De Wet DBA is dood, lang leve de webmodule?!


Menu
Loading...
Index

De kogel is dan eindelijk door de kerk. De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties ("Wet DBA"), u weet wel de wet die helderheid moest scheppen over de kwalificatie van de contractuele relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer (zzp'er), maar uiteindelijk juist (meer) onrust in de arbeidsmarkt bracht, zal worden vervangen door een nieuwe wet. In het op 10 oktober 2017 gepresenteerde Regeerakkoord 2017-2021 valt te lezen dat de nieuwe wet enerzijds (de inhuurder van) echte zelfstandigen zekerheid moet bieden dat er geen sprake is van een dienstbetrekking en anderzijds schijnzelfstandigheid (vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt) moet voorkomen. Wat zijn de krijtlijnen van deze nieuwe wet?

Nieuwe wet
Het voorstel is om de aard van de contractuele relatie tussen een opdrachtgever en een zzp'er vast te stellen aan de hand van (1) uurtarief, (2) tijdsduur overeenkomst en (3) aard van de werkzaamheden (reguliere vs. niet-reguliere bedrijfsactiviteiten).Toepassing van deze criteria door opdrachtgevers en zzp'ers kan tot de volgende uitkomsten leiden:

  1. Een zzp'er kan gebruikmaken van  de keuzemogelijkheid om niet onder de loonbelasting/premies volkszekeringen en verzekeringsplicht werknemersverzekeringen te vallen ("opt out"); of
  2. Er is altijd sprake van een dienstbetrekking tussen opdrachtgever en zzp'er; of
  3. Een opdrachtgever kan via een opdrachtgeversverklaring ("OGV") zekerheid vooraf krijgen over de contractuele relatie met een zzp'er.

Opt out
Een zzp'er kan ervoor kiezen om buiten de sfeer van de loonheffingen te blijven, indien met de opdrachtgever een "hoog tarief" – volgens het Regeerakkoord denkt het kabinet aan een tarief boven de 75 euro per uur – is overeengekomen en aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:

  1. de zzp'er verricht reguliere bedrijfsactiviteiten én de overeenkomst duurt korter dan één jaar; óf
  2. de zzp'er verricht niet-reguliere bedrijfsactiviteiten.

Altijd dienstbetrekking
Een zzp'er wordt geacht altijd een dienstbetrekking met de opdrachtgever te hebben, indien een "laag tarief" – volgens het regeerakkoord zal dit tarief vermoedelijk liggen in een bandbreedte tussen de 15 en 18 euro per uur – is overeengekomen en aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:

  1. de zzp'er verricht reguliere bedrijfsactiviteiten; óf
  2. de zzp'er verricht niet-reguliere bedrijfsactiviteiten en de overeenkomst duurt langer dan drie maanden.

OGV
Voor alle overige gevallen, en dit zal in de praktijk het grootste deel van de gevallen zijn, kunnen opdrachtgevers - indien het overeengekomen uurtarief meer dan het "lage tarief" bedraagt - na het invullen van een aantal vragen via een webmodule duidelijkheid en zekerheid krijgen over de kwalificatie van hun contractuele relatie met een zzp'er (OGV). Als uit de webmodule volgt dat er geen (fictieve) dienstbetrekking is, biedt dit de opdrachtgever een vrijwaring van loonbelasting/premies volksverzekeringen en premies werknemersverzekeringen (tenzij de webmodule niet naar waarheid is ingevuld).

Terughoudend handhavingsbeleid
Na de invoering van de nieuwe wet geldt volgens het Regeerakkoord maximaal één jaar een terughoudend handhavingsbeleid (onder andere geen boetes na eerste controle) waarin de Belastingdienst een coachende rol heeft en partijen helpt bij de toepassing van de nieuwe regelgeving.

Het bovenstaande kan schematisch als volgt worden weergegeven. Klik hier voor een printbare versie.

Eerste observaties
De beschrijving van de nieuwe wet roept al een aantal vragen op die verduidelijkt moeten worden in het wetsvoorstel, zoals:

  1. Geldt in de situatie dat een zzp'er met een "laag tarief" niet-reguliere bedrijfsactiviteiten verricht op basis van een de overeenkomst die korter dan drie maanden duurt ook de OGV/webmodule of wordt in die situatie automatisch een (fictieve) dienstbetrekking niet aanwezig geacht?
  2. Hoe moet worden beoordeeld of sprake is van een "laag tarief" of "hoog tarief" als partijen een vaste vergoeding overeenkomen?
  3. Hoe moet de "duur van de overeenkomst" worden beoordeeld indien een bestaande overeenkomst wordt verlengd? Moet de duur van beide overeenkomsten bij elkaar worden opgeteld (waardoor bijvoorbeeld een keuze voor "opt out" kan komen te vervallen indien de duur van de overeenkomsten langer is dan één jaar)?
  4. En hoe moet met de "duur van de overeenkomst" worden omgegaan ingeval van zzp'ers die op een part time basis werkzaamheden verrichten?
  5. Hoe moet het onderscheid tussen reguliere of niet-reguliere bedrijfsactiviteiten worden vastgesteld?
  6. Heeft een opdrachtgever de mogelijkheid om in bezwaar of beroep te gaan indien hij het niet eens is met de uitkomst van de webmodule?

Daarnaast lijkt de nieuwe wet de sanctie voor een onjuiste OGV (naheffingsaanslag loonheffingen) volledig bij de opdrachtgever neer te leggen, terwijl in 2016 juist één van de redenen van het afschaffen van de VAR-systematiek was om zowel de opdrachtgever en opdrachtnemer verantwoordelijk te maken voor de kwalificatie van een contractuele relatie.

De vraag is of dit voorstel, met name voor de gevallen waar de contractuele relatie moet worden beoordeeld via de webmodule, tot de gewenste duidelijkheid en zekerheid leidt, maar laten we eerst het wetsvoorstel en de memorie van toelichting afwachten.

View all news

Back to Platformarbeid