Platformarbeid - Informatie over werkplatforms


Laatst bijgewerkt op 22 mei 2018

Inleiding

Op deze pagina brengt het Stibbe team platformarbeid informatie en documenten bijeen over het onderwerp platformarbeid in ruime zin. Dit betreft onder meer nieuws- en blogberichten, rechtspraak, literatuur, publicaties van de overheid, rapporten, onderzoeken en studies, presentaties en links naar relevante websites.

Indien u beschikt over informatie en / of documenten over dit onderwerp die (nog) niet op deze pagina staan, ontvangen wij deze zeer graag per e-mail via: platformarbeid@stibbe.com.

Nieuws- en blogberichten

Nederland

  • 07.06.2018 VJAA-Themamiddag Platformisering (bron: VJAA.nl)
    Het thema van deze middag is “Platformisering”. Met de groei van platformarbeid (via platforms zoals Uber, Deliveroo, Temper en Helpling) is tevens een juridische en maatschappelijke discussie over platformarbeid ontstaan. Tijdens de themamiddag zullen verschillende aspecten van deze discussie worden belicht. Te denken valt bijvoorbeeld aan de juridische kwalificatie van de overeenkomst die een platformarbeider sluit met of via het platform, de rol van het arbeidsrecht binnen platformarbeid en de invloed die platformisering (maar ook digitalisering en robotisering) heeft op de maatschappij. Onder meer Evert Verhulp (UvA) en Jaap van Slooten (UvA en Stibbe) zijn hierbij aanwezig.
  • 14.05.2018 Brunel omarmt de klusjeseconomie (M. Klerks, bron: De Telegraaf)
    Detacheerder Brunel, vooral bekend om het detacheren van technisch personeel, wil de arbeidsmarkt voor dagloners betreden. Het bedrijf experimenteert in Amsterdam met een app (Pack) waar onder meer werkgevers in de horeca snel aan tijdelijk personeel kunnen komen.
  • 14.05.2018 ‘Ongevallenverzekering bewijst dat Deliveroo een werkgever is’ (bron: Amweb.nl)
    Met het aanbieden van een ongevallenverzekering aan haar bezorgers bewijst maaltijdbezorger Deliveroo dat het een werkgever is. Dit stellen de Kamerleden Gijs van Dijk en Henk Nijboer (beiden PvdA) in Kamervragen aan de minister Koolmees (SZW). De PvdA’ers bepleiten meer duidelijkheid over het fenomeen schijnzelfstandigheid bij de minister.
  • 10.05.2018 Geef fietsbezorgers fatsoenlijke bescherming (bron: FD) [zichtbaar na inlog / registratie]
    Maaltijdbezorger Deliveroo gaat fietsbezorgers tijdens hun werk verzekeren tegen de risico’s van hun vak. De dekking omvat een deel van de medische kosten na een ongeluk, aansprakelijkheid jegens derden en een tegemoetkoming tot 75% van gederfde inkomsten gedurende maximaal dertig dagen.
  • 08.05.2018 'Verzekering Deliveroo is een farce' (R. Winkel, bron: FD) [zichtbaar na inlog / registratie]
    De verzekering die maaltijdbezorger Deliveroo gaat afsluiten  voor losse arbeidskrachten maakt weinig indruk op politiek en vakbonden. 'Dit is niet meer dan een schaamlap voor een schijnconstructie', zegt Arend van Wijngaarden, arbeidsvoorwaardencoördinator van het CNV. Ook Kamerlid Gijs van Dijk (PvdA) vindt dat de verzekering het principiële probleem van de schijnzelfstandigheid niet oplost.
  • 08.05.2018 Bezorgers Deliveroo nu tóch verzekerd (R. Lieman, bron: NRC)
    Alle bezorgers die voor Deliveroo werken, of ze nu in Singapore of Amsterdam rondfietsen, zijn vanaf deze maand automatisch verzekerd tegen schade bij een ongeval onder werktijd en bij eventuele inkomstenderving als gevolg daarvan. Dat laat de Britse maaltijdbezorger weten in een e-mail aan haar werknemers, in alle twaalf landen waarin de dienst actief is.
  • 08.05.2018 Deliveroo paait politiek met ongevallenverzekering voor bezorgers (R. Winkel, bron: FD) [zichtbaar na inlog / registratie]
    Maaltijdbezorgdienst Deliveroo gaat zelfstandige koeriers verzekeren tegen bedrijfsongevallen. Freelance bezorgers die als gevolg van een ongeluk onder werktijd arbeidsongeschikt raken, krijgen tot dertig dagen maximaal driekwart van hun gemiddelde brutoverdiensten doorbetaald.

→ Klik hier voor alle nieuws- en blogberichten.

Buitenland

→ Klik hier voor alle nieuws- en blogberichten.

Rechtspraak

Nederlandse rechtspraak

  • 21.09.2017 College van Beroep voor het bedrijfsleven 21 september 2017, ECLI:NL:CBB:2017:312
    “In deze uitspraak oordeelt het Cbb dat het verbod van UberPOP standhoudt. UberX voldoet daarentegen wel aan de Nederlandse taxiwetgeving. “De Wet personenvervoer 2000 verbiedt taxivervoer zonder vergunning. UberPOP is gericht op vervoer door particuliere chauffeurs zonder taxivergunning. Dat is taxivervoer (en geen carpoolen), omdat het gebeurt als economische activiteit. UberX is gericht op taxivervoer door chauffeurs die beschikken over een taxivergunning. Dat is een andere dienst dan UberPOP, omdat geen samenwerking met particuliere chauffeurs zonder taxivergunning wordt gezocht.”
  • 30.12.2016 Rb. Amsterdam 30 december 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:9040 (Booking.com)
    Booking.com fungeert als digitaal prikbord en bemiddelt niet bij totstandkoming van een individuele reisovereenkomst. Booking.com valt niet onder het verplichtstellingsbesluit van het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Reisbranche.

Europese rechtspraak

  • 10.04.2018 Hof van Justitie EU, ECLI:EU:C:2018:221 (C-320/16) (Uber France SAS)
    In dit arrest oordeelt het Hof van Justitie EU dat de lidstaten de illegale uitoefening van een vervoersactiviteit zoals UberPop kunnen verbieden en bestraffen zonder voorafgaande kennisgeving aan de Commissie van het wetsontwerp tot strafbaarstelling van een dergelijke uitoefening. Aangezien de UberPop-dienst aldus niet onder Richtlijn 98/34/EG valt, concludeert het Hof dat de in die richtlijn neergelegde verplichting van voorafgaande kennisgeving aan de Commissie niet van toepassing is. Hieruit volgt dat de Franse autoriteiten niet verplicht waren het betrokken wetsontwerp van tevoren bij de Commissie aan te melden. Klik hier voor het persbericht over dit arrest en klik hier voor de conclusie van de AG.
  • 20.12.2017 Hof van Justitie EU, ECLI:EU:C:2017:981 (C-434/15) (Asociación Profesional Elite Taxi / Uber Systems Spain SL)
    Uber levert als elektronisch platform, via een smartphoneapp, een dienst waarmee particuliere bestuurders die hun eigen voertuig gebruiken, tegen betaling in contact worden gebracht met personen die een stadstraject willen afleggen. Een beroepsvereniging van taxibestuurders in Barcelona verzocht de Spaanse rechter vast te stellen dat de activiteiten van Uber Systems Spain (een vennootschap verbonden met Uber Technologies Inc.) misleidend zijn en oneerlijke mededinging vormen. Volgens de rechter moet worden bepaald of de door Uber geleverde diensten beschouwd moeten worden als vervoerdiensten, als diensten van de informatiemaatschappij of als een combinatie van deze twee soorten diensten. De Spaanse rechter heeft daartoe het Hof van Justitie EU prejudiciële vragen gesteld. Het Hof van Justitie EU oordeelt dat de door Uber geleverde dienst onder “diensten op het gebied van het vervoer” valt waarmee lidstaten voorwaarden kunnen vaststellen waaronder deze bemiddelingsdienst geleverd kan worden. Dit houdt in dat taxivergunningen voor chauffeurs verplicht gesteld mogen worden. Klik hier voor het persbericht over dit arrest en klik hier voor de conclusie van de AG.

Buitenlandse rechtspraak

Australië

  • 01.12.2017 Fair Work Commission [2017] FWC 6610 (Kaseris / Rasier Pacific V.O.F.)
    Former Uber driver, Michail Kaseris, has applied (under s.394 of the Fair Work Act 2009) for an unfair dismissal remedy. On 29 August 2016, he entered into a services agreement with Rasier Pacific V.O.F (known as Uber). Mr. Kaseris alleges that he was dismissed by Uber on 11 August 2017. Uber had terminated the driver’s service agreement and removed his access to the Uber app as a result of poor passenger ratings. Uber argues that Mr. Kaseris was not protected from unfair dismissal because he was an independent contractor and not an employee within the meaning of the Fair Work Act 2009. The Fair Work Commission concluded that Uber did not owe any legal obligation to its drivers except to provide access to the partner app and remittance of the fares and cancellation fees and, as a consequence, the wages-work bargain that is essential to employment relationship was therefore missing. Kaseris purported to rely upon the UK decision in Aslam and others v Uber B.V. and others in which the Employment Tribunal of London concluded Uber drivers were “workers”. The Commission refused to take into account this decision because the Australian law does not contain any equivalent to the UK’s expanded definition of “worker”, but continues to distinguish between employees and contractors only. The Commission determined that Mr. Kaseris was not an employee but an independent contractor.

Canada

  • 22.01.2018 Ontario Superior Court of Justice (Heller / Uber Technologies Inc.)
    Former Uber driver, David Heller, sued Uber under a class action on behalf of all Uber drivers of Ontario, alleging that they should be classified as Uber employees instead of independent contractors in order to be entitled to the benefits under Ontario’s Employment Standards Act. In order to use Uber, any prospective driver must agree to the company’s Service Agreement. Uber’s Service Agreement contained two important provisions: 1. A Driver Acknowledgment that the two parties are not in an employment relationship; and 2. An Arbitration Clause that stipulates that disputes, conflicts, or controversies arising out of or broadly in connection with the agreements shall be resolved by arbitration in Amsterdam under the Rules of Arbitration of the International Chamber of Commerce. The court said this case “is not about a discretionary court jurisdiction where there is a forum selection clause to refuse to stay proceedings where a strong cause might justify refusing a stay; rather, it is about a very strong legislative direction under the Arbitration Act, 1991 or the International Commercial Arbitration Act, 2017 and numerous cases that hold that courts should only refuse a reference to arbitration if it is clear that the dispute falls outside the arbitration agreement.” The Court rejected the plaintiff’s argument that since the proposed class action is about an alleged employment relationship it falls outside an arbitrator’s jurisdiction. Rather, the Court held that it is left to an arbitrator in The Netherlands to decide whether it has jurisdiction over this matter.

Frankrijk

  • 20.04.2017 Paris Commercial Court (Dubost / Take Eat Easy)
    The Paris Commercial Court admitted that the couriers who are using the application Take Eat Easy, are not employees but self-employed drivers.
  • 30.01.2017 Paris Commercial Court (Viabac and others / Uber B.V. and others)
    The Paris Commercial Court found that drivers who are using the Uber app are not employees but self-employed drivers. The court rejected Viacab’s claims.
  • 07.01.2016 Paris Court of Appeal (Driver / LeCab)
    The Paris Court of Appeal found that a driver using the application of LeCab was not an employee of this platform because the driver was free to organise his working time, he had no obligation to use the app, he was free to use other apps and warnings were sent to him by the platform as a reminder of his contractual commitments.

Verenigde Staten

  • 30.04.2018 Supreme Court of California (Dynamex Operations West Inc. / Superior Court)
    In the underlying lawsuit in this matter, two individual delivery drivers suing, on their own behalf and on behalf of a class of allegedly similarly situated drivers, filed a complaint against Dynamex Operations West, Inc. (Dynamex), a nationwide package and document delivery company, alleging that Dynamex had misclassified its delivery drivers as independent contractors rather than employees. Under the ABC test, a worker will be deemed to have been “suffered or permitted to work,” and an employee for wage order purposes, unless the putative employer proves: (A) that the worker is free from the control and direction of the hirer in connection with the performance of the work, both under the contract for the performance of such work and in fact; (B) that the worker performs work that is outside the usual course of the hiring entity’s business; and (C) that the worker is customarily engaged in an independently established trade, occupation, or business of the same nature as the work performed for the hiring entity. The Supreme Court evaluated three questions based on the ABC test. The Supreme Court conceded that the “suffer or permit to work” standard is a “term of art” that cannot be interpreted literally because it would obviously encompass workers who are traditional independent contractors (e.g. plumbers) and would more or less eviscerate the commonly understood distinction between employees and independent contractors. The Supreme Court limited the scope of “suffer or permit to work” by adopting the “ABC test.”
  • 11.04.2018 United States District Court for the Eastern District of Pennsylvania, Case No. 2:16-cv-00573 (Razak / Uber Technologies Inc.)
    Plaintiff Ali Razak and two others plaintiffs have brought individual and representative claims against Uber. The plaintiffs, Uber drivers for Uber’s limousine service UberBLACK, argued that they are employees and that Uber failed to pay them overtime and minimum wage in violation of the Fair Labor Standards Act (FLSA). The Court evaluated six factors come from a 1985 decision Donovan v. DialAmerica Marketing: (1) The degree of the alleged employer’s right to control the manner in which the work is to be performed, (2) The alleged employee’s opportunity for profit or loss depending upon his managerial skill, (3) The alleged employee’s investment in equipment or materials required for his task, or his employment of helpers, (4) Whether the service rendered requires a special skill, (5) The degree of permanence of the working relationship and (6) Whether the service rendered is an integral part of the alleged employer’s business. The Court found that four of the six factors weighed in favour of the “independent contractor” status. Given the totality of the circumstances and the fact “that no single factor in the economic reality test is dispositive”, plaintiffs have not brought proof of showing that they are employees. Uber’s motion will be granted: UberBLACK drivers are independent contractors.
  • 08.02.2018 United States District Court for the District of California, Case No. 3:15-cv-05128-JSC (Lawson / Grubhub)
    Former Delivery driver, Raef Lawson, worked for Grubhub for four months. He complains that Grubhub improperly classified him as an independent contractor rather than an employee under California law and in doing so violated California’s minimum wage, overtime and employee expense reimbursement laws. Based on what the Court observed at trail and the facts, the Court finds that during the four months Mr. Lawson performed delivery services for Grubhub he was an independent contractor. Since he was not an employee, he cannot prevail on this individual Labor Code of PAGA claims.
  • 01.02.2017 Florida District Court of Appeal, Case No. 3D15-2758 (McGillis / Department of Economic Opportunity and Uber Technologies Inc.)
    McGillis was an Uber driver until Uber revoked his access to the technology based on alleged violations of Uber’s user privacy. McGillis filed a claim for reemployment assistance against Uber. The threshold issue raised by his claim was whether he provided service to Uber as an employee entitled to reemployment assistance under sector 433.1216, Florida Statutes (2015), or whether he served Uber as an independent contractor. The court agrees with the Department’s conclusion that Uber drivers like McGillis are not employees for the purpose of reemployment assistance. In this case, the parties’ agreement unequivocally disclaims an employer-employee relationship and the parties’ actual practice reflects the written contract. Due in large part to the transformative nature of the internet and smartphones, Uber drivers like McGillis decide whether, when, where, with whom, and how to provide rides using Uber’s computer programs. This level of free agency is incompatible with the control to which a traditional employee is subject. The Court affirms the final order of the Department of Economic Opportunity concluding that Uber drivers are not entitled to reemployment assistance under section 443.1216 and denies McGillis’ claim for reemployment assistance.
  • 30.01.2017 United States District Court for the District of New Jersey, Civ. Action No. 16–3044 (Singh / Uber Technologies Inc.)
    Former Uber driver, Jaswinder Singh, brought an action in District Court against Uber, alleging Uber misclassified him as an independent contractor, did not pay him overtime compensation, and required him to pay for business expenses incurred on behalf of service. Uber asked the District Court to dismiss the action and compel arbitration. The District Court found that the parties have agreed to permit the arbitrator to decide issues of arbitrability under the Agreement's delegation clause and concluded that the parties entered into a valid and enforceable arbitration agreement and Singh must arbitrate his claims.
  • 07.09.2016 United States Court of Appeals for the Ninth Circuit, No.15-16178, No.15-16181, No.15-16250 (Mohamed / Uber Technologies Inc.)
    Former Uber drivers, Abdul Mohamed and Ronald Gillette, filed an action in District Court alleging on behalf of themselves and a proposed class of other drivers that defendant, Uber Technologies, violated the Fair Credit Reporting Act (FCRA) and various state statutes. Gillette has also brought a representative claim against Uber under California's Private Attorneys General Act of 2004 (PAGA) alleging that he was misclassified as an independent contractor rather than an employee. The District Court concluded that the delegation clauses in both of the 2013 and the 2014 agreements were ineffective because they were not clear and unmistakable. The District Court denied Uber's motion to compel arbitration of the claims. Uber argues on appeal (1) that the district court erroneously considered whether the arbitration provisions were enforceable when that question was clearly delegated to an arbitrator, and (2) that even if the district court properly considered arbitrability, it erred in concluding that the arbitration provisions were invalid and in declining to compel arbitration. The Court of Appeals concluded that the District Court erred at first step and improperly assumed the authority to decide whether the arbitration agreements were enforceable. The question of arbitrability as to all but Gillette’s PAGA claims was delegated to the arbitrator. Under the terms of the agreement Gillette signed, the PAGA waiver should be severed from the arbitration agreement and Gillette’s PAGA claims may proceed in court on a representative basis. All of Plaintiffs’ remaining arguments, including both Mohamed’s challenge to the PAGA waiver in the agreement he signed and the challenge by both Plaintiffs to the validity of the arbitration agreement itself, are subject to resolution via arbitration. The Court of Appeals affirmed in part and reverse the District Court’s order denying Uber’s motions to compel arbitration and remand for proceedings consistent with this opinion.
  • 12.05.2016 Wisconsin Department of Workforce Development: Equal Rights Division (Taveree Y. Sly-Lundasi / Uber Technologies Inc.)
    Taveree Y. Sly-Lundasi filed a complaint alleging that Uber violated the Wisconsin Fair Employment Act, section 111.31-111.395, by discriminating against her because of her arrest record. Uber argued that the complaint should be dismissed because Taveree Y. Sly-Lundasi was an independent contractor and Uber was not an employer or “other person” under the Wisconsin Fair Employment Act. Uber also argued that the she was attempting to enter into a relationship with Uber as an independent contractor and that such action was not actionable under the Wisconsin Fair Employment Act. Because Uber did not exercise the required control of individual drivers like Sly-Lundasi, there was no employer-employee relationship between her and Uber. She was an independent contractor, and was not afforded the protection of the Wisconsin Fair Employment Act. Therefore the judge dismisses the complaint in this matter.  
  • 23.06.2016 United States District Court for the Northern District of California (Cotter / Lyft)
    The drivers in this lawsuit sued Lyft alleging that Lyft improperly classified drivers who gave rides in California as independent contractors rather than employees and that as a result of this classification, Lyft violated various laws and regulations. The Court did not decide in favor of the drivers or Lyft. Instead, both sides agreed to a settlement.
  • 04.05.2016 United States District Court for the Middle District of Florida, Case No. 8:16 CV-166-T-30MAP (Suarez / Uber Technologies Inc.)
    The drivers in this lawsuit sued Uber alleging that Uber misclassified drivers as independent contractors, rather than as employees and also claimed that Uber violated the Fair Labor Standards Act by failing to pay them minimum and overtime wages. The U.S. District Judge found that the user agreements signed by the drivers contained valid arbitration and opt-out clauses that allowed Uber to arbitrate the disputes individually. The drivers appealed this case.
  • 03.05.2016 United States District Court for the District of Maryland, Civil Action No. MJG-15-3650 (Varon / Uber Technologies Inc.)
    Former Uber driver, Elizabeth Varon, filed an action on behalf of herself and a proposed class of other drivers in District Court against Uber, alleging among other things that Uber’s treating drivers as employees but not paying them as employees. Uber moved to compel arbitration and dismiss the case. The District Court granted Uber’s motion to compel arbitration. Varon has filed a motion for reconsideration of the Court’s May 3, 2016 Order granting Uber’s motion to compel arbitration. The motion is denied on July 20, 2016.
  • 07.04.2016 United States District Court for the District of Arizona, CV-15-02418-PHX-DLR (Sena / Uber Technologies Inc.) (OnLabor)
    Former Uber driver, David Sena, filed an action in District Court against Uber, alleging Uber misclassified him as an independent contractor. Uber moved to compel arbitration and dismiss the case. Sena stated that the Court should follow the Northern District of California's decision in Mohamed v. Uber Technologies (N.D. Cal. 2015), which found Uber's arbitration provision unconscionable, and therefore unenforceable. On April 7, 2016, the Court granted Uber's motion to compel arbitration. In declining to follow Mohamed's reasoning, the Court concluded that the arbitration provision clearly and unmistakably delegates questions of arbitrability to the arbitrator because similar language had been found clear and unmistakable by the Supreme Court and the Ninth Circuit. Sena has filed a motion for reconsideration of the Court's April 7, 2016 Order granting Uber's motion to compel arbitration. The motion is denied on May 3, 2016.
  • 2013-2016 United States District Court (Northern District of California), C13-3826 EMC (O'Connor / Uber Technologies, Inc. et al.)
    “This case will boil down to whether Uber can successfully convince a jury that its classification of drivers as independent contractors, rather than employees of Uber, is appropriate”.
  • 06.11.2015 United States District Court for the District of California, No. 15-cv-01285-EDL (Levin / Caviar Inc.)
    Plaintiff, Levin, was a courier for food delivery service Caviar, which does business as Try Caviar. Levin filed a suit against Try Caviar alleging it had misclassified him as an independent contractor, rather than employee, in violation of California Labor Code governing wages and expenses, and asserted a representative action, under the California Private Attorneys General Act (PAGA), on behalf of other drivers. Try Caviar moved to compel arbitration. The court grants the motion to compel arbitration of plaintiff’s individual claims and finds the PAGA waiver unenforceable. Within 14 days the parties shall each submit letter briefs on the issue of whether the arbitrability of plaintiff’s claim should be decided by the AAA arbitrator.
  • 03.11.2015 United States District Court for the District of California, No. 15-cv-00697-EMC (Cobarruviaz et al / Maplebear Inc.
    Personal shoppers and drivers who worked for food delivery service Maplebear, which does business as Instacart, filed a multi-state putative class action against the service alleging they had been classified as independent contractors, rather than employees, in violation of Fair Labor Standards Act (FLSA) and state law. California bases plaintiff’s also sought civil penalties under the California Private Attorneys General Act (PAGA). The food delivery service moved to compel arbitration. The court concludes that the agreement to arbitrate is enforceable, subject to severance of the fee-splitting and fee-shifting provision. The court concludes that the agreement to arbitrate is enforceable. The court grants the motion to compel arbitration on an individual basis, except for the PAGA representative claim. However the court will grant Maplebear’s request to stay this litigation including the PAGA representatives claim, pending the outcome of the arbitration.
  • 01.08.2012 California Labor Commission (Alatraqchi / Uber Technologies Inc.)
    Uber contends Alatraqchi is an independent contractor. “In determining whether an individual providing service to another is an employee of an independent contractor, there is no single determinative factor. Prior to 1970, the principle test was whether the person to whom service was rendered had the right to control the manner and means of the accomplishing the result desired. S.G. Borello & Sons, Inc. v. Dept. of Industrial Relations (1989) brought a departure from the focus on control over the work details. The court identified the following additional factors that must be considered: whether the person performing services is engaged in an occupation or business district from that of the principal, whether the work is a part of the regular business of the principal, whether the principal or the worker supplies the instrumentalities, tools, and the place for the person doing the work, the alleged employee’s investment in the equipment or materials required by the task, the skill required in the particular occupation, the kind of occupation, with reference to whether, in the locality, the work usually is done under the direction of the principal of by a specialist without supervision, the alleged employee’s opportunity for profit or loss depending on his managerial skill, the length of time for which the services are to be performed, the degree of performance of the working relationship, the method of payment, whether by time of by the job, and whether the parties believe they are creating an employer-employee relationship. California courts have established a series of definitive tests for determining whether one is an employee or an independent contractor. Even if the parties expressly agree in writing that an independent contractor relationship exists, under the tests, the one performing services may still be considered an employee. In this matter, Uber’s business was engaged in technology and not the transportation industry, The services Alatraqchi provided were not part of the business operated by Uber, and the evidence did indicate that Alatraqchi provided similar services for others during the time of his employment with Uber. The work arrangement was paid at per-job rate. Alatraqchi provided the means to complete the job. Uber did not supervise or direct his work and only paid him when  Alatraqchi invoices Uber. Based on testimonies and evidence presented, Alatraqchi performed services as an independent contractor of Uber and not as a bona fide employee. The Labor Commission lacks jurisdiction over disputes arising from bona fide independent contractor, rather than employment, relationships. Alatraqchi’s claim, therefor, is dismissed for lack of jurisdiction.”

Verenigd Koninkrijk

  • 14.11.2017 Central Arbitration Committee Trade Union and Labour Relations (Independent Workers’ Union of Great Britain (IWGB) / Deliveroo)
    The IWGW (the Union) submitted an application to the CAC (a body that resolves worker disputes) that it should be recognised for collective bargaining by Deliveroo. The CAC ruled that the food delivery firm’s riders were self-employed contractors as they had the right to allocate a substitute to do the work for them. The CAC ruling said: “The central and insuperable difficulty for the union is that we find that the substitution right to be genuine, in the sense that Deliveroo have decided in the new contract that riders have a right to substitute themselves both before and after they have accepted a particular job; and we have also heard evidence, that we accepted, of it being operated in practice.” It said that its finding on this particular aspect of the relationship between Deliveroo and its riders was “fatal to the union’s claim.” Accordingly, the decision is that the Union’s application is not accepted since the riders are not workers within the meaning of s.296 TULR(C)A, but in all other respects the acceptance tests have been met by the Union.
  • 10.11.2017 Employment Appeal Tribunal 10 November 2017 (Uber B.V. and others / Aslam and others)
    The Employment Appeal Tribunal (EAT) has upheld the ruling against taxi organisation Uber, stating that its drivers are employed as workers and are entitled to employment rights such as the national minimum wage and holiday pay. As part of the ruling, the EAT also confirmed that the period from when drivers are logged on and are ready and willing to accept rides counts as working time, meaning that drivers should be paid at least the minimum wage for that whole period.
  • 02.08.2017 Central London Employment Tribunal (Gascoigne / Addison Lee Ltd)
    The claimant (Mr Gascoigne) was a cycle Courier for Addison Lee from 2008 until March 2017. He argues that he was a worker within the meaning of Regulation 2 of the Working Time Regulations (a “limb (b) worker”). Addison Lee has admitted that due to the nee of for DBS clearance personal performance was required and the contract does not state otherwise. The Employment Tribunal of London concludes that the claimant was a “limb b” workers. “This was a working arrangement which did not lend itself to the interpretation which the armies of lawyers tried to promote. The claimant was part of a homogenous fleet and a homogenous operation which promoted Addison Lee to customers and looked after its own. There is nothing wrong of bad about that, it simply does not fit with the employment status for which the Addison Lee contents.” The he amount of holiday pay that Addison Lee owes Mr Gascoine will be determined at a later hearing.
  • 23.03.2017 Central London Employment Tribunal (Boxer / Excel Group Services Ltd.)
    The claimant (Mr Boxer) was a bicycle courier and argued that when he worked for Excel Group Services, he was a worker within the meaning of the Employments Rights Acts. The Employment Tribunal of London has ruled that he was a worker for the purposes of the Working Time Regulations, entitling him to holiday pay. In finding that Mr Boxer was a worker entitled to holiday pay, the tribunal was influenced by: the inequality of bargaining power when he signed the contract, his five-day working week under the supervision of a controller; the notice he had to give if he was not working; the fact that he did not pay insurance; the absence of negotiating room in what he was paid; and the expectation that he wait between jobs in a particular location. The tribunal also made clear that a theoretical right to send a suitably qualified substitute did not defeat Mr Boxer’s claim. The reality of the arrangement was that sending a substitute was not a practical option.
  • 05.01.2017 Central London Employment Tribunal (Dewhurst / Citysprint UK Ltd.)
    The claimant (Ms Dewhurst) works as a cycle courier for City Sprint and typically works four days a week form 9.30 am to 6.30 pm. She argues she is a worker within the meaning of section 230(3)(b) of the Employment Rights Act (“the limb (b) worker”). Her claim is for two days’ holiday pay in respect of holiday which she took but has not been paid for. The Employment Tribunal of Londen looked at the contractual documentation but also examined the reality of the situation in detail. The reality of Ms Dewhursts working conditions made it clear she was integrated into CitySprint's business. In particular it noted as significant: the couriers do not have discretion to determine the manner in which the services are performed, the substitution clause was so prescriptive that in effect it allowed no more than that the couriers could swap jobs with a colleague, although the document referred to couriers self-billing and using invoices, in practice couriers do not submit invoices for individual jobs, instead the company automatically calculates payments due and pays them weekly in arrears, and the tick box exercise on recruitment illustrated the clear inequality of bargaining power. The tribunal concludes that the claimant was a worker during the time she was on circuit. City Sprint unlawfully failed to pay her for two days’ of holiday.
  • 28.10.2016 Employment tribunals 28 October 2016 (Aslam and others / Uber B.V. and others)
    In deze uitspraak oordeelt het Employment Tribunal dat twee chauffeurs die voor Uber rijden, niet 'self-employed' zijn, maar kwalificeren als 'worker'. Dit heeft tot gevolg dat deze chauffeurs aanspraak kunnen maken op bijvoorbeeld het wettelijk minimumloon en doorbetaalde vakantie.

Literatuur

Nederland

Boeken

Tijdschriften

  • J.M. van Slooten, ‘Het arbeidsrecht moet op de schop’, Ondernemingsrecht 2018/43
  • H.J.W. Alt, ‘De gedwongen vrijheid van de maaltijdbezorger en de plannen van het kabinet Rutte III’, TRA 2018/36
  • M.R. Botman, ‘Uber: online dienst of vervoersbedrijf? Europese grenzen aan regulering van online platforms’, NtEr 2018, nr. 1-2
    In het arrest Asociación Professional Elite Taxi/Uber Systems Spain geeft het Hof van Justitie antwoord op de vraag of Uber moet worden gekwalificeerd als online dienst of vervoersbedrijf. Hiermee is ook duidelijk aan welke Europese regels nationale regulering van het online Uberplatform is onderworpen. In deze bijdrage wordt het arrest geanalyseerd en wordt bezien welke gevolgen het arrest heeft voor Nederland. Welke betekenis heeft het arrest voor de regulering van andere online platforms?
  • E. Verhulp, ‘Platformwerkers verdienen meer!’, ArbeidsRecht 2018/1
    De vraag die Verhulp in deze bijdrage onderzoekt is of op de rechtsrelatie tussen een werker en een platform dat zijn arbeid bemiddelt de uitzendrichtlijn (Richtlijn 2008/104/EG) en de deels daarop gebaseerde Waadi van toepassing zijn, ook als de rechtsrelatie van de werker en het platform geen arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:610 BW is.
  • F. de Fijter, ‘Nieuwe economie heeft regels en vangnet nodig’, SERmagazine oktober 2017, nr. 10, p. 14-16 (bron: SER)
    Dit artikel is de weergave van een gesprek met Koen Frenken en Mies Westerveld over de kansen en risico’s van de platformeconomie.
  • M.M. van den Berg, ‘The (possible) impact and consequences of Aslam and others v Uber B.V. and others for the industry in the UK and the Netherlands’, TAO 2017, nr. 3, p. 144-152
  • R. van Neck en R.G. Waterman, ‘Uber - dienst van de informatiemaatschappij of vervoersdienst? De online platformeconomie onder de loep’, JutD 2017-0104 (www.birdbuzz.nl)
  • J.G.L. van der Wees, ‘Conclusie A-G HvJ EU: Uber moet zich aan nationale vervoerswetten houden’, Computerrecht 2017/196
  • A. de Vries-Stotijn, ‘Ontwikkelingen in het EU-recht: Uber een vervoersaanbieder?’, TvC 2017/4
  • J.M. van Slooten, ‘Ter Visie – Platformarbeid: nog een reden tot rethinking van het arbeidsrecht’, TAO 2017, nr. 2, p. 51-52
    In dit artikel wordt ingegaan op werkplatforms en het door de auteur gesignaleerde probleem dat het huidige arbeidsrecht niet meer bij machte lijkt om vast te stellen wat de rechtsrelatie van werkplatforms met hun werkers is.
  • M.S. Houwerzijl, ‘Arbeid en arbeidsrecht in de digitale platformsamenleving: transnationale dimensies en dilemma’s’, TRA 2017/59
    In dit artikel staan de grensoverschrijdende vormen van digitaal werk binnen de EU centraal. Verkend wordt de impact van transnationaal werken op het vrij verkeer van werknemers en het bepalen van het toepasselijke arbeids- en socialezekerheidsrecht. In aansluiting op het eerste deel komt online arbeid via externe platforms aan de orde. De nadruk ligt echter op digitalisering van werk(onderdelen) via interne digitale platforms van werkgevers.
  • M.S. Houwerzijl, ‘Arbeid en arbeidsrecht in de digitale platformsamenleving: een verkenning’, TRA 2017/14
    In dit artikel wordt ingegaan op het soort werk, hoe bepaalde platformmechanismen de organisatie van arbeid (of de allocatie) sturen, welke sociaalrechtelijke vragen dit oproept en waarom het belangrijk is dat de overheid en andere 'stakeholders' zich hier nu al mee bezig houden.
  • M. Westelveld, ‘Het CBb en ‘Der digitale Taxi-Krieg’, NJB 2015/595

Buitenland

Boeken

Tijdschriften

Publicaties overheid

Nederland

  • 14.05.2018 Kamervragen (zonder antwoorden) over de ongevallenverzekering voor Deliveroo bezorgers (bron: www.overheid.nl)
  • 30.03.2018 Kamervragen met antwoorden over dat Schiphol Deliveroo inzet voor bezorging aan de gate (Aanhangsel Handelingen II 2017/18, 1616) (bron: www.overheid.nl)
  • 13.03.2018 Verslag algemeen overleg, gehouden op 14 februari 2018, over Arbeidsmarktbeleid (Kamerstukken II 2017/18, 29544, 815) (bron: www.overheid.nl)
    Hierin zegt de minister van SZW over platformarbeid onder meer het volgende. “Zoals al eerder is aangekondigd, zal het onderzoek naar de platformeconomie in maart verschijnen. Zelf ga ik in gesprek zodra dat onderzoek beschikbaar is. Ik ga dan in gesprek naar aanleiding van dat onderzoek, naar aanleiding van deze discussie, maar ook naar aanleiding van de discussie die de heer Wiersma, de heer Van Weyenberg en de heer Heerma net hebben opgebracht over wat nou goede oplossingen zijn in die nieuwe economie. Want laten we gewoon eerlijk zijn; daarbij zijn er soms knelpunten die kunnen worden opgelost, waarmee ook knelpunten kunnen worden opgelost voor ondernemers met een nieuw businessmodel en met nieuwe, innovatieve ideeën. Mijn beeld is dat ook sociale partners er echt open voor staan om die gesprekken te voeren. Maar als u het mij toestaat, wil ik dat wel graag samen nemen, anders gaan er namelijk discussies door elkaar heen lopen. Ik vind het van belang dat we de verschillende discussies tegelijkertijd voeren, namelijk de discussie over de handhaving, de discussie over de toekomst van de platformeconomie en de discussie die met de sociale partners wordt gevoerd over de vraag hoe we dit in de toekomst gaan regelen. Ik vind het van belang dat ik dat samen neem en ik, met die kennis in mijn achterhoofd, die gesprekken aanga met ondernemersorganisaties en werknemersorganisaties in die sector, waar de motie mij om vraagt.”
  • 07.03.2018 Kamervragen (zonder antwoorden) over een mogelijke aanval van taxichauffeurs op het hoofdkantoor van Uber (bron: www.overheid.nl)
  • 16.02.2018 Brief regering met fiche inzake de Richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden (Kamerstuk 22112, 2486) (bron: www.overheid.nl)
    Nederland onderschrijft het algemene doel van het richtlijnvoorstel om zekerder en beter voorspelbare werkgelegenheid te bevorderen en tevens te zorgen voor aanpassingsmogelijkheden op de arbeidsmarkt alsook betere leef- en arbeidsomstandigheden. Nederland heeft echter ook een aantal kanttekeningen. Zo is van belang dat de voorgestelde richtlijn niet tot gevolg heeft dat Nederland belemmerd wordt de voorgenomen maatregelen uit het Regeerakkoord uit te voeren rondom het aanbrengen van een nieuwe balans op de arbeidsmarkt. Vooralsnog is het oordeel dat de maatregelen uit het Regeerakkoord niet door het onderhavige richtlijnvoorstel belemmerd worden. Tijdens de komende onderhandelingen zal dit echter een aandachtspunt blijven. Ook zal het kabinet er op toezien dat het richtlijnvoorstel het Nederlandse bedrijfsleven niet onnodig belast.
  • 12.02.2018 Kamervragen met antwoorden over de uitspraak van het Europese Hof van Justitie dat Uber een taxibedrijf is (Aanhangsel Handelingen II 2017/18, 1133) (bron: www.overheid.nl)
    De minister van SZW verduidelijkt dat het Europese Hof van Justitie (het Hof) in deze zaak geen uitspraak heeft gedaan over de vraag of een Uber chauffeur als werknemer dient te worden beschouwd. Het is aan een nationale rechter om aan de hand van feiten en omstandigheden van het concrete geval vast te stellen of sprake is van een werknemersrelatie. Inzake de vraag naar de kwalificatie van de werkrelatie tussen Uber en zijn chauffeurs verwijst de minister naar het onafhankelijk onderzoek dat hij momenteel laat uitvoeren. Het doel van dit onderzoek is om meer inzicht in de omvang van het aantal mensen dat hierin werkt en de manier van werken (onder welke omstandigheden) in de kluseconomie te krijgen. Naast een beschrijving van de feitelijke stand van zaken zal het onderzoek ook inzicht bieden in de arbeidsrechtelijke, fiscaalrechtelijke en sociaalrechtelijke aspecten die het werken in de kluseconomie met zich meebrengt. Oplevering van het onderzoek is voorzien in het voorjaar van 2018 en geeft een duidelijker beeld over de werkzaamheden binnen de kluseconomie. De minister zegt voorts dat het niet aan hem is om een uitspraak over specifieke gevallen te doen. Het is aan de belastinginspecteur en bij blijvend verschil van mening aan een rechter om de feiten en omstandigheden van een individueel geval te beoordelen en een uitspraak te doen over de vraag of iemand werkzaam is in dienstbetrekking of niet en indien iemand als opdrachtnemer werkzaam is, of deze persoon dan als zelfstandig ondernemer kwalificeert.

  • 09.01.2018 Kamerbrief met reactie op het rapport van het Rathenau Instituut inzake de bescherming van publieke belangen in de deeleconomie (Kamerstuk 33009, 47) (bron: www.overheid.nl)
    In deze brief reageert de staatssecretaris van EZK op bovengenoemd rapport van het Rathenau Instituut. De brief schetst hoe het kabinet omgaat met de deel- en kluseconomie en de inzichten en aanbevelingen van het Rathenau-rapport. De staatsecretaris gaat onder meer in op de ‘juridische status’ van platforms. Hij stelt voorop dat de ‘juridische status’ van platforms niet te benoemen valt. Welke regelgeving op een platform van toepassing is, is afhankelijk van welke activiteiten dat platform uitvoert en welke diensten het verricht. Ook gaat hij in op de ‘rechtspositie bij werk via platforms’. Bij platforms in de kluseconomie is cruciaal of de arbeid wordt verricht vanuit een positie als werknemer of als zelfstandige, dus of het platform optreedt als werkgever of enkel als bemiddelaar van vraag en aanbod. Het kabinetsbeleid is erop gericht om ‘schijnzelfstandigheid’ tegen te gaan. De minister van SZW heeft aangegeven dat het kabinet geen oordeel kan geven over de status van (het werken bij) Deliveroo of andere platforms, omdat beoordeling en duiding van de feitelijke individuele omstandigheden van een arbeidsrelatie uiteindelijk aan de rechter is. De staatssecretaris wijst op het onderzoek dat de minister van SZW momenteel uitvoert om een beter inzicht te krijgen in hoeveel mensen via klusplatforms werken en onder welke omstandigheden zij dat doen. Hierbij komen ook mogelijke arbeidsrechtelijke, sociaalrechtelijke en fiscaalrechtelijke aspecten aan de orde. Voorts wijst de staatsecretaris op de maatregelen die zijn aangekondigd in het Regeerakkoord en op de brief die op korte termijn naar de Tweede Kamer wordt gestuurd, waarin wordt ingegaan op de uitvoering van de aangekondigde maatregelen rond het thema ‘werken als zelfstandige’, de verlenging van het handhavingsmoratorium van de Wet DBA en op welke wijze de handhaving op schijnzelfstandigheid bij kwaadwillende opdrachtgevers in de tussentijd zal worden opgepakt.
  • 21.12.2017 Motie over de fietskoeriers van Deliveroo (Kamerstuk 34775-XV, 62). Verworpen (bron: www.overheid.nl)
  • 21.12.2017 Motie over de situatie op de markt voor maaltijdbezorging (Kamerstuk 34775-XV, 47). Aangenomen (bron: www.overheid.nl)
    Met deze motie verzoekt de Tweede Kamer het kabinet, zich uit te spreken over de situatie op de markt voor maaltijdbezorging en om met de spelers op deze markt in gesprek te gaan. Tevens wordt verzocht om te kijken of er meer mogelijkheden zijn om bij evidente kwaadwillendheid te handhaven, en of daarbij samenwerking kan worden gezocht met de inspectie van SZW en de risicoanalyse die bij de Inspectie SZW wordt gebruikt.
  • 15.12.2017 Brief regering inzake reactie op verzoek commissie om nadere informatie zorgplicht van de opdrachtgever (Kamerstuk 29544, 809) (bron: www.overheid.nl)
    In deze Kamerbrief geeft de minister van SZW gehoor aan het verzoek van de Tweede Kamer om schriftelijk in te gaan op het begrip zorgplicht van de opdrachtgever, de concrete betekenis ervan in de praktijk en de mate waarin hier zekerheden aan ontleend kunnen worden. De minister merkt op dat de suggestie die is ontstaan dat zelfstandigen, net als werknemers, collectief verzekerd zijn voor ongevallen en arbeidsongeschiktheid, niet correct is. Ter toelichting gaat hij in op de wettelijke zorgplicht van de opdrachtgever (artikel 7:658 BW) en de gevolgen van de schending van deze zorgplicht. De minister geeft aan dat hij niet beschikt over informatie die inzicht biedt in de concrete betekenis van de zorgplicht in de praktijk. Voorts merkt de minister op dat een werknemer, in tegenstelling tot een opdrachtnemer, verplicht verzekerd is voor ziekte en arbeidsongeschiktheid. Tot wijst hij op het onafhankelijke onderzoek dat zal worden uitgevoerd naar de omvang en de manier van werken in de kluseconomie. Naast een beschrijving van de feitelijke stand van zaken zal dit onderzoek ook inzicht bieden in de arbeidsrechtelijke, fiscaalrechtelijke en sociaalrechtelijke aspecten die het werken in de kluseconomie met zich meebrengt, aldus de minister. Oplevering van het onderzoek is voorzien in het voorjaar van 2018.
  • 13.12.2017 Verslag van een algemeen overleg, gehouden op 29 november 2017, over arbeidsomstandigheden – Handhaving (Kamerstuk 25883, 312) (bron: www.overheid.nl)
    Tweede Kamerlid Gijs de Vries vraagt aan de staatssecretaris of de inspectie SZW (de inspectie) ook gaat toezien op de mooie, maar af en toe ook zorgelijke ontwikkelingen in de platformeconomie, zoals bij de fietsbezorgers (p. 6)? Tevens wijst hij op de twee discussies die spelen in de platformeconomie: 1. is er sprake van zelfstandigheid of werknemerschap en 2. de onveilige situaties op de weg bij fietsbezorgers. Hij vraagt of de inspectie naar dat laatste zou willen kijken (p. 7). De staatssecretaris antwoordt dat de inspectie de ontwikkelingen in de platformeconomie volgt. Indien er meldingen bij de inspectie binnen komen, kunnen deze aanleiding zijn om een onderzoek te starten. De staatssecretaris geeft aan dat hij in antwoord op Kamervragen van de heer Van Kent een onafhankelijk onderzoek laat uitvoeren naar de omvang van en de manier van werken in de kluseconomie. De oplevering van dat onderzoek is voorzien in het voorjaar van 2018. Hij stelt voor de uitkomsten van dat onderzoek af te wachten en op dat moment te bezien of maatregelen nodig zijn en zo ja, welke (p. 31). Als toezegging wordt genoteerd: het onderzoek naar de arbeidsomstandigheden in de platformeconomie komt in het voorjaar 2018 naar de Tweede Kamer (p. 42).
  • 26.10.2017 Kamervragen met antwoorden over maaltijdbezorger Deliveroo die alle koeriers in loondienst gaat vervangen door (schijn)zelfstandigen (Aanhangsel Handelingen II 2017/18, 288) (bron: www.overheid.nl)
    De minister geeft aan (1,2) dat hij geen inzicht heeft in de feitelijke onderhandelingspositie van de fietskoeriers ten opzichte van Deliveroo en dat hij om die reden geen uitspraken daarover kan doen. Ook geeft de minister aan (3) niet bekend te zijn met de specifieke situatie waarin (schijn)constructies plaatsvinden maar dat hij om oneigenlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden te voorkomen reeds maatregelen heeft getroffen, zoals de Wet aanpak schijnconstructies en de uitbreiding van de reikwijdte van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. (4) In zijn algemeenheid, meent de minister dat het een zorgelijke ontwikkeling is dat steeds meer werknemers worden vervangen door zelfstandigen en dat zij zich gedwongen zien slechtere arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden te accepteren. (5) Met betrekking tot eventuele concrete onderzoeken van de Inspectie SZW doet de minister geen mededelingen; sociale partners houden toezicht op de naleving van cao-voorwaarden. Zij kunnen op grond van artikel 10 van de Wet AVV een verzoek indienen bij de Inspectie SZW ter ondersteuning van dit toezicht. (6) Tot slot vindt de minister het positief als mensen voor zichzelf opkomen.
  • 05.10.2017 Dertigledendebat over het rapport ‘Eerlijk delen’ van het Rathenau Instituut (Handelingen II 2017/18, nr. 9, item 9) (bron: www.overheid.nl)
  • 25.09.2017 Kamervragen met antwoorden over maaltijdbezorger Deliveroo die alle koeriers in loondienst gaat vervangen door (schijn)zelfstandigen (Aanhangsel Handelingen II 2017/18, 39) (bron: www.overheid.nl)
    De minister laat een onafhankelijk onderzoek uitvoeren om een beter beeld te krijgen van de bedrijven en platforms die zich manifesteren in de kluseconomie (gig economy) en om een inschatting te kunnen maken van het aantal mensen dat hierin werkt en onder welke omstandigheden zij dat doen. Dit onderzoek heeft al doel om meer inzicht in de omvang van en de manier van werken in de kluseconomie te krijgen. Naast een beschrijving van de feitelijke stand van zaken zal het onderzoek ook inzicht bieden in de arbeidsrechtelijke, fiscaalrechtelijke en sociaalrechtelijke aspecten die het werken in de kluseconomie met zich meebrengt. Oplevering van het onderzoek is voorzien in het voorjaar van 2018. Op dat moment bestaat een duidelijker beeld of maatregelen nodig zijn.
  • 03.07.2017 Kamervragen met antwoorden over de bezorgplannen van McDonalds en Uber Eats (Aanhangsel Handelingen II 2016/17, 2243) (bron: www.overheid.nl)
  • 20.02.2017 Verslag van een nader schriftelijk overleg (Kamerstuk 33623, M, p. 5, inzake de Wijziging van de WML i.v.m. het van toepassing verklaren van die wet op nader bepaalde overeenkomsten van opdracht) (bron: www.overheid.nl)
    Minister Asscher beantwoordt in dit verslag een vraag van de D66- en CDA-fractie over de inzichten in en de juridische toelaatbaarheid van de zzp-constructie van UberEats. Minister Asscher geeft aan nader onderzoek te laten doen naar de vraag of deze arbeidsrelatie moet worden gekwalificeerd als een arbeidsovereenkomst.
  • 03.05.2015 Kamervragen met antwoorden over het massaal ontduiken van belastingen door UberPop-chauffeurs (Aanhangsel Handelingen II 2014/15, 1818) (bron: www.overheid.nl)
  • 24.02.2015 Kamervragen met antwoorden over het bericht dat taxichauffeurs het heft in eigen hand willen nemen tegen UberPOP (Aanhangsel Handelingen II 2014/15, 1346) (bron: www.overheid.nl)
  • 28.01.2015 Kamervragen met antwoorden over Uber (Aanhangsel Handelingen II 2014/15, 1152) (bron: www.overheid.nl)
  • 01.09.2014 Kamervragen met antwoorden over de introductie van de dienst UberPOP in Amsterdam (Aanhangsel Handelingen II 2013/14, 2829) (bron: www.overheid.nl)
  • 28.05.2014 Kamervragen met antwoorden over het bericht dat de alternatieve taxidienst Uber wordt verboden in Brussel en Berlijn (Aanhangsel Handelingen II 2013/14, 2095) (bron: www.overheid.nl)

Europese Unie

  • 13.03.2018 Commissie presenteert voorstellen voor een Europese Arbeidsautoriteit en voor een bredere toegang tot sociale bescherming (source: Persbericht Europese Commissie)
    De Europese Commissie stelt voor om de sociale bescherming uit te breiden tot alle werknemers en zelfstandigen. Dit voorstel moet ervoor zorgen dat uiteindelijk alle werknemers en zelfstandigen, en met name degenen als gevolg van zijn arbeidsstatuut nu nog geheel of gedeeltelijk buiten de boot vallen, sociale bescherming (zoals werkloosheidsuitkeringen, uitkeringen bij ziekte en ziektekostenverzekeringen, ouderschapsuitkeringen, invaliditeitsuitkeringen, ouderdomsuitkeringen (waaronder pensioen) en uitkeringen bij arbeidsongevallen of beroepsziekten) krijgen. Het gaat hier om ‘werknemers’ in atypische arbeidsrelaties, zoals tijdelijke contracten, deeltijdwerk, oproepwerk, arbeidsverhoudingen tussen meer dan twee partijen, in tegenstelling tot voltijdswerk met een contract voor onbepaalde tijd. Binnen de atypische arbeidsrelaties zijn subcategorieën te onderscheiden, zoals nulurencontracten, tijdelijk uitzendwerk of werk via platforms (d.w.z. mensen die via digitale platforms werken, zonder vaste werkplek). Voor dit initiatief is de definitie met opzet breed gehouden, zodat ook nieuwe en toekomstige categorieën van atypisch werk eronder vallen. De arbeidsmarkt ontwikkelt zich snel en technologieën leiden tot allerlei nieuwe vormen van werk. Dit voorstel gaat nu naar de Raad die op basis van het Commissievoorstel een aanbeveling kan doen. Handhaving van deze regels wordt vergemakkelijkt door het recente voorstel voor de wijziging van de richtlijn over transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden, waardoor de grenzen tussen werknemers en zelfstandigen duidelijker worden zodat er minder vaak misbruik wordt gemaakt van de status van zelfstandige (schijnzelfstandige).
  • 01.03.2018 B. Dachs, ‘The impact of new technologies on the labour market and the social economy’ (source: European Parliament Think Tank (European Parliamentary Research Service))
    This study investigates the potential employment effects of new information and communication technologies, by examining the relationship between innovation, new technologies, employment and inequality. It reviews the existing literature and experiences of previous technological revolutions, and argues that the race between job creation through new products, and job destruction from process innovation, has been won in the past by the job-creating effects of innovation. It concludes that there is an uneven distribution in the costs of digitalisation, because of the skills-biased nature of technological change - so the challenge of the future lies in coping with rising inequality from technological change. The study also proposes a set of policy options for dealing with the employment effects of digitalization.
  • 22.02.2018 Transparent and predictable working conditions (Briefing Initial appraisal of a European Commission Impact Assessment) (source: European Parliament Think Tank (European Parliamentary Research Service))
    This note seeks to provide an initial analysis of the strengths and weaknesses of the European Commission's impact assessment (IA) accompanying the above-mentioned proposal (21 December 2017). The proposal updates and replaces Directive 91/533/EEC (the Written Statement Directive, hereafter WSD), which gives employees the right to be notified in writing of the essential aspects of their contract or employment relationship. Taking into account that the labour market has evolved and new forms of work have developed in recent years, the REFIT evaluation of the WSD found that there is a need to modernise and complement the existing obligations to inform workers of their working conditions, and to create minimum standards to ensure that each worker benefits from more clarity regarding his/her working terms, irrespective of the type of employment relationship they have. According to the IA, the initiative would set a framework within which new forms of work could develop, offering fairer protection for workers, a clearer legal framework and a more level playing field for companies in the internal market (IA, pp. 6-7). The proposal, which is part of the 2018 Commission work programme, is a follow-up to the European Pillar of Social Rights. In line with the Treaty on the Functioning of the European Union (TFEU), the Commission conducted a two-stage consultation with the social partners on the revision of the WSD. There was no agreement among the social partners to enter into direct negotiations on concluding an EU-level agreement. The European Parliament has stressed the need to address the developments of the labour market and protect workers in all forms of employment. It has called for a framework directive on decent working conditions and for a revision of the WSD to take account of new forms of employment. 
  • 21.12.2017 Commissie stelt voor transparantie en voorspelbaarheid van arbeidsvoorwaarden de verbeteren (source: Persbericht Europese Commissie)
    Als onderdeel van de follow-up van de Europese pijler van sociale rechten heeft de Europese Commissie een voorstel voor een nieuwe richtlijn voor meer transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden, ter actualisering en vervanging van de richtlijn schriftelijke verklaringen (91/533/EEG), in de hele EU goedgekeurd. Hierin stelt de commissie voor om de bestaande verplichtingen om elke werknemer in kennis te stellen van zijn arbeidsvoorwaarden aan te vullen en te moderniseren. Daarnaast wordt voorgesteld nieuwe minimumnormen te introduceren om te garanderen dat alle werknemers met atypische contracten, duidelijkere en beter voorspelbare arbeidsovereenkomsten krijgen. De voorgestelde richtlijn zou moeten worden goedgekeurd door het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie en zou moeten worden uitgevoerd door de lidstaten, hetzij in de vorm van wetgeving hetzij via collectieve overeenkomsten tussen de sociale partners. Klik hier voor de vragen en antwoorden inzake dit voorstel van de commissie (ENG).
    Concreet wil de commissie het risico van onvoldoende bescherming voor werknemers terugdringen door:
    • het begrip werknemer in overeenstemming te brengen met de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie. De huidige regels bieden ruimte voor uiteenlopende definities, waardoor bepaalde categorieën werknemers worden uitgesloten. Door de definitie van werknemer uit de rechtspraak van het Hof te gebruiken, zouden dezelfde brede categorieën van werknemers onder de richtlijn vallen;
    • het toepassingsgebied van de richtlijn uit te breiden tot vormen van werk die er nu vaak niet onder vallen (die omvatten huishoudelijk personeel, marginale deeltijdwerknemers of werknemers met een zeer kort contract) en nieuwe vormen van werk, zoals oproepwerkers, werknemers die werken op basis van vouchers en platformwerkers;
    • ervoor te zorgen dat werknemers direct bij indiensttreding vanaf dag één een actueel en uitgebreid informatiepakket krijgen, in plaats van twee maanden na indiensttreding zoals nu het geval is;
    • nieuwe rechten te introduceren, zoals het recht op een grotere voorspelbaarheid van het werk voor werknemers die voornamelijk met een variabel rooster werken, de mogelijkheid een verzoek in te dienen om een stabielere vorm van werk en hierop een schriftelijk antwoord te ontvangen, en het recht om zonder salarisaftrek verplichte opleidingen te volgen; en
    • de handhavings- en beroepsmogelijkheden te verbeteren die als laatste redmiddel kunnen dienen om meningsverschillen op te lossen als een dialoog geen uitkomst bidet.
  • 25.09.2017 Commission continues work on fair and predictable employment contracts – Questions and Answers (source: Press Release European Commission)
    “The Commission has launched a consultation of the Social Partners to collect their views on the possible direction of an EU action to ensure that people in all forms of employment have adequate access to social protection and employment services. The Commission will take the next step by launching a second stage consultation shortly this autumn.”
  • 15.06.2017 Sharing economy: Parliament calls for clear EU guidelines (source: News European Parliament)
  • 19.01.2017 ‘European Parliament resolution of 19 January 2017 on a European Pillar of Social Rights’ (zie: nr. K, 5b, 22c)
    Het Europees Parlement heeft naar aanleiding van aanbevelingen van o.a. de Europese Commissie en de ILO (International Labour Organisation) in deze niet-bindende resolutie gesteld dat platformwerkers, ongeacht de kwalificatie van hun arbeidsrelatie, recht hebben op een zekere bescherming. Lidstaten dienen daarom toezicht te houden op platforms en de wijze hoe zij omgaan met mensen die voor het platform werken.
  • 26.04.2016 C. O’Brien, E. Spaventa and J. De Coninck, Comparative Report 2015 - The concept of worker under Article 45 TFEU and certain non-standard forms of employment (source: European Commission)
    In dit rapport wordt vergeleken hoe verschillende landen in de Europese Unie het begrip werknemer invullen. Daarbij wordt ingegaan op verschillende flexibele en atypische arbeidsrelaties, zoals parttime werken en vrijwilligerswerk. Het werknemersbegrip is van belang, nu aan werknemers in de Europese Unie vrijheid van verkeer wordt toegekend.
  • 02.06.2016 Mededeling van de Europese Commissie, Een Europese agenda voor de deeleconomie, Brussel 2016: COM (2016) 356, p.12-15
    In deze mededeling van de Europese Commissie wordt expliciet de positie van ‘platformwerkers’ besproken. Een belangrijke vraag is op deze Europese beleidsagenda is of werkenden in de gig-economie überhaupt arbeidsrechtelijke bescherming kunnen krijgen. De Europese Commissie roept de lidstaten op te evalueren of hun nationale vereisten inzake arbeidsverhoudingen toereikend zijn, ‘rekening houdend met de verschillende behoeften van werknemers en zelfstandigen in de digitale wereld, alsmede met de innovatieve aard van de bedrijfsmodellen van de deeleconomie.
  • 15.03.2016 The use of collaborative platforms. Flash Eurobarometer 438 (survey conducted by TNS Political & Social at the request of the European Commission, source: European Commission)
    This survey showed that a majority of respondents had either used or were aware of collaborative platforms. Almost one third of respondents who have used the services of collaborative platforms also provided a service on this kind of platform at least once. This signals that users are also likely to act as service providers. Users appreciated in particular that collaborative economy services are easily accessible and cheaper than traditional services and that products or services can be exchanged, rather than paid for. Three main drawbacks identified by respondents were lack of awareness of who is responsible in case a problem arises, lack of trust in Internet transactions generally and lack of trust in the provider/seller.

België

  • 23.01.2018 Wetsvoorstel tot regeling en waarborging van de bescherming en de bezoldiging van de medewerkers van de erkende-platformeconomie (Parlementair Document 54K2912) (bron: Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers)
    Uit de samenvatting van het wetsvoorstel. Bedoeling van dit wetsvoorstel is niet een nieuw statuut te creëren voor de medewerkers van de platformeconomie, maar wel de bescherming en de bezoldiging te regelen en te waarborgen van wie via een erkend platform aan de slag is. Met het oog op de regulering van de platformeconomie wordt eerst en vooral bepaald dat de platformen met een zekere omvang erkend moeten zijn om hun activiteiten in België te ontplooien. Voorts willen de indieners van dit wetsvoorstel voorzien in een minimale brutobezoldiging van 14 euro per uur voor wie via een erkend platform werkt. Bovendien is het de bedoeling de eventuele financiële risico’s voor de medewerker maximaal te beperken door duidelijkheid te verschaffen over de aansprakelijkheid van de erkende platformen. Concreet wordt voorzien in een aansprakelijkheidsregeling die vergelijkbaar is met die welke is opgenomen in het arbeidsrecht, dan wel met de regeling die voor het verenigingsleven geldt. Daardoor zal de medewerker in principe niet aansprakelijk zijn voor de fouten die hij begaat bij of door de uitoefening van zijn activiteit via het platform. Hij zal alleen verantwoording moeten afleggen wanneer hij een opzettelijke of een zware fout, dan wel een gewoonlijk voorkomende fout maakt. Het platform blijft in principe dan ook aansprakelijk ten aanzien van derden en moet dientengevolge een verzekering afsluiten die zijn aansprakelijkheid dekt. Ter voorkoming van de meest dramatische scenario’s moet het platform ten slotte de medewerkers een verzekering aanbieden ter dekking van de lichamelijke letsels die zij kunnen oplopen zowel in het woon-werkverkeer als bij of door het verrichten van hun werk. Deze verzekering moet tevens de ziekten behelzen die het gevolg zijn van het verrichten van hun prestaties.
  • 23.08.2017 Deeleconomie en sociale verplichtingen (bron: Belgium.be)
    De deeleconomie brengt via virtuele platformen consumenten en particuliere aanbieders met elkaar in contact om onderling producten, diensten en kennis te gebruiken, ruilen en verkopen. Wie een beroepsbezigheid uitoefent in België zonder verbonden te zijn door een arbeidsovereenkomst wordt in beginsel beschouwd als een zelfstandige. In het kader van de deeleconomie is men echter niet onderworpen aan het wettelijk sociaal statuut der zelfstandigen wanneer cumulatief volgende voorwaarden vervuld zijn: (1) de diensten worden uitsluitend verleend aan natuurlijke personen die niet optreden in het kader van hun eigen beroepsbezigheid; (2) de diensten komen uitsluitend tot stand door tussenkomst van een erkend elektronisch platform of een elektronisch platform dat door een overheid wordt georganiseerd; (3) de activiteit beperkte inkomsten genereert, d.i. niet meer dan 5.100 EUR/jaar (geïndexeerd brutobedrag). Op fiscaal vlak moeten deze inkomsten ook beschouwd worden als een divers inkomen; (4) de vergoedingen enkel door het platform of door tussenkomst van dat platform worden betaald, en niet rechtstreeks tussen consument en particuliere aanbieder. In alle andere gevallen, zoals bijvoorbeeld het leveren van diensten aan bedrijven of het niet werken via een erkend platform, zijn op sociaal vlak de regels als zelfstandige in bij- of hoofdberoep van toepassing.

Verenigde Staten

Verenigd Koninkrijk

Rapporten / onderzoeken / studies

Nederland

  • 14.02.2018 Whitepaper: Wat is de impact van platformwerk? (bron: ABU)
    Door het gebruik van digitale platforms kunnen vraag en aanbod sneller, goedkoper en op grotere schaal dan vroeger bij elkaar gebracht worden. Dat biedt kansen, maar het leidt ook tot arbeidsvraagstukken en maatschappelijke discussie over de gevolgen van platformwerk. Eind 2017 werd er daarom een hoorzitting in de Tweede Kamer gehouden. Er is veel onduidelijkheid over de vorm en omvang van platformwerk en de gevolgen die het heeft voor mens en maatschappij. Vandaar dat de ABU in deze whitepaper helderheid biedt, een oordeel over platformwerk geeft en suggesties voor beleid aanreikt.
  • 16.11.2017 R. Lieman, Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (bron: website Tweede Kamer)
    Lieman is journalist en auteur van het in februari 2018 te verschijnen boek ‘Uber voor alles’. In dit kader heeft hij een groot aantal bij de platformeconomie betrokken partijen (zoals Uber, Deliveroo, Helpling, platformwerkers, advocaten en wetenschappers) geïnterviewd. Hij gaat in deze position paper in op zijn bevindingen aan de hand van zeven stellingen. 1. Wie wil werken, kan werken - platformwerk is zeer laagdrempelig en toegankelijk. 2. Platformwerk is minder flexibel dan het lijkt. 3. Het principe ‘hoe meer je werkt, hoe meer je verdient’ kan onwenselijke uitwerkingen hebben. Lieman constateert dat indien er geen enkele garanties gegeven worden, dat kan leiden tot situaties waarin mensen meer en harder werken dan goed voor ze is. 4. Platformbedrijven zijn bang voor rechtszaken waarin ze als werkgever kunnen worden aangemerkt. Dat houdt betere werkomstandigheden tegen. Zo worden er geen verzekeringen voor platformwerkers afgesloten of administratieve taken overgenomen; dat zouden immers aanwijzingen kunnen zijn voor een dienstverband. 5. Platformbedrijven kunnen het werkgedrag van platformwerkers sturen. 6. Het algoritme is de baas. Er lijkt sprake van een scheve machtsverhouding tussen platformbedrijven en platformwerkers. Platformwerkers kunnen meestal niet hun eigen prijs bepalen en zijn minder vrij in het plannen van hun werk dan je in eerste instantie zou verwachten. 7. Platformwerkers worden beoordeeld aan de hand van hun data en klantenbeoordelingen. Data kan geen rekening houden met menselijke motieven van chauffeurs om ritten te weigeren, klantenbeoordelingen zijn niet altijd redelijk en diverse onderzoeken stellen de kwestie van privacy en eigenaarschap van de data die wordt verzameld aan de orde.
  • 14.11.2017 Positon paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (CNV Vakcentrale) (bron: website Tweede Kamer)
    CNV Vakcentrale maakt bezwaar tegen de gang van zaken bij het rondetafelgesprek dat er in geresulteerd zou hebben dat werknemers die zich hebben georganiseerd in de Riders Union van deelname van het gesprek zijn uitgesloten. CNV Vakcentrale meent dat juist in de platformeconomie de inzet op fatsoenlijke en eerlijke arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden hard nodig is. Er is nog geen eenduidige definitie van het begrip platformarbeid. In de meeste gevallen lijkt het te gaan om economische activiteiten die worden gefaciliteerd door een digitaal platform die bepaalde markten op een nieuwe manier ontsluiten. Op zich zijn de technologische innovaties toe te juichen, maar in de meeste gevallen is de werknemer de dupe: fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden en –omstandigheden en sociale voorzieningen, zoals loondoorbetaling bij ziekte en een verzekering voor arbeidsongeschiktheid ontbreken vaak. De platformeconomie is in zijn huidige vorm zowel in sociaal als in economisch opzicht een doorlopende weg. Als het even tegenzit (ziekte, arbeidsongeschiktheid, even geen werk) is de ‘werker’ in de platformeconomie op zichtzelf aangewezen. CNV Vakcentrale stelt voor om al deze ‘nieuwe’ economische activiteiten nauwkeurig onder de loep te nemen en vast te stellen welke economische activiteiten er in de kern worden uitgeoefend, wie de werkgever is en of er werkelijk sprake is van ondernemerschap bij de ‘werkers’ in de platformeconomie. Vaak blijkt die ‘nieuwe’ economische activiteit helemaal niet zo nieuw te zijn en hoeft er helemaal geen nieuw wettelijk kader te worden ontworpen om deze platformen tegemoet te komen. Wel moet toepasselijke wet- en regelgeving van toepassing worden verklaard en gehandhaafd, aldus CNV Vakcentrale. In het geval van Deliveroo is bijvoorbeeld sprake van beroepsgoederenvervoer en zou de cao beroepsgoederenvervoer van toepassing moeten zijn. Het gaat immers om vervoer van goederen in opdracht van derden. Degenen die dat doen namens Deliveroo zijn werknemers. Van ondernemerschap, van zzp’er zijn is geen sprake, aldus CNV Vakcentrale.  
  • 13.11.2017 Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (FNV) (bron: website Tweede Kamer)
    De FNV beschouwt platformwerk als digitale platforms waardoor mensen tegen betaling diensten (fysiek of digitaal) verrichten voor een derde. In Nederland wordt platformwerk vooral gebruikt om werkgeversverplichtingen te ontlopen en mensen zo goedkoop mogelijk te laten werken. Dit probleem kan, aldus de FNV, het beste aangepakt worden door flexibele arbeid duurder te maken en het arbeidsrecht te handhaven. De juridische positie van platformwerkers is ongewis en een groot aantal van hen is werkzaam aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Werkgevers proberen het werkgeverschap te ontduiken via schijnconstructies. Volgens de FNV is in veel gevallen sprake van een arbeidsovereenkomst, ook al wordt er door de platforms op papier van alles aan gedaan om een arbeidsovereenkomst te vermijden. De FNV is van mening dat het huidige arbeidsrecht niet hoeft te worden aangepast. Het arbeidsrecht is op zich duidelijk: er is ofwel sprake van een arbeids- of uitzendovereenkomst dan wel van een (echte) zelfstandige. De technologische vooruitgang van platforms maakt dit niet anders. Het achterliggende probleem in al deze situaties is dat iedere arbeidsrelatie, afhankelijk van de concrete situatie, moet worden gekwalificeerd of het wel of geen arbeidsovereenkomst betreft. Bovendien blijkt in de praktijk dat mensen in kwetsbare posities geen arbeidsovereenkomst durven te claimen. Platformwerkers hebben als extra handicap dat zij vaak geen mogelijkheid hebben om contact te maken met collega’s, hebben zij te maken met onderlinge concurrentie, zijn zij afhankelijk van ratings en zonder slag of stoot verwijderd kunnen worden van het platform. Daarom wil de FNV dat de Belastingdienst en ISZW hun instrumentarium beter gaan gebruiken en meer controles gaan uitoefenen op deze platforms om de arbeidsrelatie vast te stellen. Bovendien vindt de FNV dat er een omgekeerde bewijslast moet gelden: er is sprake van een arbeidsovereenkomst, tenzij het platform aan kan tonen dat die er niet is. Verder vraagt de FNV aandacht voor de ketenaansprakelijkheid. In Nederland is recht op vrijheid van vakvereniging. In dat kader acht de FNV het onjuist dat de initiatiefnemers en de woordvoeders van de Riders union geweerd zijn van dit rondetafelgesprek.
  • 13.11.2017 Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (VNO-NCW en MKB Nederland) (bron: website Tweede Kamer)
    In deze paper getiteld “Veel (werk)kansen door de platformeconomie binnen bestaande rechtsstelsel” geven VNO-NCW en MKB-Nederland onder meer aan dat digitale platformen het makkelijker maken dat mensen werk vinden of in hun eigen inkomen kunnen voorzien. Zij genereren ook hoogwaardige werkgelegenheid vanwege de technologie die ervoor benodigd is. Tegelijkertijd is er discussie over de status van platformwerkers en de zekerheden die aan hun status verbonden zijn. VNO-NCW en MKB-Nederland vinden dat de constructies die nu voorkomen in “de” platformeconomie passen binnen het bestaande rechtsstelsel: net zoals in de rest van de arbeidsmarkt hangt het van de omstandigheden van het geval af of er sprake is van een arbeids- of opdrachtovereenkomst. Indien men daarin andere keuzes wil maken, is dat, aldus VNO-NCW en MKB-Nederland, een veel bredere discussie dan die alleen over “de” platformeconomie. De gig-economy accentueert slechts dat vraagstuk. Daarom vinden zij dat “de” platformeconomie niet apart moet worden gereguleerd. De benodigde herbalancering rond zzp-flex-vast wordt geleverd door de plannen in het Regeerakkoord. De invoering van de ondernemersovereenkomst kan helpen om een zelfstandige een duidelijke positie te geven in het Burgerlijk Wetboek.
  • 13.11.2017 H. Lut en J. Met, Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (SmartSharing) (bron: website Tweede Kamer)
    SmartSharing wijst op het zogenaamde ‘Broodfonds’ als alternatief voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Dit is een groep van 20 tot 50 ondernemers die elkaar bij ziekte door middel van schenkingen twee jaar ondersteunt. Het is de missie van SmartSharing om een systeem van deze zeer laagdrempelige ‘schenkkringen’ te ontwikkelen waardoor er honderdduizenden deelnemers zouden kunnen zijn. Zij pleit ervoor dat deze vangnet-vorm als alternatief voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering mogelijk blijft en dat deze optie niet verloren gaat door nieuwe wet- en regelgeving voor de platformeconomie.
  • 09.11.2017 Position paper t.b.v. rondetafelgesprek Werk in de platformeconomie op 16 november 2017 (OSB, CNV en FNV Schoonmaak) (bron: website Tweede Kamer)
    OSB, CNV en FNV Schoonmaak stellen dat alle schoonmakers dezelfde arbeidsrechten en sociale zekerheid zouden moeten krijgen, ongeacht of ze als platformwerker schoonmaken of als werknemer in dienst zijn bij een schoonmaakbedrijf. Dit lukt niet binnen de huidige regelgeving. De oplossing zou gelegen zijn in het ILO-verdrag 189 inzake Decent Work for Domestic workers. Dit verdrag kent aan huishoudelijke hulpen dezelfde arbeidsrechten toe als aan reguliere werknemers. Zij roepen op tot ratificatie van dit ILO-verdrag.

→ Klik hier voor alle rapporten / onderzoeken / studies.

Buitenland

→ Klik hier voor alle rapporten / onderzoeken / studies.

Presentaties

Stibbe

  • 13.04.2018 J.M. van Slooten, ‘Presentatie Fundamentele herziening van het arbeidsrecht ?!’ (Arbeidsrechtelijk congres: De toekomst van het arbeidsrecht | bron: UvA / Stibbe)
    Presentatie over de fundamentele herziening van het arbeidsrecht. Aan de orde komen de volgende onderwerpen: (1) de basis van het arbeidsrecht, (2) werknemer of zzp’er?, (3) ondernemingsvrijheid, (4) wat is platformisering, (5) is interne platformisering de volgende stap?, (6) gevolg platformisering, (7) waarom het arbeidsrecht platforms niet zal tegenhouden, (8) wordt het Regeerakkoord de oplossing? en tot slot (9) drie redenen voor fundamentele herziening.
  • 08.03.2018 J.M. van Slooten, ‘Presentatie externe en interne platformisering maart 2018’ (college UvA | bron: UvA)
    Presentatie over externe en interne platformisering. Aan de orde komen de volgende onderwerpen: (1) wat is een arbeidsovereenkomst, (2) wat is een baan, (2) externe platforms, (3) interne platformisering, (4) wat verklaart het succes van platforms? en (6) voorlopige conclusies (inzake de kwalificatie-paradox en de tussencategorie-paradox).
  • 08.02.2018 J.P.H. Zwemmer, ‘Presentation digital platforms and Dutch labour market regulations Feb 2018’ (European Forum joint meeting | bron: Stibbe)
    Presentation regarding digital platforms and Dutch labour market regulations. The following topics are discussed. 1. Definition of the employment contract in article 7:610 DCC; 2. The employer in Dutch law; 3. Definition digital platforms; 4. Different kinds of platforms; 5. Case Aslam & Farrar v. Uber BV & Others; 6. When does a digital platform qualify as an employer in the Netherlands and when not? and 7. Platformization and employment law protection = problems?
  • 19.10.2017 J.M. van Slooten, ‘Presentation collective action and crowd work Oct 2017’ (Conference “Reshaping Work in the Platform Economy” | bron: UvA / Stibbe)
    Presentatie over ‘collective action’ en ‘crowd work’. Summary: (1) collective actions against platforms occur, (2) crowd work is different (when focusing on collective action), (3) the collective action rules are not different, and (4) do collective action rules need a change?
  • 29.09.2017 J.M. van Slooten, ‘Presentation collective action and crowd work Sept 2017’ (HSI-bijeenkomst - “The Gig Economy – Challenges for Labour law” | bron: UvA / Stibbe)
    Presentatie over ‘collective action en ‘crowd work’. Summary: (1) collective actions against platforms occur, (2) crowd work is different (when focusing on collective action), (3) the collective action rules are not different, and (4) do collective action rules need a change?
  • 20.04.2017 J.P.H. Zwemmer, ‘Presentatie online platformen en arbeidsrechtelijke bescherming april 2017’ (interne opleidingsdag | bron: Stibbe)
    Presentatie over online platformen en arbeidsrechtelijke bescherming. Aan de orde komen onder meer de volgende onderwerpen: (1) verschillende typen arbeidsverhoudingen, (2) platformisering, (3) online platformen, (4) deeleconomieplatforms en ‘gig’ / ‘ondemand’-economie, (5) kan een platform een werkgever zijn (in NL)?, (6) Uber-rechtszaken en tot slot (7) is platformisering en arbeidsrechtelijke bescherming een probleem?
  • 03.04.2017 J.M. van Slooten en E.L.H. van der Vos, ‘Presentatie de Uberwerker april 2017’ (Meet-up studenten ASAR | bron: Stibbe)
    Presentatie ‘de Uberwerker’. Aan de orde komen de volgende onderwerpen: (1) kwalificatie arbeidsovereenkomst, (2) zelfstandigen in de deeleconomie, (3) soorten platforms (deeleconomie, gig-economie, collaboratieve economie), (4) Uber in Nederland, (5) zijn platforms in Nederland werkgever?, (6) is de klant werkgever?
  • 10.03.2017 J.M. van Slooten en R. Rietveld, ‘Presentatie platformisering in het arbeidsrecht maart 2017’ (AOM bijeenkomst | bron: UvA / Stibbe)
    Het onderwerp van deze presentatie is platformisering in het arbeidsrecht. Aan de orde komen onder meer de volgende onderwerpen: (1) de Uber-rechtszaken, (2) Uber in Nederland, (3) Helping, (4) zijn de platforms in Nederland werkgever?, (5) (of) is de klant de werkgever? en tot slot (6) is de Waadi van toepassing?

Extern

  • 04.11.2017 J.H. Bennaars, ‘Platformisering’ (Nationaal Arbeidsrecht Congres | bron: UvA)
    Presentatie over platformisering. Aan de orde komen de volgende onderwerpen: (1) inleiding en afbakening van het begrip platform, (2) voorbeelden van platformen, (3) wat is de rol van technologie, (4) wat is een platform?, (5) is een platform anders? (nee, uiteindelijk verricht iemand arbeid om inkomen te verwerven), (6) vragen voor het arbeidsrecht: a. kwalificatie van het platform (prikbord, bemiddelaar, werkgever / opdrachtgever (meeste platformen zijn zelfstandigen, uitzondering Thuisbezorgd.nl werkt met arbeidsovereenkomsten, wel of geen arbeidsovereenkomst ((onder) verwijzing naar de Uber-rechtspraak)), b. kwalificatie van het werk (ongeacht kwalificatie: grote kans op kwetsbaar werk, hoe flexibeler de arbeidsrelatie, hoe slechter vaak de arbeidsomstandigheden, ook bij ovo: veilige en gezonde werkomgeving, vrijwaring van discriminatie, aansprakelijkheden soms te zwaar voor kleine opdrachtnemer en soms, WML) en c. arbeidsmarktveranderingen (fragmentering van taken, ‘uitgeklede’ arbeidsorganisaties, werken op ‘klusbasis’)), en (7) oplossingsrichtingen (handhaven, organiseren en reguleren).
  • 29.09.2017 D. Hlava, ‘Gig economy and the ECJ’ (HSI-bijeenkomst - “The Gig Economy – Challenges for Labour law | source: Hugo Sinzheimer Institut für Arbeitsrecht (HSI))
    Presentatie over de ‘gig-economy’ en de rechtspraak van Hof van Justitie EU. Discussed are the following topics: (1) introduction gig-economy (especially Uber), (2) pending cases at the ECJ, (3) Uber drivers: self-employed of employees (national case law, classification of Uber drivers in de EU law)?, and (4) further legal policy developments at EU level.
  • 29.09.2017 V. Barth, ‘Platform based work’ (HSI-bijeenkomst - “The Gig Economy – Challenges for Labour law | source: IGM, FB Zielgruppenarbeit und Gleichstellung)
  • 29.09.2017 J. Beckmann, ‘The Legal Status of Crowdworkers under German Law’ (HSI-bijeenkomst - “The Gig Economy – Challenges for Labour law | source: Goethe Universität Frankfurt)
    Discussed are the following topics: (1) qualification of crowd workers under German law – possible categories and the respective protection level (the status of employee, the status of employee-like person, the status of homeworker), (2) future pathways: the Homework Act as a ‘Model for Regulation’.
  • 18.05.2017 J.H. Bennaars, ‘Arbeidsrecht & Platform - Innovatie of same old?’ (bron: VvA | UvA)
    In deze presentatie komen de volgende onderwerpen aan de orde: (1) inleiding: innovatie of same old?, (2) gig economy, crowd work, work-on-demand: wat is het en hoe vaak komt het voor, (3) work-on demand: een praktijkcasus, (4) reactie werkers, en (5) conclusie: ja en nee: meer nieuwe wijn in oude zakken.
  • 18.05.2017 R. Knegt, ‘Platforms en arbeidsrecht: een nieuw probleem’ (bron: VvA | HSI)
    In deze presentatie komen de volgende onderwerpen aan de orde (1) de arbeidsovereenkomst als norm en maatstaf, (2) variabele en institutionele inbedding van arbeidsverhoudingen, (2) markten en platforms, (3) platformwerk vroeger, (4) conclusies: wat is nieuw?, en (5) kan het verleden ons iets zeggen over: wat te doen?

Websites

Nederland

  • Deeleconomie in Nederland
    Op deze website staat een overzicht van meer dan 150 platform initiatieven die op de Nederlandse markt actief zijn.
  • Website van de Riders Union
    “The Riders Union was set up to better the lives of the rider, by fighting to end the freelance contracts and getting every rider back as an employee of Deliveroo.”

Buitenland

  • Collectif des coursier-e-s / KoeriersKollectief (Belgische vakbond)
    Collectif des coursier-e-s / KoeriersKollectief is een vakbond die koeriers vertegenwoordigt.
  • Deliver Union Campaign | FAU Berlin
    “The section aims to provide an effective organizational platform for foreigners living in the German capital, as well as support and solidarity in labour rights and workplace struggles involving foreign residents plus essential advice on work and social rights legislation in Germany for non-German speakers.”
  • EP Research: Publications on the collaborative economy (European Parliament – Think Tank)
  • Fair Crowd Work - Gewerkschaftliche Informationen und Austausch zu Crowd-, App- und plattformbasiertem Arbeiten (Duitse vakbond IG Metall)
    Deze website over Fair Crowd Work van de Duitste vakbond IB Metall. “IG Metall is open to self-employed members since January 1, 2016, with a focus on crowd- and platform-based workers. As of April 2017, self-employed members of IG Metall may receive insurance for legal costs up to EUR 100,000 in cases of legal disputes with clients.”
  • Freelancers Union (vakbond in de Verenigde Staten)
    “Freelancers Union promotes the interests of independent workers through advocacy, education, and services.”
  • IWGB Couriers and Logistics Branch (Engelse vakbond Independent Workers of Great Britain (IWGB))
    “The London-based Couriers and Logistics Branch of the Independent Workers of Great Britain is doing pioneering work defending the rights of workers in the British courier and logistics industry, including self-employed workers for major courier companies and food delivery companies such as Deliveroo and UberEats.”
  • ILO topic: Disguised employment / Dependent self-employment
  • RideShare Drivers United | AUS & USA
    RSDU is a ‘lobby group’ that is established “to help protect the interests of ride share drivers through real time discussion, collaboration and collective actions”.
  • Unionen (vakbond in Zweden)
    “Unionen has developed a plan to certify platforms for fair and socially sustainable working conditions.”
  • Webpage of the European Commission on the collaborative economy
  • www.lyftdriverlawsuit.com
    Website on the lawsuit Cotter v. Lyft. This lawsuit claims, generally, that Lyft improperly classified drivers who gave rides in California as independent contractors rather than employees and that as a result of this classification, Lyft violated various laws and regulations. Lyft denies that drivers were or are employees and denies the claims in the lawsuit. Lyft argues that it complied with all applicable federal, state, and local laws and regulations at all times, and it has asserted various defenses to the claims.
  • www.onlabor.org - gig-economy
    OnLabor is a blog devoted to workers, unions, and their politics.
  • www.uberlawsuit.com
    Op deze website zijn uitspraken van Amerikaanse rechters over Uber bijeengebracht.
  • www.uberlitigation.com
    O’Connor v. Uber Technologies, Inc. Lawsuit Website. This lawsuit is about whether Uber has misclassified drivers as independent contractors, as opposed to its employees. If so, this lawsuit will determine whether part of the fare includes a tip that Uber allegedly failed to pass along to drivers and whether Uber must reimburse drivers for certain vehicle-related and phone expenses. The lawsuit is known as Douglas O’Connor et al v. Uber Technologies, Inc., Case No. 13-03826-EMC.