Laatst bijgewerkt op 29 november 2018

Inleiding

Op deze pagina brengt het Stibbe team informatie en documenten bijeen over de rechtspositie en (arbeidsrechtelijke) bescherming van zzp'ers. Dit betreft onder meer nieuwsberichten, literatuur, publicaties van de overheid, rapporten en presentaties. Wij besteden hier aandacht aan de zzp'er omdat een deel van de arbeidsrechtelijke issues rondom platformen gaat over de vraag of de platformwerker als werknemer of zelfstandige kan worden gekwalificeerd (of iets er tussenin). De documentatie op deze pagina is dan ook beperkt tot informatie die ook relevant is voor platformarbeid-kwesties.

Nieuwsberichten

  • 27.11.2018 Nieuwe zzp-wet voorlopig opgeschort (bron: BNR Nieuwsradio)
    De nieuwe wet voor zzp'ers komt er op z'n vroegst pas in 2021. Dat meldt minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken in een brief aan de Tweede Kamer. De opvolger van de mislukte wet DBA wordt daarmee opnieuw uitgesteld. Koolmees laat ook weten dat de handhaving opnieuw wordt opgeschort. 'Dit kabinet heeft maatregelen verzonnen zonder mensen uit de praktijk te hebben gesproken', zegt zzp-expert Pierre Spaninks. 'We hebben hier tot uit den treuren voor gewaarschuwd.'
  • 26.11.2018 Nieuwe zzp-wet pas in 2021 (R. Winkel, bron: FD) [zichtbaar na inlog / registratie]
    De Europese Commissie is voor de plannen van het kabinet voor verplicht werknemerschap van laagbetaalde zzp'ers gaan liggen. De wetgeving om schijnzelfstandigheid en concurrentie op arbeidsvoorwaarden te voorkomen, loopt daardoor minstens een jaar vertraging op. Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken schrijft maandag aan de Kamer dat hij aan alternatieven werkt, die hij komend voorjaar ter consultatie gaat voorleggen. De opvolger van de controversiële wet-DBA schuift daarmee op naar januari 2021.
  • 07.11.2018 Grondige opknapbeurt voor de arbeidsmarkt (bron: Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid)
    Minister Koolmees van SZW wil de tweedeling op de arbeidsmarkt aanpakken. Vandaag heeft hij daarom de Wet arbeidsmarkt in balans naar Tweede Kamer gestuurd. Dit pakket maatregelen verkleint de verschillen tussen vast en flexwerk. Het is ook belangrijk om nu al naar de verdere toekomst te kijken. De arbeidsmarkt krijgt de komende jaren te maken met fundamentele veranderingen, zoals robotisering en platformisering, zo stelt minister Koolmees. Daarnaast hebben mensen andere wensen over de vormgeving dan hun werk dan vroeger. Dit zorgt voor nieuwe uitdagingen in de manier waarop we de arbeidsmarkt organiseren. Koolmees heeft daarom een onafhankelijke commissie van experts (Commissie Regulering werk) onder leiding van Hans Borstlap gevraagd onderzoek te doen naar de arbeidsmarkt van de toekomst en hier advies over uit te brengen.
  • 18.10.2018 Uitzendbranche: zzp-economie ondermijnt sociale zekerheden (J. Leupen, bron: FD) [zichtbaar na inlog / registratie]
    De sociale zekerheid van honderdduizenden uitzendkrachten en andere flexwerkers loopt gevaar door de opkomst van zzp-platforms zoals Deliveroo, Uber en Temper. Die dragen geen sociale premies af en kunnen zo lage uurtarieven betalen. Uitzendbedrijven en arbeidsmarktexperts vrezen dat de druk toeneemt op collectieve regelingen zoals doorbetaling bij ziekte, pensioenopbouw en vakantiedagen. De zorgen van uitzenders over uitholling van sociale zekerheden zijn legitiem, vindt Johan Zwemmer, universitair hoofddocent arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Platforms zijn nu nog relatief klein, maar het gaat hard. In wezen vallen alle banen aan de onderkant relatief gemakkelijk te platformiseren: tuinbouw, vervoer, horeca, detailhandel. Daar kan het goedkopere bulksegment voor uitzenders helemaal wegvallen.’
  • 15.08.2018 Permanente vakantie (B. Barentsen, bron: Wezengaatvoorschijn.nl)
    Eind vorig jaar deed het EU Hof wederom een opmerkelijke uitspraak over vakantie. Nog maar een keer heeft het benadrukt dat werknemers, inclusief schijnzelfstandigen, het recht op vakantie niet makkelijk kwijt kunnen raken.
  • 23.07.2018 Wie wordt de held van de zzp’er? (J. de Vries, bron: de Volkskrant)
    Het aantal zzp’ers is de afgelopen jaren geëxplodeerd. Wat problematisch is: de meesten zijn niet verzekerd. Den Haag wordt nu zelfs op de vingers getikt door de Oeso, die vindt dat zelfstandigen beter moeten worden beschermd. Maar hoe? En door wie? De hele arbeidsmarkt moet op de schop, zegt arbeidsrechtdeskundige Johan Zwemmer, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en advocatenkantoor Stibbe. Bescherm iedereen die minder dan een modaal jaarsalaris verdient tegen het zzp-schap, is zijn pleidooi. Dus geen minimumtarief van 15 euro per uur, maar een stevige bodem van zekerheid onder de arbeidsmarkt.
  • 03.07.2018 OESO: flexibilisering Nederlandse arbeidsmarkt doorgeschoten (M. Beunderman, bron: NRC)
    Het Nederlandse kabinet moet meer doen om de positie van zzp’ers en vrouwen op de arbeidsmarkt te versterken. Dit stelt de OESO, de denktank van industrielanden, in een maandag verschenen rapport. Volgens OESO-voorman Angel Gurría presteert de Nederlandse economie „extreem goed”, maar hij vindt wel dat de razendsnelle flexibilisering van de Nederlandse arbeidsmarkt is doorgeschoten.

→ Klik hier voor alle nieuwsberichten.

Rechtspraak

Nederlandse rechtspraak

  • 23.07.2018 Rb. Amsterdam 23 juli 2017, ECLI:NL:RBAMS:2018:5183, JAR 2018/189, m.nt. J.P. Wiewel & J.M. van Slooten (Deliveroo)
    De kantonrechter oordeelt, gezien hetgeen Deliveroo en de maaltijdbezorger zijn overeengekomen en hoe zij vervolgens feitelijk aan die overeenkomst uitvoering en invulling hebben gegeven, dat de rechtsverhouding tussen partijen niet als een arbeidsovereenkomst gekwalificeerd kan worden. Volgens de kantonrechter moge het zo zijn dat in het huidige arbeidsrecht geen rekening is gehouden met de uit de (relatief) nieuwe platformeconomie voorkomende arbeidsverhoudingen maar dat maakt echter nog niet dat de onderhavige beslissing tot dusdanig onaanvaardbare resultaten leidt, dat de redelijkheid en billijkheid tot rechterlijk ingrijpen noopt. Wanneer het ongewenst wordt geacht dat werkplatforms als Deliveroo dergelijke overeenkomsten aanbieden, zal de wetgever daartegen maatregelen moeten treffen. De vorderingen van de maaltijdbezorger worden afgewezen.
  • 14.04.2017 Hoge Raad 14 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:689, JAR 2017/136 m.nt. F.G. Laagland, RAR 2017/97
    De Hoge Raad past het Ruhrlandklinik-arrest in Nederland toe door te oordelen dat het belemmeringsverbod in de zin van artikel 9a Waadi ook van toepassing is wanneer een werknemer na einde van de terbeschikkingstelling als zzp-er gaat werken voor de (voormalige) inlener. Dit is bijvoorbeeld direct relevant voor bedrijven die zzp-ers via een broker inhuren.
  • 04.04.2017 Rb. Den Haag 4 april 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:11302
    De rechtbank oordeelt dat sprake is van een v.o.f. waarin koeriersdiensten worden verricht en dat de chauffeurs niet in dienstbetrekking waren bij eiseres. De aan eiseres opgelegde naheffingsaanslagen loonheffingen zijn derhalve onterecht.

Europese rechtspraak

  • 29.11.2017 Hof van Justitie EU (C-214/16), ECLI:EU:C:2017:914, JAR 2018/17 m.nt. H.J. Funke, Annotaties AR 2018-0055, TRA 2018/33 m.nt. M. Kullmann, RAR 2018/37 (Conley King / The Sash Window Workshop Ltd & Richard Dollar)
    Een ‘worker’ (die tot zijn pensionering werkte op basis van een ‘self-employed commission-only contract’) mag het recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon doorschuiven en opsparen tot het einde van het dienstverband, wanneer de werkgever geen duidelijkheid heeft gegeven over de loondoorbetaling tijdens het opnemen van de vakantie. Vakantiedagen kunnen dan niet vervallen. Dat heeft het EU-Hof geantwoord op prejudiciële vragen van de Britse ‘Court of Appeal’. Dit Britse hof vroeg het HvJ EU of op grond van artikel 7 van Arbeidstijdenrichtlijn 2003/88 een ‘worker’ eerst vakantie moet opnemen voordat kan worden vastgesteld of hij recht heeft op behoud van loon.
    • Klik hier voor het persbericht over dit arrest.
    • Klik hier voor een nieuwsbericht van het Expertisecentrum Europees Recht over de Britse procedure en dit arrest.
  • 17.11.2016 Hof van Justitie EU, ECLI:EU:C:2016:883 (C-216/15), JAR 2016/306 m.nt. J.P.H. Zwemmer (Ruhrlandklinik)
    In dit arrest (Ruhrlandklinik-arrest) oordeelt het Hof van Justitie EU dat het werknemersbegrip in het kader van Europese richtlijnen soms breder is dan dat van de nationale wetgeving. In dat geval moet de nationale rechter het bredere Europese werknemersbegrip toepassen.
  • 04.12.2014 Hof van Justitie EU, ECLI:EU:C:2014:2411 (C-413/13) (FNV KIEM)
    Minimumtarieven in een cao voor zelfstandigen vallen alleen dan niet onder de reikwijdte van artikel 101 VWEU (artikel 6 Mw) indien sprake is van ‘schijnzelfstandigen’.

Literatuur

Tijdschriften

  • P. Kruit & M. Ouwehand, ‘Platformarbeid: de ene platformwerk(nem)er is de andere niet’, TRA 2018/58
    In deze bijdrage geven de auteurs een nadere duiding aan platformarbeid door, na een korte introductie op het fenomeen platformarbeid in paragraaf 2 – in aanvulling op eerdere literatuur – in paragraaf 3 een categorisering aan te brengen in verschillende vormen van platformarbeid. Deze categorieën toetsen zij daarna in paragraaf 4 op basis van hun kenmerken aan het juridisch kader van artikel 7:610 BW om zodoende te analyseren welke vorm van platformarbeid wellicht als arbeidsrelatie in de zin van artikel 7:610 BW kan worden aangemerkt. De auteurs beogen hiermee de discussie over de inpassing van de figuur platformarbeid in haar verschillende facetten in het bestaande juridisch kader (verder) te voeden.
  • W. Smits, ‘De opmars van flexibele arbeid: gevolgen voor mens, organisatie en maatschappij’, Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken 2018 (34), nr. 1, p. 49-61
  • J.M. van Slooten, ‘Het arbeidsrecht moet op de schop’, Ondernemingsrecht 2018/43
  • H.J.W. Alt, ‘De gedwongen vrijheid van de maaltijdbezorger en de plannen van het kabinet Rutte III’, TRA 2018/36
  • W.L. Roozendaal, ‘Verjaring van vakantieaanspraken in geval van schijnzelfstandigheid’, Annotaties AR 2018-0055
    In deze annotatie bespreekt Roozendaal het Conley King / The Sash Window Workshop Ltd & Richard Dollar-arrest van het Hof van Justitie EU. Zij wijst onder meer op een mogelijk nieuwe staatsaansprakelijkheid nu het Hof van Justitie EU heeft geoordeeld dat vakantieaanspraken onder omstandigheden niet mogen vervallen noch mogen verjaren. Tevens wijst zij erop dat werkgevers erop bedacht moeten zijn dat ‘opdrachtnemers’ zich achteraf met succes op het standpunt kunnen stellen dat sprake was van een arbeidsovereenkomst en over de hele duur van de arbeidsprestatie recht hebben op vakantieverlof (de verval- en verjaringstermijnen zijn dan namelijk in strijd met EU-recht).
  • E. Verhulp, ‘Platformwerkers verdienen meer!’, ArbeidsRecht 2018/1
    De vraag die Verhulp in deze bijdrage onderzoekt is of op de rechtsrelatie tussen een werker en een platform dat zijn arbeid bemiddelt de uitzendrichtlijn (Richtlijn 2008/104/EG) en de deels daarop gebaseerde Waadi van toepassing zijn, ook als de rechtsrelatie van de werker en het platform geen arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:610 BW is.
  • C.L. Waterman, ‘Richtlijnconforme interpretatie van het Nederlands werknemersbegrip’, TAO 2017/4, p. 218-222
    In deze bijdrage zal aan de hand van voorbeelden worden ingegaan op de discrepantie die lijkt te bestaan tussen het Nederlandse werknemersbegrip en het werknemersbegrip in Europese richtlijnen en hoe deze discrepantie kan leiden tot fricties in nationale rechtspraak. De beoogde plannen op dit onderwerp zoals die zijn gepresenteerd in het regeerakkoord op 10 oktober 2017 zullen daarbij ook aan bod komen.
  • M.M. van den Berg, ‘The (possible) impact and consequences of Aslam and others v Uber B.V. and others for the industry in the UK and the Netherlands’, TAO 2017, nr. 3, p. 144-152
  • A.R. Houweling, ‘De onbelemmerde richtlijnconforme uitleg van artikel 9a Waadi’, ArA 2017/2, p. 66-79
    “De auteur staat in dit commentaar stil bij twee vragen: Beschermt artikel 9a Waadi ook een ex-werknemer die bij de inlener op basis van een overeenkomst van opdracht (geen arbeidsovereenkomst) werkzaamheden gaat verrichten? En zo ja, bieden de tekst en toelichting van artikel 9a Waadi de nationale rechter voldoende ruimte richtlijnconform te interpreteren? Beschermt artikel 9a Waadi ook de werknemer die reeds een vast contract heeft bij de uitlener?”
  • A.R. Houweling, ‘Richtlijnconforme interpretatie van het belemmeringsverbod van artikel 9a Waadi: alle vragen beantwoord?’, AR 2017-0466
    In deze annotatie wordt het arrest van de Hoge Raad van 14 april 2017 inzake het belemmeringsverbod van artikel 9a Waadi behandeld.
  • F.M. Dekker, ‘Het belemmeringsverbod van art. 9a Waadi’, TRA 2017/74
    In dit artikel wordt het arrest van de Hoge Raad van 14 april 2017 inzake het belemmeringsverbod van artikel 9a Waadi behandeld.
  • J.J.M. de Laat, ‘De overeenkomst van opdracht, algemene voorwaarden en de zelfstandige zonder personeel’, TRA 2017/69
    Dit artikel gaat over de oplossingen voor schijnzelfstandigheid door middel van het aanhaken aan de arbeidsovereenkomst, de wettelijke regels van de overeenkomst van opdracht, welke bescherming de zzp'er in beroep of bedrijf geniet als hij consument is, de wettelijke regeling van de algemene voorwaarden die een zzp'er tegemoet kan komen in zijn verhouding tot de opdrachtgever en of een standaardregeling op grond van artikel 6:214 BW een oplossing kan bieden voor een tekort aan bescherming van de zzp'er zonder dat de overheid ingrijpt.
  • A. Stege, ‘De cao en bepalingen die betrekking hebben op zzp'ers’, ArbeidsRecht 2016/44
    In dit artikel worden de mogelijkheden besproken die werknemers, gelet op mededingingsregels, hebben om zich door cao's te beschermen. Tevens komt aan de orde of zelfstandigen ten behoeve van zichzelf collectieve overeenkomsten mogen sluiten.

Boeken

  • 12.02.2018 J.H. Bennaars, J.M. van Slooten, E. Verhulp en M. Westerveld (red.), De werknemerachtige in het sociaal recht. Een verkenning, Deventer: Wolters Kluwer 2018
  • D.J.B. de Wolff en F.J.L. Pennings, Exit onderneming werknemer en het einde van de dienstbetrekking, Deventer: Kluwer 2009, Hoofdstuk 20: Dienstbetrekking of zelfstandig ondernemerschap, de reikwijdte van de sociaalrechtelijke bescherming van de zelfstandige zonder personeel
    In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de situatie waarin een dienstbetrekking teneinde komt en de voormalige werknemer als zzp'er aan de slag gaat.

Publicaties overheid

Nederland

  • 26.11.2018 Kamerbrief voortgang uitwerking maatregelen ‘werken als zelfstandige’ (Kamerstuk 31311, 212) (bron: www.overheid.nl)
    Eerder (22 juni 2018) heeft het kabinet de Tweede Kamer geïnformeerd over de start van de uitwerking van de wetgeving ter vervanging van de Wet DBA. Met deze tweede voortgangsbrief informeren de minister van SZW en de staatssecretaris van Financiën de Tweede Kamer, mede namens de staatssecretaris van EZK, over de stappen die de afgelopen maanden zijn genomen en de stand van zaken. In het kort gaat het om de volgende vier maatregelen.
    1. Opdrachtgeversverklaring. Via een webmodule kunnen opdrachtgevers een opdrachtgeversverklaring verkrijgen, als uit beantwoording van de vragen blijkt dat er geen sprake is van een dienstbetrekking. Daarmee wordt beoogd dat ze helderheid krijgen over de kwalificatie van de arbeidsrelatie. De uitwerking van de webmodule ligt op schema en de verwachting is dat deze eind 2019 gereed is. Voor de zomer van 2019 wordt de Tweede Kamer nader geïnformeerd over de voortgang en of en hoe met de webmodule een optimum is gevonden tussen de randvoorwaarden.
    2. Verduidelijking gezag. Zoals afgesproken in het regeerakkoord wordt verduidelijkt wanneer er sprake is van een gezagsverhouding. Om het gezagscriterium te verduidelijken is een aantal wetenschappers gevraagd hierover een position paper te schrijven. Uit deze papers blijkt dat het verduidelijken van gezag geen eenvoudige opgave is. Vele elementen spelen een rol. Veelal zijn de elementen op zichzelf niet onduidelijk. Echter, bij de holistische benadering (zoals deze door de rechter wordt gehanteerd) moeten alle feiten en omstandigheden van het individuele geval in onderlinge samenhang worden gewogen. Hierdoor zijn algemene regels moeilijk te geven. Wel is het mogelijk door met indicaties voor gezag, contra-indicaties voor gezag en voorbeelden te werken, het gezagscriterium te verduidelijken. Deze verduidelijking van het gezagscriterium wordt opgenomen in het Handboek loonheffingen van de Belastingdienst. Daarmee krijgen opdrachtgevers en -nemers meer handvatten om zelf te beoordelen of er sprake is van een gezagsrelatie. Uiterlijk per 1 januari 2019 wordt een uitgebreide toelichting in de vorm van een bijlage toegevoegd aan dit Handboek (dat de status heeft van een beleidsbesluit). De integrale tekst is opgenomen in de bijlage bij deze brief. In dit stuk wordt zo goed mogelijk inzicht gegeven in de elementen die onder het huidige recht en de stand van de jurisprudentie een rol spelen in de beoordeling of sprake is van een gezagsverhouding. Daarnaast heeft het kabinet een adviescommissie ingesteld om onderzoek te doen naar en advies te geven over de fundamentele vragen met betrekking tot de toekomst van de regulering van werk.5 Deze commissie is ook gevraagd of, en zo ja hoe, het gezagscriterium moet worden herijkt en verduidelijkt.
    3. Arbeidsovereenkomst bij laag tarief (ALT). De ALT wordt de komende tijd op onderdelen nader uitgewerkt. Hierbij worden onder meer de criteria voor de afbakening van de onderkantmaatregel meegewogen. Vanwege mogelijke strijdigheid met het EU-recht worden parallel alternatieven (sectoraal en generiek) uitgewerkt, waarvan de inschatting is dat deze in overeenstemming zijn met het Europees recht. Het kabinet kijkt onder andere naar de uitwerking van een minimumtarief. Dit houdt in dat zelfstandigen niet minder dan een tarief tussen de 15 en 18 euro per uur betaald mogen krijgen. Deze variant sluit aan bij de doelen uit het regeerakkoord om kwetsbare zelfstandigen te beschermen en concurrentie op arbeidsvoorwaarden te voorkomen, doordat het niet langer mogelijk zal zijn om zelfstandigen tegen een te laag tarief in te huren. De maatregelen om zelfstandigen aan de onderkant meer bescherming te bieden worden de komende tijd nader uitgewerkt en (samen met de opt-out) in wetgeving vormgegeven. In het voorjaar 2019 zal het kabinet de Tweede Kamer hierover informeren. Dit heeft gevolgen voor de planning. Beoogd wordt de wetgeving voor de onder- en bovenkantmaatregelen in de eerste helft van 2019 uit te zetten voor internetconsultatie. In dat geval zal deze per 1 januari 2021 in werking kunnen treden.
    4. Opt-out. Aan de bovenkant van de arbeidsmarkt komt er voor zelfstandig ondernemers onder voorwaarden een opt-out van de loonheffing en premies werknemersverzekeringen. Dit biedt opdrachtnemers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt en hun opdrachtgevers extra zekerheid. De Opt-out uitwerking zal gezamenlijk met de uitwerking van de onderkantmaatregel, in wetgeving worden omgezet.
  • 26.11.2018 Vervolgbijeenkomst ‘Werken als zelfstandige’ (bron: Rijksoverheid.nl)
    Om te weten hoe de veldpartijen tegen de maatregelen in het regeerakkoord over zelfstandigen aankijken, hebben de ministeries van SZW, Financiën en Economische Zaken en Klimaat op 24 januari 2018 een kick-off bijeenkomst met een brede variëteit aan veldpartijen georganiseerd waar is geluisterd naar wat voor hen belangrijk is. Op 3 september 2018 werd er een vervolgbijeenkomst gehouden. Als bijlagen zijn toegevoegd: het verslag van de bijeenkomst ‘Werken als zelfstandige’ en de vijf position papers over het gezagscriterium (de position papers van Boot, Duk, Verhulp, Bennaars en Zwemmer).
  • 27.06.2018 Kamervragen met antwoorden over de inwerkingtreding van de handhaving op schijnzelfstandigheid per 1 juli aanstaande (Aanhangsel Handelingen II 2017/18, 2582) (bron: www.overheid.nl)
  • 25.06.2018 Kamervragen met antwoorden over de ongevallenverzekering voor Deliveroo bezorgers (Aanhangsel Handelingen II 2017/18, 2543) (bron: www.overheid.nl)
    De minister van SZW bevestigt dat het uiteindelijke oordeel over de vraag of er bij een individuele opdrachtgever al dan niet sprake is van werkgeverschap is aan de rechter en wordt gevormd op basis van het totaal aan feiten en omstandigheden van dat specifieke geval. Er zijn, aldus de minister, andere ondernemingen / opdrachtgevers bekend die een vergelijkbare verzekering aanbieden. Het is de eigen verantwoordelijkheid van en het staat ieder bedrijf vrij om zelf samen met haar werknemers/opdrachtnemers de arbeidsrelaties binnen een bedrijf vorm te geven zolang daarbij de bestaande wet- en regelgeving in acht wordt genomen. Het is echter niet de bedoeling dat die keuzevrijheid binnen bestaande wet- en regelgeving leidt tot schijnzelfstandigheid en concurrentie op arbeidsvoorwaarden aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Het kabinet zet in op nieuwe wet- en regelgeving met onder meer als doelstelling dat schijnzelfstandigheid wordt voorkomen en dat concurrentie op arbeidsvoorwaarden, met name aan de onderkant van de arbeidsmarkt moet worden voorkomen. De opschorting van de handhaving van de Wet DBA is verlengd tot 1 januari 2020 en opdrachtgevers en opdrachtnemers krijgen geen boetes en naheffingen. Bij de ernstigste kwaadwillenden handhaaft de Belastingdienst wel. De bewijslast dat een opdrachtgevers als kwaadwillende moet worden aangemerkt, rust op de Belastingdienst. Per 1 juli 2018 richt de handhaving zich niet langer alleen op de ernstigste gevallen, maar ook op andere kwaadwillenden, aldus de minister.
  • 22.06.2018 Brief regering inzake Uitwerking maatregelen ‘werken als zelfstandige’ (Kamerstuk 31311, 207) (bron: www.overheid.nl)
    Met deze brief informeren de minister van SZW en de staatssecretaris van Financiën de Tweede Kamer over de stand van zaken en de vervolgstappen inzake de vervanging van de Wet DBA. Nieuwe wet- en regelgeving is onverminderd nodig, aldus de bewindslieden in de brief. Het kabinet zet de komende maanden in op een aantal vervolgacties die het wetgevingsproces verder zullen brengen. Het kabinet zet hierbij in op drie routes.
    Ten eerste: het tijdpad voor de verruiming van het toezicht op arbeidsrelaties blijft onverminderd van kracht. De handhaving is opgeschort tot in ieder geval 1 januari 2020 m.u.v. kwaadwillenden. Vanaf 1 juli 2018 wordt de handhaving niet meer beperkt tot de meest ernstige gevallen, maar wordt de handhaving verbreed tot alle kwaadwillenden (zoals eerder aangekondigd).
    Ten tweede: het kabinet neemt een aantal vervolgstappen zodat er verder kan worden gegaan met een nadere uitwerking van het regeerakkoord:
    - er loopt een onderzoek naar de manier waarop zzp’ers hun tarief bepalen;
    - het kabinet gaat in gesprek met de Europese Commissie over de bescherming van werkende met lage tarieven;
    - uiterlijk per 1 januari 2019 zal het kabinet het criterium gezag hebben verduidelijkt. Het kabinet zal onderzoeken of en hoe met een webmodule in voldoende mate een optimum in randvoorwaarden kan worden gevonden; en
    - het kabinet gaat verder met een goede en gedegen uitwerking van de maatregelen voor de boven- en onderkant van de arbeidsmarkt. In het najaar komt het kabinet met een nader voorstel.
    Ten derde: kijkt het kabinet naar de langere termijn: om voorbereid te zijn op de toekomst wordt een onafhankelijke commissie ingesteld die onderzoek doet naar deze vraagstukken, waaronder de mogelijkheid van de introductie van een ondernemersovereenkomst en de herziening van de definitie van de uitzendovereenkomst (zoals eerder aangekondigd).
    In deze brief licht het kabinet de huidige stand van zaken nader toe. Allereerst wordt een toelichting gegeven op de kwalificatie van de arbeidsrelatie en het doel en de achtergrond van de aangekondigde maatregelen. Daarna wordt ingegaan op een de vormgeving van de drie afzonderlijke maatregelen en een aantal knelpunten die daarbij zijn geconstateerd. Vervolgens schetst het kabinet de concrete stappen die tot het najaar worden gezet. Ook wordt ingegaan het toezicht per 1 juli 2018. Tot slot gaat het kabinet in op de arbeidsmarkt op de langere termijn. Zie hierover ook het nieuwsbericht: Kabinet stap verder met wetgeving zzp (bron: Rijksoverheid.nl)
  • 15.06.2018 Brief regering aangaande de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (Kamerstuk 26643, 541) (bron: www.overheid.nl)
    • met als bijlage de Nederlandse Digitaliseringsstrategie
      In hoofdstuk 5 (Ander werk, nieuwe vaardigheden en een leven lang leren) staat in § 5.5. (Duidelijkheid over werken via platforms): “Door de opkomst van digitale platforms zoals Werkspot, Helpling, Uber, Deliveroo en Foodora wordt steeds meer dienstverlenend werk via digitale platforms verricht. Hierdoor kunnen mensen op een laagdrempelige en flexibele manier geld verdienen. Een vraagstuk bij dit soort dienstverlening is: wordt arbeid verricht vanuit een positie als werknemer of als zelfstandige? En is daarmee het platform een werkgever of enkel een bemiddelaar van vraag en aanbod? Deze onduidelijkheid heeft gevolgen voor de sociale rechten van de platformwerkers, de plichten van de platforms jegens de werkenden en voor de handhaving van belastingheffing. Het kabinet wil mensen beter ondersteunen in het vinden van de juiste werkrelatie en werkgevers een duidelijker kader geven. Deze vraagstukken zijn breder dan het werken via platforms. In het regeerakkoord zijn daarom maatregelen aangekondigd die zelfstandigen en opdrachtgevers meer duidelijkheid bieden en schijnzelfstandigheid voorkomen. Op het gebied van klusplatforms heeft het kabinet daarnaast een onderzoek laten uitvoeren om een beter zicht te krijgen op de gevolgen van de opkomst van deze platforms.
  • 13.06.2018 Kamervragen (zonder antwoord) over het online platform Temper dat zich wel degelijk als werkgever gedraagt (bron: www.overheid.nl)
  • 30.03.2018 Verslag kick-off bijeenkomst ‘zelfstandig werken’ (bron: ministerie SZW)
    Om te weten hoe de ‘veldpartijen’ tegen de maatregelen in het regeerakkoord over zelfstandigen aankijken, hebben de ministeries van SZW, Financiën en EZK op  24 januari 2018 een kick-off bijeenkomst met een brede variëteit aan veldpartijen georganiseerd waar is geluisterd naar wat voor hen belangrijk is.
  • 30.03.2018 Kamervragen en antwoorden over dat Schiphol Deliveroo inzet voor bezorging aan de gate (Aanhangsel Handelingen II 2017/18, 1616) (bron: www.overheid.nl)
  • 12.02.2018 Kamervragen met antwoorden over de uitspraak van het Europese Hof van Justitie dat Uber een taxibedrijf is (Aanhangsel Handelingen II 2017/18, 1133) (bron: www.overheid.nl)
    De minister van SZW verduidelijkt dat het Europese Hof van Justitie (het Hof) in deze zaak geen uitspraak heeft gedaan over de vraag of een Uber chauffeur als werknemer dient te worden beschouwd. Het is aan een nationale rechter om aan de hand van feiten en omstandigheden van het concrete geval vast te stellen of sprake is van een werknemersrelatie. Inzake de vraag naar de kwalificatie van de werkrelatie tussen Uber en zijn chauffeurs verwijst de minister naar het onafhankelijk onderzoek dat hij momenteel laat uitvoeren. Het doel van dit onderzoek is om meer inzicht in de omvang van het aantal mensen dat hierin werkt en de manier van werken (onder welke omstandigheden) in de kluseconomie te krijgen. Naast een beschrijving van de feitelijke stand van zaken zal het onderzoek ook inzicht bieden in de arbeidsrechtelijke, fiscaalrechtelijke en sociaalrechtelijke aspecten die het werken in de kluseconomie met zich meebrengt. Oplevering van het onderzoek is voorzien in het voorjaar van 2018 en geeft een duidelijker beeld over de werkzaamheden binnen de kluseconomie. De minister zegt voorts dat het niet aan hem is om een uitspraak over specifieke gevallen te doen. Het is aan de belastinginspecteur en bij blijvend verschil van mening aan een rechter om de feiten en omstandigheden van een individueel geval te beoordelen en een uitspraak te doen over de vraag of iemand werkzaam is in dienstbetrekking of niet en indien iemand als opdrachtnemer werkzaam is, of deze persoon dan als zelfstandig ondernemer kwalificeert.
  • 09.02.2018 Brief regering inzake Roadmap vervanging DBA (Kamerstuk 34036, 68) (bron: www.overheid.nl)
    Uit deze brief blijkt dat de opschorting van de handhaving van de Wet DBA (behalve bij kwaadwillenden) in ieder geval wordt verlengd tot 1 januari 2020. In de brief wordt tevens ingegaan op de route naar inwerkingtreding van de wetgeving betreffende de vervanging van de Wet DBA (gestreefd wordt naar een inwerkingtreding per 1 januari 2020), de wijze waarop de ‘veldpartijen’ daarbij betrokken zullen worden en hoe gedurende deze periode de handhaving bij kwaadwillende zal plaatsvinden. Op de inhoudelijke keuzes van het kabinet wordt later ingegaan in een zogenoemde hoofdlijnenbrief.
  • 09.01.2018 Kamerbrief met reactie op het rapport van het Rathenau Instituut inzake de bescherming van publieke belangen in de deeleconomie (Kamerstuk 33009, 47) (bron: www.overheid.nl)
    In deze brief reageert de staatssecretaris van EZK op bovengenoemd rapport van het Rathenau Instituut. De brief schetst hoe het kabinet omgaat met de deel- en kluseconomie en de inzichten en aanbevelingen van het Rathenau-rapport. De staatsecretaris gaat onder meer in op de ‘juridische status’ van platforms. Hij stelt voorop dat de ‘juridische status’ van platforms niet te benoemen valt. Welke regelgeving op een platform van toepassing is, is afhankelijk van welke activiteiten dat platform uitvoert en welke diensten het verricht. Ook gaat hij in op de ‘rechtspositie bij werk via platforms’. Bij platforms in de kluseconomie is cruciaal of de arbeid wordt verricht vanuit een positie als werknemer of als zelfstandige, dus of het platform optreedt als werkgever of enkel als bemiddelaar van vraag en aanbod. Het kabinetsbeleid is erop gericht om ‘schijnzelfstandigheid’ tegen te gaan. De minister van SZW heeft aangegeven dat het kabinet geen oordeel kan geven over de status van (het werken bij) Deliveroo of andere platforms, omdat beoordeling en duiding van de feitelijke individuele omstandigheden van een arbeidsrelatie uiteindelijk aan de rechter is. De staatssecretaris wijst op het onderzoek dat de minister van SZW momenteel uitvoert om een beter inzicht te krijgen in hoeveel mensen via klusplatforms werken en onder welke omstandigheden zij dat doen. Hierbij komen ook mogelijke arbeidsrechtelijke, sociaalrechtelijke en fiscaalrechtelijke aspecten aan de orde. Voorts wijst de staatsecretaris op de maatregelen die zijn aangekondigd in het Regeerakkoord en op de brief die op korte termijn naar de Tweede Kamer wordt gestuurd, waarin wordt ingegaan op de uitvoering van de aangekondigde maatregelen rond het thema ‘werken als zelfstandige’, de verlenging van het handhavingsmoratorium van de Wet DBA en op welke wijze de handhaving op schijnzelfstandigheid bij kwaadwillende opdrachtgevers in de tussentijd zal worden opgepakt.
  • 21.12.2017 Motie over de fietskoeriers van Deliveroo (Kamerstuk 34775-XV, 62). Verworpen (bron: www.overheid.nl)
  • 21.12.2017 Motie over de situatie op de markt voor maaltijdbezorging (Kamerstuk 34775-XV, 47). Aangenomen (bron: www.overheid.nl)
    Met deze motie verzoekt de Tweede Kamer het kabinet, zich uit te spreken over de situatie op de markt voor maaltijdbezorging en om met de spelers op deze markt in gesprek te gaan. Tevens wordt verzocht om te kijken of er meer mogelijkheden zijn om bij evidente kwaadwillendheid te handhaven, en of daarbij samenwerking kan worden gezocht met de inspectie van SZW en de risicoanalyse die bij de Inspectie SZW wordt gebruikt.
  • 15.12.2017 Brief regering inzake reactie op verzoek commissie om nadere informatie zorgplicht van de opdrachtgever (Kamerstuk 29544, 809) (bron: www.overheid.nl)
    In deze Kamerbrief geeft de minister van SZW gehoor aan het verzoek van de Tweede Kamer om schriftelijk in te gaan op het begrip zorgplicht van de opdrachtgever, de concrete betekenis ervan in de praktijk en de mate waarin hier zekerheden aan ontleend kunnen worden. De minister merkt op dat de suggestie die is ontstaan dat zelfstandigen, net als werknemers, collectief verzekerd zijn voor ongevallen en arbeidsongeschiktheid, niet correct is. Ter toelichting gaat hij in op de wettelijke zorgplicht van de opdrachtgever (artikel 7:658 BW) en de gevolgen van de schending van deze zorgplicht. De minister geeft aan dat hij niet beschikt over informatie die inzicht biedt in de concrete betekenis van de zorgplicht in de praktijk. Voorts merkt de minister op dat een werknemer, in tegenstelling tot een opdrachtnemer, verplicht verzekerd is voor ziekte en arbeidsongeschiktheid. Tot wijst hij op het onafhankelijke onderzoek dat zal worden uitgevoerd naar de omvang en de manier van werken in de kluseconomie. Naast een beschrijving van de feitelijke stand van zaken zal dit onderzoek ook inzicht bieden in de arbeidsrechtelijke, fiscaalrechtelijke en sociaalrechtelijke aspecten die het werken in de kluseconomie met zich meebrengt, aldus de minister. Oplevering van het onderzoek is voorzien in het voorjaar van 2018.
  • 13.11.2017 Motie over de onderhandelingspositie van zzp'ers (Kamerstuk 34775-VIII, 19). Aangenomen (bron: www.overheid.nl)
  • 26.10.2017 Kamervragen met antwoorden over maaltijdbezorger Deliveroo die alle koeriers in loondienst gaat vervangen door (schijn)zelfstandigen (Aanhangsel Handelingen II 2017/18, 288) (bron: www.overheid.nl)
    De minister geeft aan (1,2) dat hij geen inzicht heeft in de feitelijke onderhandelingspositie van de fietskoeriers ten opzichte van Deliveroo en dat hij om die reden geen uitspraken daarover kan doen. Ook geeft de minister aan (3) niet bekend te zijn met de specifieke situatie waarin (schijn)constructies plaatsvinden maar dat hij om oneigenlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden te voorkomen reeds maatregelen heeft getroffen, zoals de Wet aanpak schijnconstructies en de uitbreiding van de reikwijdte van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. (4) In zijn algemeenheid, meent de minister dat het een zorgelijke ontwikkeling is dat steeds meer werknemers worden vervangen door zelfstandigen en dat zij zich gedwongen zien slechtere arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden te accepteren. (5) Met betrekking tot eventuele concrete onderzoeken van de Inspectie SZW doet de minister geen mededelingen; sociale partners houden toezicht op de naleving van cao-voorwaarden. Zij kunnen op grond van artikel 10 van de Wet AVV een verzoek indienen bij de Inspectie SZW ter ondersteuning van dit toezicht. (6) Tot slot vindt de minister het positief als mensen voor zichzelf opkomen.
  • 10.10.2017 Regeerakkoord 2017-2021 (Vertrouwen in de toekomst, p. 25-26 ‘Werken als zelfstandige’) (bijlage bij Kamerstuk 34700, 34) (bron: www.overheid.nl)
  • 25.09.2017 Kamervragen met antwoorden over maaltijdbezorger Deliveroo die alle koeriers in loondienst gaat vervangen door (schijn)zelfstandigen (Aanhangsel Handelingen II 2017/18, 39) (bron: www.overheid.nl)
    De minister laat een onafhankelijk onderzoek uitvoeren om een beter beeld te krijgen van de bedrijven en platforms die zich manifesteren in de kluseconomie (gig economy) en om een inschatting te kunnen maken van het aantal mensen dat hierin werkt en onder welke omstandigheden zij dat doen. Dit onderzoek heeft al doel om meer inzicht in de omvang van en de manier van werken in de kluseconomie te krijgen. Naast een beschrijving van de feitelijke stand van zaken zal het onderzoek ook inzicht bieden in de arbeidsrechtelijke, fiscaalrechtelijke en sociaalrechtelijke aspecten die het werken in de kluseconomie met zich meebrengt. Oplevering van het onderzoek is voorzien in het voorjaar van 2018. Op dat moment bestaat een duidelijker beeld of maatregelen nodig zijn.
  • 22.05.2017 Aanbiedingsbrief rapport varianten kwalificatie arbeidsrelatie (Kamerstuk 34036, 64) (bron: www.overheid.nl)
    In deze brief biedt de minister van SZW het ambtelijk rapport aan met een aantal varianten voor de kwalificatie van de arbeidsrelatie aan de Tweede Kamer.
  • 20.04.2017 Brief regering inzake Derde Voortgangsrapportage van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties Wet DBA) (Kamerstuk 34036, 63) (bron: www.overheid.nl)
    In deze brief informeert de staatssecretaris van het ministerie van Financiën de Tweede Kamer over de ontwikkelingen omtrent de Wet DBA aan de hand van een analyse van de Belastingdienst inzake een beeld van de omzetontwikkeling van zzp'ers.   
  • 21.02.2017 Brief regering met reactie op het verzoek van het lid Omtzigt, gedaan tijdens de Regeling van Werkzaamheden van 14 februari 2017, over het artikel ‘Nieuwe wet kost 122.000 zzp'ers omzet’ uit Trouw van maandag 13 februari 2017 (Kamerstuk 31311, 180) (bron: www.overheid.nl)
    In deze brief reageert de staatssecretaris van het ministerie van Financiën op het artikel ‘Nieuwe wet kost 122.000 zzp'ers omzet’ uit Trouw van maandag 13 februari 2017. Hij gaat onder meer in op de uitkomsten van het onderzoek van de KvK onder 580 zzp'ers in relatie tot bovengenoemd artikel.
  • 22.12.2016 Beantwoording Kamervragen over de Wet DBA en de positie van zzp'ers (Aanhangsel Handelingen II 2016/17, 844) (bron: www.overheid.nl)
    De staatssecretaris van het ministerie van Financiën beantwoordt de Kamervragen over de Wet DBA en de positie van zzp'ers naar aanleiding van de artikelen ‘Tienduizenden zzp’ers lopen opdrachten mis door nieuwe wet’ (NOS.nl), ‘Zzp'ers in de problemen door wet DBA’ (Adformatie.nl) en ‘Ondernemers in zwaar weer, wat maakt het zo spannend?’ (bron: Rein.nl).
  • 21.11.2016 Brief inzake aanbieding tweede voortgangsrapportage DBA (Kamerstuk 34036, M) (bron: www.overheid.nl)
    Met deze brief wordt de Tweede Voortgangsrapportage DBA met bijlagen door de staatssecretaris van het ministerie van Financiën aangeboden aan de Eerste Kamer.    
    • met bijlage: Brief aan de Tweede Kamer van 18 november 2016 inzake Tweede Voortgangsrapportage DBA
    • met bijlage: Rapport Boot
      De Commissie (Model)overeenkomsten in het kader van de Wet DBA (= Commissie Boot) heeft de opdracht gekregen te onderzoeken of de Belastingdienst de Wet DBA op juiste wijze heeft toegepast bij de beoordeling van (model)overeenkomsten. De Commissie concludeert dat deze wijze van toetsing moeilijk te verenigen is met het door de Hoge Raad geformuleerde uitgangspunt, dat alle omstandigheden van het geval moeten worden beoordeeld. De Commissie vindt het niet nodig om het systeem van de modelovereenkomsten los te laten. Wel dient een nadere invulling van dat systeem te komen: het moet helderder worden wanneer en op basis van welke criteria overeenkomsten vooraf zullen worden goedgekeurd en achteraf zullen worden getoetst.
    • met bijlage: Bijlage 2 tot en met 4 Tweede Voortgangsrapportage DBA
      Bijlage 2 gaat over het meldpunt DBA: ingegaan wordt op de bevindingen van dit meldpunt.
      Bijlage 3 gaat over de voortgang van de beoordeling van de modelovereenkomsten. Er wordt een overzicht gegeven van de stand van zaken per soort overeenkomst per 14 november 2016.
      Bijlage 4 gaat over de invulling van het begrip kwaadwillenden.
  • 18.11.2016 Brief regering inzake Tweede Voortgangsrapportage van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Kamerstuk 34036, 40) (bron: www.overheid.nl)
    Met deze brief wordt de Tweede Voortgangsrapportage DBA met bijlagen door de staatssecretaris van het ministerie van Financiën aangeboden aan de Tweede Kamer.     
    • met bijlage: Bijlagen bij Tweede Voortgangsrapportage Wet DBA
      Bijlage 2 gaat over het meldpunt DBA: ingegaan wordt op de bevindingen van dit meldpunt.
      Bijlage 3 gaat over de voortgang van de beoordeling van de modelovereenkomsten. Er wordt een overzicht gegeven van de stand van zaken per soort overeenkomst per 14 november 2016.
      Bijlage 4 gaat over de invulling van het begrip kwaadwillenden.
    • met bijlage: Commissie (Model)overeenkomsten eindrapport
      De Commissie (Model)overeenkomsten in het kader van de Wet DBA (= Commissie Boot) heeft de opdracht gekregen te onderzoeken of  de Belastingdienst de Wet DBA op juiste wijze heeft toegepast bij de beoordeling van (model)overeenkomsten. De Commissie concludeert dat deze wijze van toetsing moeilijk te verenigen is met het door de Hoge Raad geformuleerde uitgangspunt, dat alle omstandigheden van het geval moeten worden beoordeeld. De Commissie vindt het niet nodig om het systeem van de modelovereenkomsten los te laten. Wel dient een nadere invulling van dat systeem te komen: het moet helderder worden wanneer en op basis van welke criteria overeenkomsten vooraf zullen worden goedgekeurd en achteraf zullen worden getoetst.

Europese Unie

Rapporten / onderzoeken / studies

  • 02.07.2018 Economic Survey of the Netherlands 2018 (source: OESO)
    • See also the press release: The rise of self-employment in the Netherlands: is the “polder model” at risk? (M. Baker, Netherlands Desk, OECD Economics Department, source: OECD ECOSCOPE) The Netherlands has experienced a large rise in the number of individuals working as self-employed with the share in total employment rising rapidly over the past decade. This is the largest rise in the OECD countries. This contrasts with trends in most other OECD countries where the share has, on average, fallen over that period. There are a number of positive aspects that can be associated with self-employment, as well as possible negative aspects, implying that any policy responses to address the increasing prevalence should aim to facilitate the former while mitigating the latter.
  • 13.11.2017 Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (VNO-NCW en MKB Nederland) (bron: website Tweede Kamer)
    In deze paper getiteld “Veel (werk)kansen door de platformeconomie binnen bestaande rechtsstelsel” geven VNO-NCW en MKB-Nederland onder meer aan dat digitale platformen het makkelijker maken dat mensen werk vinden of in hun eigen inkomen kunnen voorzien. Zij genereren ook hoogwaardige werkgelegenheid vanwege de technologie die ervoor benodigd is. Tegelijkertijd is er discussie over de status van platformwerkers en de zekerheden die aan hun status verbonden zijn. VNO-NCW en MKB-Nederland vinden dat de constructies die nu voorkomen in “de” platformeconomie passen binnen het bestaande rechtsstelsel: net zoals in de rest van de arbeidsmarkt hangt het van de omstandigheden van het geval af of er sprake is van een arbeids- of opdrachtovereenkomst. Indien men daarin andere keuzes wil maken, is dat, aldus VNO-NCW en MKB-Nederland, een veel bredere discussie dan die alleen over “de” platformeconomie. De gig-economy accentueert slechts dat vraagstuk. Daarom vinden zij dat “de” platformeconomie niet apart moet worden gereguleerd. De benodigde herbalancering rond zzp-flex-vast wordt geleverd door de plannen in het Regeerakkoord. De invoering van de ondernemersovereenkomst kan helpen om een zelfstandige een duidelijke positie te geven in het Burgerlijk Wetboek.
  • 06.11.2017 Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (Foodora) (bron: website Tweede Kamer)
    Foodora legt de werking uit van een platform in de maaltijdbezorgmarkt. Ook wordt ingegaan op de veranderde verhouding tussen een werkgever versus werkende (freelance, payroll en arbeidsovereenkomst) en de rol van de overheid en de vraag in hoeverre de huidige wet- en regelgeving voldoet. Foodora sluit af met enkele kernboodschappen aan de vaste commissie voor SZW. In een bijlage bij deze paper staat een rekenvoorbeeld waarmee volgens Foodora wordt aangetoond dat bij het freelancemodel aantoonbaar sprake is van schijnzelfstandigheid en daarmee van oneerlijke concurrentie.
  • 06.11.2017 Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (Deliveroo) (bron: website Tweede Kamer)
    Deliveroo gaat in op het vraagstuk flexibiliteit vs. zekerheid in de platformeconomie. Volgens Deliveroo creëert de on-demand economie mogelijkheden voor mensen die flexibel willen werken. Hierbij is het dilemma dat het Nederlandse (arbeids)recht maar twee smaken kent: loondienst of zelfstandige. Een mogelijke oplossing voor de platformeconomie is om via wetgeving een nieuwe tussenvorm te creëren van werknemers die niet meer op uurbasis maar op verrichtingenbasis worden betaald en die wel een beroep kunnen doen op sociale zekerheidsrechten. Ook in Nederland is er een politieke visie nodig op de sterk groeiende platformeconomie. Deliveroo groeit snel en kan nu alleen via het zzp-model voldoen aan de grote vraag naar maaltijden in piekuren. Deliveroo wil ook graag duidelijkheid over hoe de platformeconomie geregeld kan worden, maar vraagt om hierbij rekening te houden met de dynamiek waarbij niet per uur wordt gewerkt en betaald, maar per opdracht. Afgesloten wordt met een ‘biografie’ van Deliveroo (wat is Deliveroo, wie werkt er met Deliveroo, hoe werkt Deliveroo met riders, wat biedt Deliveroo de freelance riders).
  • 06.11.2017 Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (Takeaway.com/Thuisbezorgd.nl) (bron: website Tweede Kamer)
    Ingegaan wordt op wat Takeaway.com voor ‘platformbedrijf’ is en wat zij doet (met illustratie). De meerderheid van de bezorgers werkt in (vaste) dienst. Takeaway maakt onderscheid tussen de platformeconomie, waartoe Takeaway behoort en een uitvloeisel hiervan, de zogenaamde ‘gig-economie’ waarbij een medewerker of zzp’er betaald wordt per ‘optreden’. Daar is Takeaway geen voorstander van. Takeaway stipt de huidige wetgeving(splannen) aan, zoals de plannen in het Regeerakkoord om een minimumuurtarief voor zzp’ers in te voeren en een tussenvorm van arbeid. Takeaway meent dat wanneer een businessmodel niet succesvol kan zijn onder bestaande wetgeving, niet de wetgeving, maar het businessmodel heroverweging behoeft. Takeaway gelooft niet in het ‘gig-model’ dat arbeidsvoorwaarden steeds verder uitholt.
  • 06.11.2017 Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (Temper) (bron: website Tweede Kamer)
    Kort uitgelegd wordt wat Temper inhoudt. Beschreven worden de voordelen voor de opdrachtnemers, die bewust kiezen voor autonomie en flexibiliteit met betaling per opdracht en de voordelen voor de opdrachtgever. Temper biedt nog geen oplossing voor de sociale zekerheid, maar vindt verzekering tegen arbeidsongeschiktheid erg belangrijk. Opdrachtnemers kunnen op korte termijn verbonden gaan worden met online pensioenbank Brand New Day. Temper meent dat de huidige wet- en regelgeving geen rekening houdt met nieuwe technologieën en daarom onbedoeld beperkend is. Temper beschouwt het als plicht als innovatief platform om tot een duurzame oplossing te komen op sociaaleconomisch en arbeidsrechtelijk gebied, waar de kern van vaste medewerkers hand in hand gaat met een flexibele schil van opdrachtnemers.
  • 02.11.2017 Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (ONL voor Ondernemers) (bron: website Tweede Kamer)
    ONL voor Ondernemers meent dat het Nederlandse arbeidsrecht en sociale zekerheidsstelsel niet meer bij de hedendaagse economie en arbeidsmarkt passen. Herziening van het arbeidsrecht en de sociale zekerheidsregels is noodzakelijk. Hierbij moet het uitgangspunt zijn dat er flexibiliteit en zekerheid komt voor ondernemers én werkenden. Vaste arbeidscontracten voor onbepaalde tijd bieden niet meer de benodigde zekerheid aan werkenden en zijn in sommige gevallen te rigide en onwerkbaar voor ondernemers. ONL voor Ondernemers pleit voor vernieuwing van het arbeidsrecht (wettelijk vastleggen van drie verschillende groepen werkenden), vernieuwing van de sociale zekerheid en vernieuwing van het belastingstelstel (fiscale regelgeving moet aansluiten op het arbeidsrecht en het sociale zekerheidsstelsel).
  • 02.11.2017 J.M. van Slooten, Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (Universiteit van Amsterdam/Stibbe) (bron: website Tweede Kamer)
    Jaap van Slooten beschrijft in de position paper de definitie van platformarbeid: een fysieke dienst die online wordt getransigeerd door middel van een applicatie of een website. Vervolgens gaat hij in op de arbeidsrechtelijke vragen die platformarbeid oproept. De vragen vallen uiteen in de volgende categorieën: (1) multilateraliteit: bij werkplatforms is sprake van meerdere werkrelaties, (2) de kwalificatievraag: is er sprake van een arbeidsovereenkomst of van een andere relatie? en (3) verouderd arbeidsrecht: veronderstelt platformwerk ook platformarbeidsrecht? Bij deze laatste vraag geeft Van Slooten een aantal thema’s (collectieve actie, medezeggenschap, discriminatie en de werking van het algoritme) waarin het huidige arbeidsrecht en de nieuwe ontwikkelingen nog niet helemaal goed op elkaar aansluiten. Hij sluit af met de conclusie dat het arbeidsrecht nog niet goed is ingesteld op platformarbeid en geeft de politiek drie beleidsopties die de arbeidsrechtelijke vragen in meer of mindere mate kunnen oplossen. Ten eerste: de verruiming van het arbeidsrecht, zodat platformwerkers voortaan onder het arbeidsrecht vallen. Als tweede: de invoering van een tussencategorie voor platformwerkers. Ten derde: niets wijzigen, waardoor de wetgever het aan de rechter laat om te bepalen wat voor rechten een platformwerker heft.
  • 01.11.2017 Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (AVV) (bron: website Tweede Kamer)
    Volgens AVV lijken werkplatforms op uitzendbureaus: ze brengen vraag en aanbod van arbeid bij elkaar, maar dan vele malen efficiënter en goedkoper. In de gig-economy hebben werkenden in de regel geen arbeidsovereenkomst, als er al een arbeidsovereenkomst is, gaat het om een nuluren- of tijdelijk deeltijdcontract. Veel platforms regelen werk voor zzp’ers. De functie van platformbedrijven in de arbeidsmarkt is in feite allocatie van werk en werkende aan degene die dat werk uitgevoerd wil hebben, vergelijkbaar met de functie van uitzendbureaus. De belangrijkste vraag luidt: zijn platformbedrijven werkgevers of een techbedrijf dat slechts verbindingen legt? De hyperarbeidsmarktwerking die een bijna perfecte efficiëntie voor opdrachtgever en consument regelt, doet dat in principe niet voor de werkende. Het is voor een platformwerker moeilijk om voldoende inkomen te verdienen. De huidige wetgeving voldoet niet volgens AVV. De cruciale juridische vraag of een werkende een arbeidsovereenkomst heeft met het platform is en blijft een lastige. AVV pleit ervoor dat platforms die arbeid in een gezagsverhouding organiseren door de overheid in beginsel worden aangemerkt als werkgever. De platforms die als marktplaats voor ondernemende (fulltime) zzp’ers fungeren zijn geen werkgever, aldus AVV. AVV is geen voorstander van het formaliseren van een ‘derde’ categorie werkenden. De overheid kan duidelijkheid verschaffen of een bepaald platform wel of niet werkgever is via een Autoriteit Arbeidsrelatie (mogelijk een afdeling van ISZW). Voorts kunnen sociale partners cao’s opstellen voor diverse platforms.
  • 31.10.2017 W.H.A.C.M. Bouwens, Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (Vrije Universiteit) (bron: website Tweede Kamer)
    Bouwens gaat in op de algemene afbakeningsproblematiek bij overeenkomsten tot het verrichten van arbeid, die hij vervolgens toepast op platformarbeid. Volgens Bouwens mag worden aangenomen dat de Nederlandse rechter een overeenkomst tussen Uber en haar chauffeurs als een arbeidsovereenkomst zou kwalificeren. Bij een platform als Helpling ziet hij eveneens dat de rol van het platform verder reikt dan het bij elkaar brengen van vraag en aanbod. Op goede gronden kan worden verdedigd dat tussen Helpling en de hulp een arbeidsovereenkomst tot stand komt, op grond waarvan de werknemer ter beschikking wordt gesteld van de klant om onder diens toezicht en leiding schoonmaakwerkzaamheden te verrichten, derhalve een uitzendovereenkomst in de zin van artikel 7:690 BW. Deze platforms moeten worden onderscheiden van platforms die er niet op gericht zijn werkenden en opdrachtgevers met elkaar in contact te brengen, maar op het tot stand brengen van of leveren van bepaalde producten / goederen. Hier verschilt de problematiek in wezen niet van de ‘normale’ afbakeningsperikelen tussen werknemerschap en (schijn)zelfstandigheid. Bouwens constateert dat platformarbeid met enige goede wil inpasbaar is in het reguliere arbeidsrecht. De vraag hoe de arbeidsverhouding moet worden gekwalificeerd is (nog) steeds afhankelijk van alle omstandigheden van het geval. Om te voorkomen dat platformwerkers desondanks tussen wal en schip vallen, kan overwogen worden om meer specifieke regelgeving tot stand te brengen. Bouwens wijst op de mogelijkheid van een gelijkstellingsbepaling op grond waarvan ook arbeid door natuurlijke personen verricht door tussenkomt van een digitaal platform onder de werkingssfeer van de sociale zekerheidswetten wordt gebracht.
  • 31.10.2017 J. Koops, Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (ABU) (bron: website Tweede Kamer)
    De ABU beperkt zich in deze paper tot platforms die zorgen voor het bij elkaar brengen van vraag en aanbod van banen, klussen, skills en diensten. De belangrijkste cijfers inzake platformwerk worden weergegeven evenals de redenen voor de opkomst van platformwerk. Aangegeven wordt wat het ABU-standpunt is over platformarbeid. Er is onduidelijkheid over de status van platformwerkers. Een deel van de platforms lijkt op uitzendbureaus in de zin dat ze zich bezighouden met het ter beschikking stellen van arbeid en het bij elkaar brengen van vraag en aanbod. Het heeft geen zin om werk in de platformeconomie te verbieden, dit dient in goede banen te worden geleid. De ABU vindt een regulerend kader voor platforms gewenst. Er moet helderheid komen over de juridische positie van platforms en platformwerkers. De status van platformwerkers is vooral gediend met duidelijkheid over zelfstandig ondernemerschap (de ondernemersovereenkomst). De ABU is geen voorstander van een specifiek juridisch statuut voor platformwerkers (de ‘afhankelijke contractwerker’, met beperkte sociale zekerheden of bijzondere fiscale regels). De ABU vraagt aandacht voor het realiseren van een gelijk speelveld: in veel gevallen werkt een platform niet anders dan een intermediair / uitzendbureau terwijl platforms zich niet hoeven te conformeren aan de WAADI. De ABU pleit voor loskoppeling van sociale zekerheidsrechten en contractvorm.
  • 25.10.2017 K. Frenken, Position paper ‘Verbeter de onduidelijke positie van platformwerkers t.b.v. rondetafelgesprek op 16 November 2017’ (Universiteit Utrecht) (bron: website Tweede Kamer)
    Frenken gaat in op het verschil tussen de deeleconomie en de kluseconomie. Hij bespreekt de status van de werker in de kluseconomie. De juridische status van de werker t.o.v. het platform is onduidelijk omdat er niet per se een arbeidsovereenkomst is tussen werker en platform, maar wel een afhankelijkheidsrelatie. Daarom zou een platformwerker juridisch als werknemer kunnen worden gezien en het platform waarvoor hij/zij werkt als werkgever/uitzendbureau. Tegelijkertijd kunnen platformwerkers ook als freelancers worden gezien. Zij bepalen immers zelf hun werktijden en de klussen die ze aannemen, en mogen voor meerdere platformen tegelijk werken. Frenken bespreekt vijf manieren om duidelijkheid te scheppen: 1. het aanmerken van platformwerkers als werknemers, 2. aanpassing of interpretatie van de wet zodat platformwerkers als freelancers worden gezien, 3. introductie van een nieuwe juridische categorie in de arbeidswetgeving, die freelancers een aantal sociale rechten geeft (de onzelfstandige zonder personeel (ozp)), 4. aanpassing van de mededingingswet op een manier die het toestaat dat freelancers collectief mogen onderhandelen met platformen, en 5. de variant uit het regeerakkoord waarbij het uurtarief bepaalt of er sprake is van een werknemersstatus.
  • 19.10.2017 R. Egas, Position paper Platformeconomie t.b.v. rondetafelgesprek op 16 november 2017 (Werkspot) (bron: website Tweede Kamer)
    Werkspot geeft aan dat er in Nederland zeer diverse platformen zijn die onder de noemer ‘platformeconomie’ vallen. Werkspot is een totaal andere organisatie dan bijvoorbeeld Helpling of Deliveroo. Voorts wordt ingegaan op het businessmodel van Werkspot. Alleen professionals (vakmannen) mogen zich inschrijven bij Werkspot. Werkspot controleert alle vakmannen voordat zij lid kunnen worden van het platform. De vakmannen bepalen hun eigen uurtarief en betalen voor leads. De vakman heeft de vrijheid om te kiezen welke opdrachten hij interessant vindt. Werkspot vindt dat zij transparantie biedt in vraag en aanbod en kwaliteit. Werkspot gelooft dat zzp’ers en vakbedrijven de vrijheid willen om het beste werk te kiezen. Tot slot geeft Werkspot aan wat zij doet om platformwerkers te ondersteunen: 1. een streng toelatingsbeleid, 2. training van vakmannen in online ondernemerschap, en 3. focus op kwaliteit (en minder op prijs).
  • 21.04.2017 Position paper: Mededingingsrecht in relatie tot samenwerking tussen zzp-ers, Utrecht University (bijlage bij Kamerstuk 31311, 184) (bron: www.overheid.nl)
    Het doel van deze position paper is de leden van de Vaste Commissie voor Economische Zaken (en de Tweede Kamer) te informeren over de juridische voorwaarden bij de toepassing van mededingingsrechtelijke verboden en uitzonderingen en daarbij de mogelijke discussiepunten aan te duiden in relatie tot samenwerking tussen zzp-ers.
  • 31.01.2017 L.G. Verburg, Werken in netwerken, Radboud Universiteit (bijlage bij Kamerstuk 31311, 184)
    “Position paper over het passend zijn en de houdbaarheid van de Mededingingswet in relatie tot de (groei van het aantal) zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers).”
  • 05.04.2016 L.G. Verburg, P.M. Veder, A.G.J.J. Jansen, A.M. Mennens, A.W. Niebeek, S.C. Pepels en F.M.R. van Wersch, Ondernemingen in financiële moeilijkheden en de arbeidsrechtelijke positie van hun werknemers, Radboud Universiteit (bijlage bij Kamerstuk 33695, 11) (bron: www.overheid.nl)
    “Het onderzoek is gericht op het in kaart brengen van de gang van zaken in de praktijk met het doel inzicht te verschaffen in de rol die de arbeidsrechtelijke positie van werknemers in de praktijk speelt bij de wijze waarop wordt geprobeerd financieel noodlijdende ondernemingen te reorganiseren en de gevolgen die het gekozen traject heeft (gehad) voor de betrokkenen.”
  • 06.11.2015 Eindrapport IBO Zelfstandigen zonder personeel, Rijksoverheid (bijlage bij Kamerstuk 34036, H) (bron: www.overheid.nl)
    In dit Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) worden de oorzaken van de opkomst van zzp'ers in Nederland onderzocht en wordt gekeken naar de gevolgen voor de economische groei, de arbeidsmarkt, de sociale zekerheid en de overheidsfinanciën. Vervolgens wordt bekeken hoe aanpassingen in het arbeidsrecht, de sociale zekerheid en de fiscaliteit mogelijke positieve effecten van de opkomst van zzp’ers kunnen versterken of mogelijke negatieve effecten weg kunnen nemen.
  • 12.03.2015 Position paper t.b.v. ‘IBO Zelfstandigen zonder personeel’, Centraal Planbureau (bijlage bij Kamerstuk 34036, H) (bron: www.overheid.nl)
    Deze notitie gaat in op de achtergrondkenmerken van zzp'ers, de oorzaken van hun opkomst, sociaaleconomische gevolgen van de opkomst van zzp'ers en overwegingen bij optimaal beleid.
  • 06.02.2015 Rise and shine? De opkomst en de sociaaleconomische positie van zzp'ers in de Nederlandse economie, Panteia (bijlage bij Kamerstuk 34036, H) (bron: www.overheid.nl)
    In deze position paper wordt ingegaan op onderzoeksvragen van de IBO-werkgroep met betrekking tot de opkomst en de sociaaleconomische positie van zzp'ers in de Nederlandse economie.
  • 15.10.2010 Zzp'ers in beeld: Een integrale visie op zelfstandigen zonder personeel (bron: SER)

    In dit advies geeft de SER zijn visie op de sociaal-economische positie van zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers).

Presentaties

Stibbe

Extern

  • 03.11.2017 B. Emmerig, ‘Presentatie (handen) af van de arbeidsovereenkomst – fiscale aspecten’, (Nationaal Arbeidsrecht Congres | Holla Advocaten)
    Presentatie over fiscale aspecten van de arbeidsovereenkomst. In dit kader komen de volgende onderwerpen aan de orde: (1) ontwikkelingen in de wet- en regelgeving (VAR, BGL, Wet DBA, Regeerakkoord Rutte III), (2) de relatie tussen het arbeidsrecht en het belastingrecht (Handreiking Wet DBA, Gouden Kooi-arrest, artikel 7:610 BW, B-notarissen-arrest, Groen/Schoevers), (3) de plannen in het Regeerakkoord ten aanzien van zzp’ers (opting out, de webmodule (vergelijking BGL en huidig voorstel, inhoud, lakmoesproef rechtspraak), de opdrachtgeversverklaring (toetsing vooraf – toetsing achteraf, hoe toetst de Belastingdienst, naheffing bij de opdrachtgever), (4) modelovereenkomsten, (5)  vergelijking tussen BGL, Wet DBA en Rutte III, (6) handhaving (uitzondering voor kwaadwillenden) en (7) hoe gaat het nu verder? Als nadere informatie is toegevoegd een onderdeel over de plannen van Rutte III inzake werken als zelfstandige: de positie van zzp’ers op de arbeidsmarkt, de duur van de opdracht, het uurtarief, reguliere / niet-reguliere bedrijfsactiviteiten, de onderkant van de arbeidsmarkt, de formele / materiële gezagsverhouding en de aanpassing van de gezagsverhouding (voorbeelden die niet leiden tot gezag).