Justitie EU. Zij wijst onder meer op een mogelijk nieuwe staatsaansprakelijkheid nu het Hof van Justitie EU heeft geoordeeld dat vakantieaanspraken onder omstandigheden niet mogen vervallen noch mogen verjaren. Tevens wijst zij erop dat werkgevers erop bedacht moeten zijn dat ‘opdrachtnemers’ zich achteraf met succes op het standpunt kunnen stellen dat sprake was van een arbeidsovereenkomst en over de hele duur van de arbeidsprestatie recht hebben op vakantieverlof (de verval- en verjaringstermijnen zijn dan namelijk in strijd met EU-recht).
  • E. Verhulp, ‘Platformwerkers verdienen meer!’, ArbeidsRecht 2018/1
    De vraag die Verhulp in deze bijdrage onderzoekt is of op de rechtsrelatie tussen een werker en een platform dat zijn arbeid bemiddelt de uitzendrichtlijn (Richtlijn 2008/104/EG) en de deels daarop gebaseerde Waadi van toepassing zijn, ook als de rechtsrelatie van de werker en het platform geen arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:610 BW is.
  • C.L. Waterman, ‘Richtlijnconforme interpretatie van het Nederlands werknemersbegrip’, TAO 2017/4, p. 218-222
    In deze bijdrage zal aan de hand van voorbeelden worden ingegaan op de discrepantie die lijkt te bestaan tussen het Nederlandse werknemersbegrip en het werknemersbegrip in Europese richtlijnen en hoe deze discrepantie kan leiden tot fricties in nationale rechtspraak. De beoogde plannen op dit onderwerp zoals die zijn gepresenteerd in het regeerakkoord op 10 oktober 2017 zullen daarbij ook aan bod komen.
  • M.M. van den Berg, ‘The (possible) impact and consequences of Aslam and others v Uber B.V. and others for the industry in the UK and the Netherlands’, TAO 2017, nr. 3, p. 144-152
  • A.R. Houweling, ‘De onbelemmerde richtlijnconforme uitleg van artikel 9a Waadi’, ArA 2017/2, p. 66-79
    “De auteur staat in dit commentaar stil bij twee vragen: Beschermt artikel 9a Waadi ook een ex-werknemer die bij de inlener op basis van een overeenkomst van opdracht (geen arbeidsovereenkomst) werkzaamheden gaat verrichten? En zo ja, bieden de tekst en toelichting van artikel 9a Waadi de nationale rechter voldoende ruimte richtlijnconform te interpreteren? Beschermt artikel 9a Waadi ook de werknemer die reeds een vast contract heeft bij de uitlener?”
  • A.R. Houweling, ‘Richtlijnconforme interpretatie van het belemmeringsverbod van artikel 9a Waadi: alle vragen beantwoord?’, AR 2017-0466
    In deze annotatie wordt het arrest van de Hoge Raad van 14 april 2017 inzake het belemmeringsverbod van artikel 9a Waadi behandeld.
  • F.M. Dekker, ‘Het belemmeringsverbod van art. 9a Waadi’, TRA 2017/74
    In dit artikel wordt het arrest van de Hoge Raad van 14 april 2017 inzake het belemmeringsverbod van artikel 9a Waadi behandeld.
  • J.J.M. de Laat, ‘De overeenkomst van opdracht, algemene voorwaarden en de zelfstandige zonder personeel’, TRA 2017/69
    Dit artikel gaat over de oplossingen voor schijnzelfstandigheid door middel van het aanhaken aan de arbeidsovereenkomst, de wettelijke regels van de overeenkomst van opdracht, welke bescherming de zzp'er in beroep of bedrijf geniet als hij consument is, de wettelijke regeling van de algemene voorwaarden die een zzp'er tegemoet kan komen in zijn verhouding tot de opdrachtgever en of een standaardregeling op grond van artikel 6:214 BW een oplossing kan bieden voor een tekort aan bescherming van de zzp'er zonder dat de overheid ingrijpt.
  • A. Stege, ‘De cao en bepalingen die betrekking hebben op zzp'ers’, ArbeidsRecht 2016/44
    In dit artikel worden de mogelijkheden besproken die werknemers, gelet op mededingingsregels, hebben om zich door cao's te beschermen. Tevens komt aan de orde of zelfstandigen ten behoeve van zichzelf collectieve overeenkomsten mogen sluiten.

Boeken

  • 12.02.2018 J.H. Bennaars, J.M. van Slooten, E. Verhulp en M. Westerveld (red.), De werknemerachtige in het sociaal recht. Een verkenning, Deventer: Wolters Kluwer 2018
  • D.J.B. de Wolff en F.J.L. Pennings, Exit onderneming werknemer en het einde van de dienstbetrekking, Deventer: Kluwer 2009, Hoofdstuk 20: Dienstbetrekking of zelfstandig ondernemerschap, de reikwijdte van de sociaalrechtelijke bescherming van de zelfstandige zonder personeel
    In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de situatie waarin een dienstbetrekking teneinde komt en de voormalige werknemer als zzp'er aan de slag gaat.

Publicaties overheid

  • 30.03.2018 Verslag kick-off bijeenkomst ‘zelfstandig werken’ (bron: ministerie SZW)
    Om te weten hoe de ‘veldpartijen’ tegen de maatregelen in het regeerakkoord over zelfstandigen aankijken, hebben de ministeries van SZW, Financiën en EZK op  24 januari 2018 een kick-off bijeenkomst met een brede variëteit aan veldpartijen georganiseerd waar is geluisterd naar wat voor hen belangrijk is.
  • 30.03.2018 Kamervragen en antwoorden over dat Schiphol Deliveroo inzet voor bezorging aan de gate (Aanhangsel Handelingen II 2017/18, 1616) (bron: www.overheid.nl)
  • 12.02.2018 Kamervragen met antwoorden over de uitspraak van het Europese Hof van Justitie dat Uber een taxibedrijf is (Aanhangsel Handelingen II 2017/18, 1133) (bron: www.overheid.nl)
    De minister van SZW verduidelijkt dat het Europese Hof van Justitie (het Hof) in deze zaak geen uitspraak heeft gedaan over de vraag of een Uber chauffeur als werknemer dient te worden beschouwd. Het is aan een nationale rechter om aan de hand van feiten en omstandigheden van het concrete geval vast te stellen of sprake is van een werknemersrelatie. Inzake de vraag naar de kwalificatie van de werkrelatie tussen Uber en zijn chauffeurs verwijst de minister naar het onafhankelijk onderzoek dat hij momenteel laat uitvoeren. Het doel van dit onderzoek is om meer inzicht in de omvang van het aantal mensen dat hierin werkt en de manier van werken (onder welke omstandigheden) in de kluseconomie te krijgen. Naast een beschrijving van de feitelijke stand van zaken zal het onderzoek ook inzicht bieden in de arbeidsrechtelijke, fiscaalrechtelijke en sociaalrechtelijke aspecten die het werken in de kluseconomie met zich meebrengt. Oplevering van het onderzoek is voorzien in het voorjaar van 2018 en geeft een duidelijker beeld over de werkzaamheden binnen de kluseconomie. De minister zegt voorts dat het niet aan hem is om een uitspraak over specifieke gevallen te doen. Het is aan de belastinginspecteur en bij blijvend verschil van mening aan een rechter om de feiten en omstandigheden van een individueel geval te beoordelen en een uitspraak te doen over de vraag of iemand werkzaam is in dienstbetrekking of niet en indien iemand als opdrachtnemer werkzaam is, of deze persoon dan als zelfstandig ondernemer kwalificeert.
  • 09.02.2018 Brief regering inzake Roadmap vervanging DBA (Kamerstuk 34036, 68) (bron: www.overheid.nl)
    Uit deze brief blijkt dat de opschorting van de handhaving van de Wet DBA (behalve bij kwaadwillenden) in ieder geval wordt verlengd tot 1 januari 2020. In de brief wordt tevens ingegaan op de route naar inwerkingtreding van de wetgeving betreffende de vervanging van de Wet DBA (gestreefd wordt naar een inwerkingtreding per 1 januari 2020), de wijze waarop de ‘veldpartijen’ daarbij betrokken zullen worden en hoe gedurende deze periode de handhaving bij kwaadwillende zal plaatsvinden. Op de inhoudelijke keuzes van het kabinet wordt later ingegaan in een zogenoemde hoofdlijnenbrief.
  • 09.01.2018 Kamerbrief met reactie op het rapport van het Rathenau Instituut inzake de bescherming van publieke belangen in de deeleconomie (Kamerstuk 33009, 47) (bron: www.overheid.nl)
    In deze brief reageert de staatssecretaris van EZK op bovengenoemd rapport van het Rathenau Instituut. De brief schetst hoe het kabinet omgaat met de deel- en kluseconomie en de inzichten en aanbevelingen van het Rathenau-rapport. De staatsecretaris gaat onder meer in op de ‘juridische status’ van platforms. Hij stelt voorop dat de ‘juridische status’ van platforms niet te benoemen valt. Welke regelgeving op een platform van toepassing is, is afhankelijk van welke activiteiten dat platform uitvoert en welke diensten het verricht. Ook gaat hij in op de ‘rechtspositie bij werk via platforms’. Bij platforms in de kluseconomie is cruciaal of de arbeid wordt verricht vanuit een positie als werknemer of als zelfstandige, dus of het platform optreedt als werkgever of enkel als bemiddelaar van vraag en aanbod. Het kabinetsbeleid is erop gericht om ‘schijnzelfstandigheid’ tegen te gaan. De minister van SZW heeft aangegeven dat het kabinet geen oordeel kan geven over de status van (het werken bij) Deliveroo of andere platforms, omdat beoordeling en duiding van de feitelijke individuele omstandigheden van een arbeidsrelatie uiteindelijk aan de rechter is. De staatssecretaris wijst op het onderzoek dat de minister van SZW momenteel uitvoert om een beter inzicht te krijgen in hoeveel mensen via klusplatforms werken en onder welke omstandigheden zij dat doen. Hierbij komen ook mogelijke arbeidsrechtelijke, sociaalrechtelijke en fiscaalrechtelijke aspecten aan de orde. Voorts wijst de staatsecretaris op de maatregelen die zijn aangekondigd in het Regeerakkoord en op de brief die op korte termijn naar de Tweede Kamer wordt gestuurd, waarin wordt ingegaan op de uitvoering van de aangekondigde maatregelen rond het thema ‘werken als zelfstandige’, de verlenging van het handhavingsmoratorium van de Wet DBA en op welke wijze de handhaving op schijnzelfstandigheid bij kwaadwillende opdrachtgevers in de tussentijd zal worden opgepakt.
  • 21.12.2017 Motie over de fietskoeriers van Deliveroo (Kamerstuk 34775-XV, 62). Verworpen (bron: www.overheid.nl)
  • 21.12.2017 Motie over de situatie op de markt voor maaltijdbezorging (Kamerstuk 34775-XV, 47). Aangenomen (bron: www.overheid.nl)
    Met deze motie verzoekt de Tweede Kamer het kabinet, zich uit te spreken over de situatie op de markt voor maaltijdbezorging en om met de spelers op deze markt in gesprek te gaan. Tevens wordt verzocht om te kijken of er meer mogelijkheden zijn om bij evidente kwaadwillendheid te handhaven, en of daarbij samenwerking kan worden gezocht met de inspectie van SZW en de risicoanalyse die bij de Inspectie SZW wordt gebruikt.
  • 15.12.2017 Brief regering inzake reactie op verzoek commissie om nadere informatie zorgplicht van de opdrachtgever (Kamerstuk 29544, 809) (bron: www.overheid.nl)
    In deze Kamerbrief geeft de minister van SZW gehoor aan het verzoek van de Tweede Kamer om schriftelijk in te gaan op het begrip zorgplicht van de opdrachtgever, de concrete betekenis ervan in de praktijk en de mate waarin hier zekerheden aan ontleend kunnen worden. De minister merkt op dat de suggestie die is ontstaan dat zelfstandigen, net als werknemers, collectief verzekerd zijn voor ongevallen en arbeidsongeschiktheid, niet correct is. Ter toelichting gaat hij in op de wettelijke zorgplicht van de opdrachtgever (artikel 7:658 BW) en de gevolgen van de schending van deze zorgplicht. De minister geeft aan dat hij niet beschikt over informatie die inzicht biedt in de concrete betekenis van de zorgplicht in de praktijk. Voorts merkt de minister op dat een werknemer, in tegenstelling tot een opdrachtnemer, verplicht verzekerd is voor ziekte en arbeidsongeschiktheid. Tot wijst hij op het onafhankelijke onderzoek dat zal worden uitgevoerd naar de omvang en de manier van werken in de kluseconomie. Naast een beschrijving van de feitelijke stand van zaken zal dit onderzoek ook inzicht bieden in de arbeidsrechtelijke, fiscaalrechtelijke en sociaalrechtelijke aspecten die het werken in de kluseconomie met zich meebrengt, aldus de minister. Oplevering van het onderzoek is voorzien in het voorjaar van 2018.
  • 13.11.2017 Motie over de onderhandelingspositie van zzp'ers (Kamerstuk 34775-VIII, 19). Aangenomen (bron: www.overheid.nl)
  • 26.10.2017 Kamervragen met antwoorden over maaltijdbezorger Deliveroo die alle koeriers in loondienst gaat vervangen door (schijn)zelfstandigen (Aanhangsel Handelingen II 2017/18, 288) (bron: www.overheid.nl)
    De minister geeft aan (1,2) dat hij geen inzicht heeft in de feitelijke onderhandelingspositie van de fietskoeriers ten opzichte van Deliveroo en dat hij om die reden geen uitspraken daarover kan doen. Ook geeft de minister aan (3) niet bekend te zijn met de specifieke situatie waarin (schijn)constructies plaatsvinden maar dat hij om oneigenlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden te voorkomen reeds maatregelen heeft getroffen, zoals de Wet aanpak schijnconstructies en de uitbreiding van de reikwijdte van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. (4) In zijn algemeenheid, meent de minister dat het een zorgelijke ontwikkeling is dat steeds meer werknemers worden vervangen door zelfstandigen en dat zij zich gedwongen zien slechtere arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden te accepteren. (5) Met betrekking tot eventuele concrete onderzoeken van de Inspectie SZW doet de minister geen mededelingen; sociale partners houden toezicht op de naleving van cao-voorwaarden. Zij kunnen op grond van artikel 10 van de Wet AVV een verzoek indienen bij de Inspectie SZW ter ondersteuning van dit toezicht. (6) Tot slot vindt de minister het positief als mensen voor zichzelf opkomen.
  • 10.10.2017 Regeerakkoord 2017-2021 (Vertrouwen in de toekomst, p. 25-26 ‘Werken als zelfstandige’) (bijlage bij Kamerstuk 34700, 34) (bron: www.overheid.nl)
  • 25.09.2017 Kamervragen met antwoorden over maaltijdbezorger Deliveroo die alle koeriers in loondienst gaat vervangen door (schijn)zelfstandigen (Aanhangsel Handelingen II 2017/18, 39) (bron: www.overheid.nl)
    De minister laat een onafhankelijk onderzoek uitvoeren om een beter beeld te krijgen van de bedrijven en platforms die zich manifesteren in de kluseconomie (gig economy) en om een inschatting te kunnen maken van het aantal mensen dat hierin werkt en onder welke omstandigheden zij dat doen. Dit onderzoek heeft al doel om meer inzicht in de omvang van en de manier van werken in de kluseconomie te krijgen. Naast een beschrijving van de feitelijke stand van zaken zal het onderzoek ook inzicht bieden in de arbeidsrechtelijke, fiscaalrechtelijke en sociaalrechtelijke aspecten die het werken in de kluseconomie met zich meebrengt. Oplevering van het onderzoek is voorzien in het voorjaar van 2018. Op dat moment bestaat een duidelijker beeld of maatregelen nodig zijn.
  • 22.05.2017 Aanbiedingsbrief rapport varianten kwalificatie arbeidsrelatie (Kamerstuk 34036, 64) (bron: www.overheid.nl)
    In deze brief biedt de minister van SZW het ambtelijk rapport aan met een aantal varianten voor de kwalificatie van de arbeidsrelatie aan de Tweede Kamer.
  • 20.04.2017 Brief regering inzake Derde Voortgangsrapportage van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties Wet DBA) (Kamerstuk 34036, 63) (bron: www.overheid.nl)
    In deze brief informeert de staatssecretaris van het ministerie van Financiën de Tweede Kamer over de ontwikkelingen omtrent de Wet DBA aan de hand van een analyse van de Belastingdienst inzake een beeld van de omzetontwikkeling van zzp'ers.   
  • 21.02.2017 Brief regering met reactie op het verzoek van het lid Omtzigt, gedaan tijdens de Regeling van Werkzaamheden van 14 februari 2017, over het artikel ‘Nieuwe wet kost 122.000 zzp'ers omzet’ uit Trouw van maandag 13 februari 2017 (Kamerstuk 31311, 180) (bron: www.overheid.nl)
    In deze brief reageert de staatssecretaris van het ministerie van Financiën op het artikel ‘Nieuwe wet kost 122.000 zzp'ers omzet’ uit Trouw van maandag 13 februari 2017. Hij gaat onder meer in op de uitkomsten van het onderzoek van de KvK onder 580 zzp'ers in relatie tot bovengenoemd artikel.
  • 22.12.2016 Beantwoording Kamervragen over de Wet DBA en de positie van zzp'ers (Aanhangsel Handelingen II 2016/17, 844) (bron: www.overheid.nl)
    De staatssecretaris van het ministerie van Financiën beantwoordt de Kamervragen over de Wet DBA en de positie van zzp'ers naar aanleiding van de artikelen ‘Tienduizenden zzp’ers lopen opdrachten mis door nieuwe wet’ (NOS.nl), ‘Zzp'ers in de problemen door wet DBA’ (Adformatie.nl) en ‘Ondernemers in zwaar weer, wat maakt het zo spannend?’ (bron: Rein.nl).
  • 21.11.2016 Brief inzake aanbieding tweede voortgangsrapportage DBA (Kamerstuk 34036, M) (bron: www.overheid.nl)
    Met deze brief wordt de Tweede Voortgangsrapportage DBA met bijlagen door de staatssecretaris van het ministerie van Financiën aangeboden aan de Eerste Kamer.    
    • met bijlage: Brief aan de Tweede Kamer van 18 november 2016 inzake Tweede Voortgangsrapportage DBA
    • met bijlage: Rapport Boot
      De Commissie (Model)overeenkomsten in het kader van de Wet DBA (= Commissie Boot) heeft de opdracht gekregen te onderzoeken of de Belastingdienst de Wet DBA op juiste wijze heeft toegepast bij de beoordeling van (model)overeenkomsten. De Commissie concludeert dat deze wijze van toetsing moeilijk te verenigen is met het door de Hoge Raad geformuleerde uitgangspunt, dat alle omstandigheden van het geval moeten worden beoordeeld. De Commissie vindt het niet nodig om het systeem van de modelovereenkomsten los te laten. Wel dient een nadere invulling van dat systeem te komen: het moet helderder worden wanneer en op basis van welke criteria overeenkomsten vooraf zullen worden goedgekeurd en achteraf zullen worden getoetst.
    • met bijlage: Bijlage 2 tot en met 4 Tweede Voortgangsrapportage DBA
      Bijlage 2 gaat over het meldpunt DBA: ingegaan wordt op de bevindingen van dit meldpunt.
      Bijlage 3 gaat over de voortgang van de beoordeling van de modelovereenkomsten. Er wordt een overzicht gegeven van de stand van zaken per soort overeenkomst per 14 november 2016.
      Bijlage 4 gaat over de invulling van het begrip kwaadwillenden.
  • 18.11.2016 Brief regering inzake Tweede Voortgangsrapportage van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Kamerstuk 34036, 40) (bron: www.overheid.nl)
    Met deze brief wordt de Tweede Voortgangsrapportage DBA met bijlagen door de staatssecretaris van het ministerie van Financiën aangeboden aan de Tweede Kamer.     
    • met bijlage: Bijlagen bij Tweede Voortgangsrapportage Wet DBA
      Bijlage 2 gaat over het meldpunt DBA: ingegaan wordt op de bevindingen van dit meldpunt.
      Bijlage 3 gaat over de voortgang van de beoordeling van de modelovereenkomsten. Er wordt een overzicht gegeven van de stand van zaken per soort overeenkomst per 14 november 2016.
      Bijlage 4 gaat over de invulling van het begrip kwaadwillenden.
    • met bijlage: Commissie (Model)overeenkomsten eindrapport
      De Commissie (Model)overeenkomsten in het kader van de Wet DBA (= Commissie Boot) heeft de opdracht gekregen te onderzoeken of  de Belastingdienst de Wet DBA op juiste wijze heeft toegepast bij de beoordeling van (model)overeenkomsten. De Commissie concludeert dat deze wijze van toetsing moeilijk te verenigen is met het door de Hoge Raad geformuleerde uitgangspunt, dat alle omstandigheden van het geval moeten worden beoordeeld. De Commissie vindt het niet nodig om het systeem van de modelovereenkomsten los te laten. Wel dient een nadere invulling van dat systeem te komen: het moet helderder worden wanneer en op basis van welke criteria overeenkomsten vooraf zullen worden goedgekeurd en achteraf zullen worden getoetst.

Rapporten / onderzoeken / studies

  • 13.11.2017 Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (VNO-NCW en MKB Nederland) (bron: website Tweede Kamer)
    In deze paper getiteld “Veel (werk)kansen door de platformeconomie binnen bestaande rechtsstelsel” geven VNO-NCW en MKB-Nederland onder meer aan dat digitale platformen het makkelijker maken dat mensen werk vinden of in hun eigen inkomen kunnen voorzien. Zij genereren ook hoogwaardige werkgelegenheid vanwege de technologie die ervoor benodigd is. Tegelijkertijd is er discussie over de status van platformwerkers en de zekerheden die aan hun status verbonden zijn. VNO-NCW en MKB-Nederland vinden dat de constructies die nu voorkomen in “de” platformeconomie passen binnen het bestaande rechtsstelsel: net zoals in de rest van de arbeidsmarkt hangt het van de omstandigheden van het geval af of er sprake is van een arbeids- of opdrachtovereenkomst. Indien men daarin andere keuzes wil maken, is dat, aldus VNO-NCW en MKB-Nederland, een veel bredere discussie dan die alleen over “de” platformeconomie. De gig-economy accentueert slechts dat vraagstuk. Daarom vinden zij dat “de” platformeconomie niet apart moet worden gereguleerd. De benodigde herbalancering rond zzp-flex-vast wordt geleverd door de plannen in het Regeerakkoord. De invoering van de ondernemersovereenkomst kan helpen om een zelfstandige een duidelijke positie te geven in het Burgerlijk Wetboek.
  • 06.11.2017 Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (Foodora) (bron: website Tweede Kamer)
    Foodora legt de werking uit van een platform in de maaltijdbezorgmarkt. Ook wordt ingegaan op de veranderde verhouding tussen een werkgever versus werkende (freelance, payroll en arbeidsovereenkomst) en de rol van de overheid en de vraag in hoeverre de huidige wet- en regelgeving voldoet. Foodora sluit af met enkele kernboodschappen aan de vaste commissie voor SZW. In een bijlage bij deze paper staat een rekenvoorbeeld waarmee volgens Foodora wordt aangetoond dat bij het freelancemodel aantoonbaar sprake is van schijnzelfstandigheid en daarmee van oneerlijke concurrentie.
  • 06.11.2017 Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (Deliveroo) (bron: website Tweede Kamer)
    Deliveroo gaat in op het vraagstuk flexibiliteit vs. zekerheid in de platformeconomie. Volgens Deliveroo creëert de on-demand economie mogelijkheden voor mensen die flexibel willen werken. Hierbij is het dilemma dat het Nederlandse (arbeids)recht maar twee smaken kent: loondienst of zelfstandige. Een mogelijke oplossing voor de platformeconomie is om via wetgeving een nieuwe tussenvorm te creëren van werknemers die niet meer op uurbasis maar op verrichtingenbasis worden betaald en die wel een beroep kunnen doen op sociale zekerheidsrechten. Ook in Nederland is er een politieke visie nodig op de sterk groeiende platformeconomie. Deliveroo groeit snel en kan nu alleen via het zzp-model voldoen aan de grote vraag naar maaltijden in piekuren. Deliveroo wil ook graag duidelijkheid over hoe de platformeconomie geregeld kan worden, maar vraagt om hierbij rekening te houden met de dynamiek waarbij niet per uur wordt gewerkt en betaald, maar per opdracht. Afgesloten wordt met een ‘biografie’ van Deliveroo (wat is Deliveroo, wie werkt er met Deliveroo, hoe werkt Deliveroo met riders, wat biedt Deliveroo de freelance riders).
  • 06.11.2017 Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (Takeaway.com/Thuisbezorgd.nl) (bron: website Tweede Kamer)
    Ingegaan wordt op wat Takeaway.com voor ‘platformbedrijf’ is en wat zij doet (met illustratie). De meerderheid van de bezorgers werkt in (vaste) dienst. Takeaway maakt onderscheid tussen de platformeconomie, waartoe Takeaway behoort en een uitvloeisel hiervan, de zogenaamde ‘gig-economie’ waarbij een medewerker of zzp’er betaald wordt per ‘optreden’. Daar is Takeaway geen voorstander van. Takeaway stipt de huidige wetgeving(splannen) aan, zoals de plannen in het Regeerakkoord om een minimumuurtarief voor zzp’ers in te voeren en een tussenvorm van arbeid. Takeaway meent dat wanneer een businessmodel niet succesvol kan zijn onder bestaande wetgeving, niet de wetgeving, maar het businessmodel heroverweging behoeft. Takeaway gelooft niet in het ‘gig-model’ dat arbeidsvoorwaarden steeds verder uitholt.
  • 06.11.2017 Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (Temper) (bron: website Tweede Kamer)
    Kort uitgelegd wordt wat Temper inhoudt. Beschreven worden de voordelen voor de opdrachtnemers, die bewust kiezen voor autonomie en flexibiliteit met betaling per opdracht en de voordelen voor de opdrachtgever. Temper biedt nog geen oplossing voor de sociale zekerheid, maar vindt verzekering tegen arbeidsongeschiktheid erg belangrijk. Opdrachtnemers kunnen op korte termijn verbonden gaan worden met online pensioenbank Brand New Day. Temper meent dat de huidige wet- en regelgeving geen rekening houdt met nieuwe technologieën en daarom onbedoeld beperkend is. Temper beschouwt het als plicht als innovatief platform om tot een duurzame oplossing te komen op sociaaleconomisch en arbeidsrechtelijk gebied, waar de kern van vaste medewerkers hand in hand gaat met een flexibele schil van opdrachtnemers.
  • 02.11.2017 Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (ONL voor Ondernemers) (bron: website Tweede Kamer)
    ONL voor Ondernemers meent dat het Nederlandse arbeidsrecht en sociale zekerheidsstelsel niet meer bij de hedendaagse economie en arbeidsmarkt passen. Herziening van het arbeidsrecht en de sociale zekerheidsregels is noodzakelijk. Hierbij moet het uitgangspunt zijn dat er flexibiliteit en zekerheid komt voor ondernemers én werkenden. Vaste arbeidscontracten voor onbepaalde tijd bieden niet meer de benodigde zekerheid aan werkenden en zijn in sommige gevallen te rigide en onwerkbaar voor ondernemers. ONL voor Ondernemers pleit voor vernieuwing van het arbeidsrecht (wettelijk vastleggen van drie verschillende groepen werkenden), vernieuwing van de sociale zekerheid en vernieuwing van het belastingstelstel (fiscale regelgeving moet aansluiten op het arbeidsrecht en het sociale zekerheidsstelsel).
  • 02.11.2017 J.M. van Slooten, Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (Universiteit van Amsterdam/Stibbe) (bron: website Tweede Kamer)
    Jaap van Slooten beschrijft in de position paper de definitie van platformarbeid: een fysieke dienst die online wordt getransigeerd door middel van een applicatie of een website. Vervolgens gaat hij in op de arbeidsrechtelijke vragen die platformarbeid oproept. De vragen vallen uiteen in de volgende categorieën: (1) multilateraliteit: bij werkplatforms is sprake van meerdere werkrelaties, (2) de kwalificatievraag: is er sprake van een arbeidsovereenkomst of van een andere relatie? en (3) verouderd arbeidsrecht: veronderstelt platformwerk ook platformarbeidsrecht? Bij deze laatste vraag geeft Van Slooten een aantal thema’s (collectieve actie, medezeggenschap, discriminatie en de werking van het algoritme) waarin het huidige arbeidsrecht en de nieuwe ontwikkelingen nog niet helemaal goed op elkaar aansluiten. Hij sluit af met de conclusie dat het arbeidsrecht nog niet goed is ingesteld op platformarbeid en geeft de politiek drie beleidsopties die de arbeidsrechtelijke vragen in meer of mindere mate kunnen oplossen. Ten eerste: de verruiming van het arbeidsrecht, zodat platformwerkers voortaan onder het arbeidsrecht vallen. Als tweede: de invoering van een tussencategorie voor platformwerkers. Ten derde: niets wijzigen, waardoor de wetgever het aan de rechter laat om te bepalen wat voor rechten een platformwerker heft.
  • 01.11.2017 Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (AVV) (bron: website Tweede Kamer)
    Volgens AVV lijken werkplatforms op uitzendbureaus: ze brengen vraag en aanbod van arbeid bij elkaar, maar dan vele malen efficiënter en goedkoper. In de gig-economy hebben werkenden in de regel geen arbeidsovereenkomst, als er al een arbeidsovereenkomst is, gaat het om een nuluren- of tijdelijk deeltijdcontract. Veel platforms regelen werk voor zzp’ers. De functie van platformbedrijven in de arbeidsmarkt is in feite allocatie van werk en werkende aan degene die dat werk uitgevoerd wil hebben, vergelijkbaar met de functie van uitzendbureaus. De belangrijkste vraag luidt: zijn platformbedrijven werkgevers of een techbedrijf dat slechts verbindingen legt? De hyperarbeidsmarktwerking die een bijna perfecte efficiëntie voor opdrachtgever en consument regelt, doet dat in principe niet voor de werkende. Het is voor een platformwerker moeilijk om voldoende inkomen te verdienen. De huidige wetgeving voldoet niet volgens AVV. De cruciale juridische vraag of een werkende een arbeidsovereenkomst heeft met het platform is en blijft een lastige. AVV pleit ervoor dat platforms die arbeid in een gezagsverhouding organiseren door de overheid in beginsel worden aangemerkt als werkgever. De platforms die als marktplaats voor ondernemende (fulltime) zzp’ers fungeren zijn geen werkgever, aldus AVV. AVV is geen voorstander van het formaliseren van een ‘derde’ categorie werkenden. De overheid kan duidelijkheid verschaffen of een bepaald platform wel of niet werkgever is via een Autoriteit Arbeidsrelatie (mogelijk een afdeling van ISZW). Voorts kunnen sociale partners cao’s opstellen voor diverse platforms.
  • 31.10.2017 W.H.A.C.M. Bouwens, Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (Vrije Universiteit) (bron: website Tweede Kamer)
    Bouwens gaat in op de algemene afbakeningsproblematiek bij overeenkomsten tot het verrichten van arbeid, die hij vervolgens toepast op platformarbeid. Volgens Bouwens mag worden aangenomen dat de Nederlandse rechter een overeenkomst tussen Uber en haar chauffeurs als een arbeidsovereenkomst zou kwalificeren. Bij een platform als Helpling ziet hij eveneens dat de rol van het platform verder reikt dan het bij elkaar brengen van vraag en aanbod. Op goede gronden kan worden verdedigd dat tussen Helpling en de hulp een arbeidsovereenkomst tot stand komt, op grond waarvan de werknemer ter beschikking wordt gesteld van de klant om onder diens toezicht en leiding schoonmaakwerkzaamheden te verrichten, derhalve een uitzendovereenkomst in de zin van artikel 7:690 BW. Deze platforms moeten worden onderscheiden van platforms die er niet op gericht zijn werkenden en opdrachtgevers met elkaar in contact te brengen, maar op het tot stand brengen van of leveren van bepaalde producten / goederen. Hier verschilt de problematiek in wezen niet van de ‘normale’ afbakeningsperikelen tussen werknemerschap en (schijn)zelfstandigheid. Bouwens constateert dat platformarbeid met enige goede wil inpasbaar is in het reguliere arbeidsrecht. De vraag hoe de arbeidsverhouding moet worden gekwalificeerd is (nog) steeds afhankelijk van alle omstandigheden van het geval. Om te voorkomen dat platformwerkers desondanks tussen wal en schip vallen, kan overwogen worden om meer specifieke regelgeving tot stand te brengen. Bouwens wijst op de mogelijkheid van een gelijkstellingsbepaling op grond waarvan ook arbeid door natuurlijke personen verricht door tussenkomt van een digitaal platform onder de werkingssfeer van de sociale zekerheidswetten wordt gebracht.
  • 31.10.2017 J. Koops, Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (ABU) (bron: website Tweede Kamer)
    De ABU beperkt zich in deze paper tot platforms die zorgen voor het bij elkaar brengen van vraag en aanbod van banen, klussen, skills en diensten. De belangrijkste cijfers inzake platformwerk worden weergegeven evenals de redenen voor de opkomst van platformwerk. Aangegeven wordt wat het ABU-standpunt is over platformarbeid. Er is onduidelijkheid over de status van platformwerkers. Een deel van de platforms lijkt op uitzendbureaus in de zin dat ze zich bezighouden met het ter beschikking stellen van arbeid en het bij elkaar brengen van vraag en aanbod. Het heeft geen zin om werk in de platformeconomie te verbieden, dit dient in goede banen te worden geleid. De ABU vindt een regulerend kader voor platforms gewenst. Er moet helderheid komen over de juridische positie van platforms en platformwerkers. De status van platformwerkers is vooral gediend met duidelijkheid over zelfstandig ondernemerschap (de ondernemersovereenkomst). De ABU is geen voorstander van een specifiek juridisch statuut voor platformwerkers (de ‘afhankelijke contractwerker’, met beperkte sociale zekerheden of bijzondere fiscale regels). De ABU vraagt aandacht voor het realiseren van een gelijk speelveld: in veel gevallen werkt een platform niet anders dan een intermediair / uitzendbureau terwijl platforms zich niet hoeven te conformeren aan de WAADI. De ABU pleit voor loskoppeling van sociale zekerheidsrechten en contractvorm.
  • 25.10.2017 K. Frenken, Position paper ‘Verbeter de onduidelijke positie van platformwerkers t.b.v. rondetafelgesprek op 16 November 2017’ (Universiteit Utrecht) (bron: website Tweede Kamer)
    Frenken gaat in op het verschil tussen de deeleconomie en de kluseconomie. Hij bespreekt de status van de werker in de kluseconomie. De juridische status van de werker t.o.v. het platform is onduidelijk omdat er niet per se een arbeidsovereenkomst is tussen werker en platform, maar wel een afhankelijkheidsrelatie. Daarom zou een platformwerker juridisch als werknemer kunnen worden gezien en het platform waarvoor hij/zij werkt als werkgever/uitzendbureau. Tegelijkertijd kunnen platformwerkers ook als freelancers worden gezien. Zij bepalen immers zelf hun werktijden en de klussen die ze aannemen, en mogen voor meerdere platformen tegelijk werken. Frenken bespreekt vijf manieren om duidelijkheid te scheppen: 1. het aanmerken van platformwerkers als werknemers, 2. aanpassing of interpretatie van de wet zodat platformwerkers als freelancers worden gezien, 3. introductie van een nieuwe juridische categorie in de arbeidswetgeving, die freelancers een aantal sociale rechten geeft (de onzelfstandige zonder personeel (ozp)), 4. aanpassing van de mededingingswet op een manier die het toestaat dat freelancers collectief mogen onderhandelen met platformen, en 5. de variant uit het regeerakkoord waarbij het uurtarief bepaalt of er sprake is van een werknemersstatus.
  • 19.10.2017 R. Egas, Position paper Platformeconomie t.b.v. rondetafelgesprek op 16 november 2017 (Werkspot) (bron: website Tweede Kamer)
    Werkspot geeft aan dat er in Nederland zeer diverse platformen zijn die onder de noemer ‘platformeconomie’ vallen. Werkspot is een totaal andere organisatie dan bijvoorbeeld Helpling of Deliveroo. Voorts wordt ingegaan op het businessmodel van Werkspot. Alleen professionals (vakmannen) mogen zich inschrijven bij Werkspot. Werkspot controleert alle vakmannen voordat zij lid kunnen worden van het platform. De vakmannen bepalen hun eigen uurtarief en betalen voor leads. De vakman heeft de vrijheid om te kiezen welke opdrachten hij interessant vindt. Werkspot vindt dat zij transparantie biedt in vraag en aanbod en kwaliteit. Werkspot gelooft dat zzp’ers en vakbedrijven de vrijheid willen om het beste werk te kiezen. Tot slot geeft Werkspot aan wat zij doet om platformwerkers te ondersteunen: 1. een streng toelatingsbeleid, 2. training van vakmannen in online ondernemerschap, en 3. focus op kwaliteit (en minder op prijs).
  • 21.04.2017 Position paper: Mededingingsrecht in relatie tot samenwerking tussen zzp-ers, Utrecht University (bijlage bij Kamerstuk 31311, 184) (bron: www.overheid.nl)
    Het doel van deze position paper is de leden van de Vaste Commissie voor Economische Zaken (en de Tweede Kamer) te informeren over de juridische voorwaarden bij de toepassing van mededingingsrechtelijke verboden en uitzonderingen en daarbij de mogelijke discussiepunten aan te duiden in relatie tot samenwerking tussen zzp-ers.
  • 31.01.2017 L.G. Verburg, Werken in netwerken, Radboud Universiteit (bijlage bij Kamerstuk 31311, 184)
    “Position paper over het passend zijn en de houdbaarheid van de Mededingingswet in relatie tot de (groei van het aantal) zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers).”
  • 05.04.2016 L.G. Verburg, P.M. Veder, A.G.J.J. Jansen, A.M. Mennens, A.W. Niebeek, S.C. Pepels en F.M.R. van Wersch, Ondernemingen in financiële moeilijkheden en de arbeidsrechtelijke positie van hun werknemers, Radboud Universiteit (bijlage bij Kamerstuk 33695, 11) (bron: www.overheid.nl)
    “Het onderzoek is gericht op het in kaart brengen van de gang van zaken in de praktijk met het doel inzicht te verschaffen in de rol die de arbeidsrechtelijke positie van werknemers in de praktijk speelt bij de wijze waarop wordt geprobeerd financieel noodlijdende ondernemingen te reorganiseren en de gevolgen die het gekozen traject heeft (gehad) voor de betrokkenen.”
  • 06.11.2015 Eindrapport IBO Zelfstandigen zonder personeel, Rijksoverheid (bijlage bij Kamerstuk 34036, H) (bron: www.overheid.nl)
    In dit Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) worden de oorzaken van de opkomst van zzp'ers in Nederland onderzocht en wordt gekeken naar de gevolgen voor de economische groei, de arbeidsmarkt, de sociale zekerheid en de overheidsfinanciën. Vervolgens wordt bekeken hoe aanpassingen in het arbeidsrecht, de sociale zekerheid en de fiscaliteit mogelijke positieve effecten van de opkomst van zzp’ers kunnen versterken of mogelijke negatieve effecten weg kunnen nemen.
  • 12.03.2015 Position paper t.b.v. ‘IBO Zelfstandigen zonder personeel’, Centraal Planbureau (bijlage bij Kamerstuk 34036, H) (bron: www.overheid.nl)
    Deze notitie gaat in op de achtergrondkenmerken van zzp'ers, de oorzaken van hun opkomst, sociaaleconomische gevolgen van de opkomst van zzp'ers en overwegingen bij optimaal beleid.
  • 06.02.2015 Rise and shine? De opkomst en de sociaaleconomische positie van zzp'ers in de Nederlandse economie, Panteia (bijlage bij Kamerstuk 34036, H) (bron: www.overheid.nl)
    In deze position paper wordt ingegaan op onderzoeksvragen van de IBO-werkgroep met betrekking tot de opkomst en de sociaaleconomische positie van zzp'ers in de Nederlandse economie.
  • 15.10.2010 Zzp'ers in beeld: Een integrale visie op zelfstandigen zonder personeel (SER)
    In dit advies gaat de SER in op de sociaal-economische positie van zzp'ers.  

Presentaties

Stibbe

Extern

  • 03.11.2017 B. Emmerig, ‘Presentatie (handen) af van de arbeidsovereenkomst – fiscale aspecten’, (Nationaal Arbeidsrecht Congres |  Holla Advocaten)
    Presentatie over fiscale aspecten van de arbeidsovereenkomst. In dit kader komen de volgende onderwerpen aan de orde: (1) ontwikkelingen in de wet- en regelgeving (VAR, BGL, Wet DBA, Regeerakkoord Rutte III), (2) de relatie tussen het arbeidsrecht en het belastingrecht (Handreiking Wet DBA, Gouden Kooi-arrest, artikel 7:610 BW, B-notarissen-arrest, Groen/Schoevers), (3) de plannen in het Regeerakkoord ten aanzien van zzp’ers (opting out, de webmodule (vergelijking BGL en huidig voorstel, inhoud, lakmoesproef rechtspraak), de opdrachtgeversverklaring (toetsing vooraf – toetsing achteraf, hoe toetst de Belastingdienst, naheffing bij de opdrachtgever), (4) modelovereenkomsten, (5)  vergelijking tussen BGL, Wet DBA en Rutte III, (6) handhaving (uitzondering voor kwaadwillenden) en (7) hoe gaat het nu verder? Als nadere informatie is toegevoegd een onderdeel over de plannen van Rutte III inzake werken als zelfstandige: de positie van zzp’ers op de arbeidsmarkt, de duur van de opdracht, het uurtarief, reguliere / niet-reguliere bedrijfsactiviteiten, de onderkant van de arbeidsmarkt, de formele / materiële gezagsverhouding en de aanpassing van de gezagsverhouding (voorbeelden die niet leiden tot gezag).