Nieuw pensioenstelsel - Stand van zaken en documenten


Laatst bijgewerkt op 14 mei 2020

Inleiding

Op deze pagina vindt u per deelonderwerp nader uitgewerkt wat de laatste stand van zaken is en kunt u de relevante achtergrondinformatie vinden, zoals stukken uit het wetgevingsproces, het tijdspad daarvan, relevante adviezen of rapporten en verschenen literatuur. Via de onderstaande iconen komt u direct bij een door ons bijgehouden overzicht van onder meer parlementaire documentatie, rapporten, rechtswetenschappelijke literatuur, nieuws- en blogberichten en interne know how.

Icon Overheid NL Rapporten Icon Literatuur NL Nieuws Knowledge icoon

Stand van zaken

AOW

De Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd (Kamerstuk 35223) is op 20 juni 2019 aangenomen door de Tweede Kamer, op 2 juli 2019 aangenomen door de Eerste Kamer en is inmiddels gepubliceerd in het Staatsblad. De wet is per 1 januari 2020 in werking getreden, m.u.v. een aantal onderdelen die later in werking treden. Kortgezegd houdt deze wet in dat de AOW- leeftijd de komende jaren minder snel zal stijgen en in 2024 op 67 jaar uitkomt. De Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd vormt de eerste uitwerking van het op 5 juni 2019 overeengekomen Pensioenakkoord (Kamerstuk 32043, 457) tussen het kabinet en de sociale partners.

Het ministerie van SZW werkt aan het Wetsvoorstel koppeling AOW-leeftijd. Per 2025 zal de verhoging van de AOW-leeftijd voor 2/3 gekoppeld zijn aan de stijging van de resterende levensverwachting vanaf 65 jaar. In 2025 zal de AOW-leeftijd 67 jaar en drie maanden zijn (Stcrt. 2019, 61189).

De verhoging van de fiscale pensioenrichtleeftijd zal ook voor 2/3 gekoppeld worden aan de stijging van de resterende levensverwachting. Bij brief van 27 maart 2020 geeft het kabinet aan ernaar te streven dat dit wetsvoorstel voor de zomer van 2020 door de Tweede Kamer wordt behandeld. Bij brief van 6 april 2020 (met als bijlage deze lijst) verduidelijkt het kabinet ernaar te streven dit wetsvoorstel medio juni 2020 in te dienen bij de Tweede Kamer.

Uitwerking tweede pijlerpensioen

Dit Pensioenakkoord volgt op het SER-advies (“Naar een nieuw pensioenstelsel”) en vormt de basis voor de hervorming van het pensioenstelsel, waaronder de afschaffing van de doorsneesystematiek en het wettelijk kader voor een nieuw pensioencontract. De hoofdlijnen uit dit akkoord worden de komende jaren uitgewerkt.

De minister van SZW heeft op 7 oktober 2019 een “roadmap” (Kamerstuk 32043, 499) gepubliceerd met de planning van de uitwerking van het Pensioenakkoord. In de bijgevoegde tabel is een schematische weergave van de planning van de uitwerking weergegeven. De uitwerking van alle onderdelen uit het Pensioenakkoord vindt plaats onder de regie van de stuurgroep (bestaande uit het kabinet, werkgevers- en werknemersorganisaties en adviseren de leden).  Een wetsvoorstel ter vernieuwing van het tweede pijlerpensioen is voorzien voor begin 2021. De regering streeft naar een inwerkingtreding per 1 januari 2022.  

Overige onderwerpen

Naast de hervorming van het tweede pijlerpensioen zijn ook andere wijzigingen voorzien, zoals de mogelijkheid om bij pensionering een bedrag ineens op te nemen, de mogelijkheid van vroegpensioen voor zwaar werk, de mogelijkheid om (vervroegd) uit te treden na een bepaald aantal dienstjaren, en de invoering van een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen. 

Op 19 november 2019 werd het Conceptwetsvoorstel bedrag ineens, RVU en verlofsparen in consultatie gebracht. De consultatietermijn sloot op 9 december 2019. De minister van SZW streeft ernaar het wetsvoorstel in het derde kwartaal van 2020 in te dienen bij de Tweede Kamer. Met dit voorstel wil het kabinet meer ruimte bieden voor keuzevrijheid in het pensioenstelsel. Zo krijgen deelnemers het recht om bij pensionering eenmalig een bedrag van maximaal tien procent van de waarde van hun opgebouwde ouderdomspensioen op te nemen. Ook krijgen werknemers die niet gezond kunnen blijven doorwerken de mogelijkheid om - in overeenstemming met hun werkgever - drie jaar vóór hun AOW-leeftijd te stoppen met werken. Van 2021 t/m 2025 betalen werkgevers namelijk geen heffing over regelingen voor vervroegde uittreding (RVU-heffing) tot een bedrag dat netto overeenkomt met de AOW. Voorwaarde hiervoor is dat uittreding plaatsvindt in de laatste drie jaar vóór de AOW-leeftijd. Ten slotte wordt het aantal weken belastingvrij verlofsparen verdubbeld van 50 naar 100. Het streven is om de vrijstelling RVU-heffing en de verruiming van het verlofsparen per 1 januari 2021 in werking te laten treden. Voor de mogelijkheid om een bedrag ineens op te nemen is dat 1 januari 2022. Bij brief van 27 maart 2020 geeft het kabinet aan ernaar te streven dat dit wetsvoorstel voor de zomer van 2020 door de Tweede Kamer wordt behandeld. Bij brief van 6 april 2020 (met als bijlage deze lijst) verduidelijkt het kabinet ernaar te streven dit wetsvoorstel medio juni 2020 in te dienen bij de Tweede Kamer.

Aangaande de invoering van een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen verscheen op 3 maart 2020 het voorstel “Keuze voor Zekerheid” van de STAR. Het kabinet streeft ernaar om vóór de zomer van 2020 een (wets)voorstel naar de Tweede Kamer te sturen.

De minister van SZW verwacht in de zomer van 2020 de nadere informatie te hebben over de planning van het onderzoek naar de mogelijkheid om het moment van uittreden onder voorwaarden te koppelen aan het aantal dienstjaren. De minister is voornemens dit onderzoek in 2020 af te ronden.

Ter uitwerking van het Pensioenakkoord heeft het kabinet bezien hoe zelfstandigen, die in één sector of bij één onderneming werkzaam zijn, zich vrijwillig kunnen aansluiten bij de pensioenregeling in de sector of de onderneming waar zij werken. Ook heeft het kabinet bezien hoe zelfstandigen, die in verschillende sectoren werken, zich vrijwillig bij een pensioenregeling kunnen aansluiten. Uit deze analyses zijn verschillende belemmeringen van vrijwillige aansluiting naar voren gekomen. Tegelijkertijd heeft de minister van SZW begrepen dat in verschillende sectoren door sociale partners en pensioenuitvoerders wordt nagedacht over experimenten waarin zelfstandigen kunnen meedoen in de tweede pijler. De minister gaat bekijken op welke manier die experimenten kunnen worden gefaciliteerd via experimentwetgeving. De minister verzoekt de pensioensector en zelfstandigenorganisaties concrete en gedragen experimenten uiterlijk 1 februari 2020 toe te zenden aan het ministerie van SZW. De minister van SZW streeft naar inwerkingtreding per 1 juli 2021 of zoveel eerder als mogelijk.

Parlementaire documentatie4

Kamerstukken discussiedossier Toekomst pensioenstelsel (32043)

  • Klik hi​er voor een overzicht van alle Kamerstukken in dit discussiedossier

2020

2019

2016

2015

Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd (Kamerstuk 35223)

Korte inhoud

De Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd regelt dat conform het Pensioenakkoord de AOW-leeftijd minder snel wordt verhoogd dan een aantal jaar geleden is afgesproken.

Deze wet leidt ertoe dat de AOW-leeftijd zich als volgt ontwikkelt. De AOW-leeftijd zal in 2020 en 2021 op 66 jaar en 4 maanden blijven staan, zodat sociale partners op sectoraal niveau in de gelegenheid worden gesteld om afspraken te maken over duurzame inzetbaarheid en vervroegd uittreden. Vervolgens zal de AOW-leeftijd in 2022 stijgen naar 66 jaar en 7 maanden en in 2023 naar 66 jaar en 10 maanden. In 2024 komt de AOW-leeftijd uit op 67 jaar. Verder zal de AOW-leeftijd met ingang van 2025 voor 2/3e  gekoppeld worden aan de ontwikkeling van de resterende levensverwachting op 65 jaar. Dit betekent dat elk jaar levenswinst wordt vertaald in gemiddeld 8 maanden langer doorwerken en gemiddeld 4 maanden langer AOW-pensioen.

Tabel AOW-leeftijd per 1 januari 2020:

Tabel AOW leeftijden (002)

De koppeling van de pensioenrichtleeftijd aan de levensverwachting zal op vergelijkbare wijze worden aangepast, maar dat zal in een ander wetsvoorstel worden opgenomen. In het wetsvoorstel ter vernieuwing van het pensioenstelsel zal naar verwachting ook aandacht worden besteed aan de aanpassing van de regelgeving voor de AOW (eerste pijler).

Kamerstukken

Stand van zaken

  • 05.07.2019 Wet gepubliceerd in het Staatsblad (Stb. 2019, 246). Deze wet is in werking getreden met ingang van 1 januari 2020. In afwijking van het eerste lid treedt artikel II, onderdelen A en D, in werking met ingang van 1 januari 2022.
    Artikel II, onderdelen B en E, treedt in werking met ingang van 1 januari 2023 en artikel II, onderdelen C en F, en artikel V, onderdelen A, E, F, G, H, I, J, K en L, treden in werking met ingang van 1 januari 2024.
  • 02.07.2019 Wetsvoorstel aangenomen door de Eerste Kamer
  • 20.06.2019 Wetsvoorstel aangenomen door de Tweede Kamer
  • 17.06.2019 Wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer

Kamerstukken wetswijziging

Adviezen / onderzoeken / rapportenRapporten

2020

  • 10.03.2020 B. Starink & M. Visser, Inrichting fiscaal kader bij afschaffing doorsneesystematiek, design paper 140 (bron: Netspar)
    In het pensioenakkoord van 5 juni 2019 wordt aangegeven dat het nieuwe fiscaal kader voor alle pensioenregelingen gelijk wordt. In het nieuwe stelsel worden alle pensioencontracten fiscaal begrensd op de premie en niet langer op de opbouw en de indexatie. Dit betekent dat voor iedereen een uniforme leeftijdsonafhankelijke premiegrens gaat gelden. Dit paper gaat vooral in op de manier waarop de uniforme maximale premiegrens kan worden vastgesteld, met welke parameters rekening gehouden moet worden en welke afwegingen daarbij relevant zijn. Verder worden onder andere enkele varianten onderzocht voor een fiscale overgangsregeling en worden aandachtspunten meegegeven bij de uitwerking van een arbeidsvormneutraal pensioenkader.
  • 03.03.2020 Zelfstandigen verzekerd voor inkomensverlies na arbeidsongeschiktheid (bron: STAR)
    De STAR heeft het voorstel ‘Keuze voor Zekerheid’ op verzoek van het kabinet gereed. In afgelopen zes maanden zijn er intensieve gesprekken gevoerd met zelfstandigen, verzekeraars, overheid en politiek. Het voorstel - een uitwerking van de afspraken uit het Pensioenakkoord - is overhandigd aan minister Koolmees van SZW.

2019

  • 23.09.2019 D. Boeijen, C. de Groot, M. Heemskerk, N. Kortleve & R. Maatman, Compensatie bij afschaffing doorsneesystematiek, design paper 135 (bron: Netspar)
    In het pensioenakkoord is afgesproken dat de pensioenopbouw leeftijdsafhankelijk wordt. De gemaakte afspraken hebben consequenties voor zowel de toekomstige als de bestaande pensioenopbouw. Het akkoord neemt aan dat daarvoor compensatie wordt geboden. Is dit juridisch noodzakelijk? En hoe kan compensatie vorm krijgen? De gemaakte afspraken betekenen voor sommige leeftijdsgroepen een lager te verwachten pensioen. Compensatie van deelnemers is nodig, anders heeft het pensioenakkoord geen kans van slagen. Een goede en gemotiveerde stelselherziening én gerichte compensatie beperken de risico’s in verband met claims.
  • 05.06.2019 Naar een nieuw pensioenstelsel  (bron: SER)
    De SER heeft overeenstemming bereikt over een nieuw, meer toekomstbestendig stelsel. Met de voorstellen in het SER-advies Naar een nieuw pensioenstelsel sluit het stelsel beter aan op de veranderende arbeidsmarkt, worden pensioenregelingen persoonlijker en transparanter en komt er eerder zicht op een koopkrachtig pensioen.

2016

2015

  • 20.02.2015 Advies Toekomst Pensioenstelsel (bron: SER)
    In het kader van de Nationale Pensioendialoog heeft de SER vier varianten verkend en beoordeeld om ons pensioenstelsel te ontwikkelen en te versterken. De nadruk in dit SER-advies ligt op een analyse van de varianten, nog niet op een keuze hiertussen. De SER meent dat de variant ‘persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling’ een interessante variant kan zijn voor de toekomst, maar deze is nog onvoldoende bekend. De SER neemt het initiatief om deze variant verder te verkennen.

LiteratuurLiteratuur

2020

  • J. Tuijp, ‘Werkgevers en oudere werknemers dupe van vaste premie voor bestaande beschikbarepremieregelingen’, PM 2020/78
  • B. Schuurman, ‘De ‘draai’ van Koolmees’, PM 2020/77
  • L. van Duijnhoven, R. d’Adelhart Toorop & B. Starink, ‘Duurzame uitvoeringskosten van het pensioenakkoord’, PM 2020/60
  • J.O. Kuijkhoven & W.C.M. Donner-Broersma, ‘Dient het conceptwetsvoorstel bedrag ineens, RVU en verlofsparen het beoogde doel?’, TPV 2020/5
  • J. Kaldenberg, ‘Verhoging AOW-leeftijd: is de werkgever aansprakelijk voor een AOW-gat?’, TPV 2020/4
  • M. Heemskerk, ‘Evenwichtige belangenafweging, zo doet u dat!’, TPV 2020/3
  • E. Lutjens, ‘De toekomst van het pensioenakkoord: de juiste afslag?’, TPV 2020/1
  • R.J.G. Veugelers, ‘De gaten in het pensioenakkoord: invaren en overgangsregelingen’, PM 2020/39
  • E. Brüggen, T. Post & J. Barrett, ‘Implicaties van het pensioenakkoord voor pensioencommunicatie’, PM 2020/22
  • B. Dieleman, ‘Wetsvoorstel Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen nader bezien’, PM 2020/24
  • J. Gielink, ‘Tegemoetkomingen vanwege temporisering AOW-leeftijd’, PM 2020/25
  • M. Swalev, ‘Wat betekent het pensioenakkoord voor de governance van pensioenfondsen?’, PM 2020/27

2019

  • G. Hissink & M. Koeslag, ‘Pensioenakkoord mikt vooral op duurzame inzetbaarheid’, PM 2019/142
  • A. Bollen, ‘Pensioenakkoord maakt weg vrij voor arbeidsvormneutraal pensioenkader’, PM 2019/141
  • R.H. Maatman & J. den Breems, ‘Verplichtstelling houdbaar bij uitvoering pensioenakkoord’, TPV 2019/41
  • M.J.C.M. van der Poel, ‘Eigendomsrecht en het pensioenakkoord’, TPV 2019/40
  • W.L. Roozendaal, ‘Verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen’, TPV 2019/39
  • M.E.C. Boumans, ‘Het pensioenakkoord en het pensioen van zelfstandigen’, TPV 2019/38
  • H.M. Kappelle, ‘Pensioenakkoord fiscaal: het kabinet draagt wel bij, maar betaalt niet’, TPV 2019/37
  • D. Schmitz, ‘Een toekomstbestendig pensioenstelsel ligt binnen handbereik’, TPV 2019/36
  • E. Soetendal & E. Lewin, ‘Financiering van afschaffen doorsneesystematiek: een gordiaanse knoop?’, TPV 2019/35
  • M. Heemskerk, ‘Naar leeftijdsafhankelijke pensioenopbouw zonder verboden leeftijdsonderscheid?’, TPV 2019/34
  • E. Lutjens, ‘Het pensioencontract’, TPV 2019/33
  • W.C.M. Doner-Broersma, ‘Het pensioenakkoord; wat betekent dit voor de arbeidsrechtpraktijk?’, TRA 2019/79 
  • F. van Dijk, ‘Pensioenakkoord: perspectief voorzelfstandigen?’, PM 2019/130
  • M. Boumans & E. Soetendal, ‘Mager of geen pensioen: over witte, grijze en blinde vlekken’, PM 2019/129
  • B. Starink & M. Visser, ‘Nieuw fiscaal pensioenkader stuurt staffelbesluit met pensioen’, PM 2019/128
  • R. Veugelers & T. Zuiderman, ‘Overgangsregelingen: de achilleshiel van het pensioenakkoord’, PM 2019/127
  • C. Donner-Broersma & J. Kuijkhoven, ‘Nieuw pensioencontract: om invaren heen varen?’, PM 2019/126
  • P.J.M. Akkersmans, ‘Pensioenakkoord: wordt ons pensioenstelsel nu wel houdbaar?’, PM 2019/125
  • G.J.B. Dietvorst, ‘Een legpuzzel zonder voorbeeld’, PM 2019/124
  • L.A.J. Kuijpers & R.F. van der Ham, ‘Pensioenakkoord: naar een nieuw contract met life-cycle beleggen’, TPV 2019/26
  • E. Soetendal, ‘Vernieuwing pensioenstelsel: eerste aandachtspunten bij uitwerking’, PM 2019/106
  • R.H. Maatman & E.H.A. Schram, ‘Pensioenakkoord 2019’, Ondernemingsrecht 2019/98

2017

  • P.G. van der Graaff, ‘Pensioenen en het nieuwe Regeerakkoord’, TPV 2017/41
  • E. Lutjens, ‘Tien jaar Pensioenwet’, ArA 2017/2, p. 5-35
  • H. van Meerten & A.J. van de Griend, ‘Hervorming pensioenstelsel: degressieve opbouw in uitkeringsovereenkomsten en vlakke premies in premieovereenkomsten’, SEW 2017/5, p. 189-198

2016

  • M. Heemskerk, ‘Ons toekomstig pensioenstelsel: een blauwdruk’, PM 2016/103

NieuwsNieuws- en blogberichten

NieuwsStibbe knowledge

  • 15.01.2020 Presentatie agenda uitwerking pensioenakkoord en aandachtspunten leeftijdsonderscheid jan 2020
    Tijdens de interne EPI pensioenrechtlunch op 16 januari 2020 gaf Suzanne Hidajat – Engelsman een presentatie over het pensioenakkoord. In deze presentatie ging zij in op de agenda voor de uitwerking van het pensioenakkoord (vooral de voor werkgevers meest relevante onderdelen) en de aandachtspunten bij het leeftijdsonderscheid als gevolg van de invoering van een pensioenovereenkomst met degressieve opbouw.
  • 04.09.2019 Presentatie nieuwe pensioenstelsel - gevolgen voor werkgevers sept 2019
    Deze presentatie over de gevolgen van het nieuwe pensioenstelsel voor werkgevers gaf Paul Vestering gaf tijdens de Pensioenrechtlunch op 4 september 2019. Aan de orde komen de volgende onderwerpen: 1. de belangrijkste uitgangspunten; 2. gezond doorwerken, aanpassingen AOW; 3. wijzigingen pensioencontract; en 4. de veranderingen voor de werkgever.