Algemeen Pensioenfonds - Artikel 84. Verplichting tot collectieve waardeoverdracht bij liquidatie van de pensioenuitvoerder


Per wetsartikel worden de (voorgestelde) wijzigingen met een kleur getoond, waarbij de kleur afhankelijk is van het betreffende kamerstuk waaruit de wijziging voortvloeit:

Het Wetsvoorstel algemeen pensioenfonds (Kamerstuk 34 117, nr. 2);
De nota van wijziging (Kamerstuk 34 117, nr. 10);
De aangenomen amendementen.

Artikel 84. Verplichting tot collectieve waardeoverdracht bij liquidatie van de pensioenuitvoerder

1. De pensioenuitvoerder is verplicht tot waardeoverdracht aan een andere pensioenuitvoerder bij liquidatie van de eerstgenoemde pensioenuitvoerder. Het algemeen pensioenfonds is verplicht tot waardeoverdracht aan een andere pensioenuitvoerder of een andere collectiviteitkring bij beëindiging van een collectiviteitkring.

2. In geval van een waardeoverdracht als bedoeld in het eerste lid gelden de volgende voorwaarden:

a. het voornemen tot waardeoverdracht aan een pensioenuitvoerder wordt door de overdragende pensioenuitvoerder uiterlijk drie maanden voor de beoogde datum van waardeoverdracht schriftelijk gemeld aan de toezichthouder en de toezichthouder heeft binnen die periode geen verbod tot waardeoverdracht opgelegd;
b. de overdrachtswaarde wordt zodanig door de overdragende pensioenuitvoerder vastgesteld dat de voor mannen en vrouwen te verwerven pensioenrechten gelijk zijn, waarbij aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid op basis van dezelfde grondslagen wordt voldaan.

3. Het tweede lid, onderdeel b, is met betrekking tot:

a. uitkeringsovereenkomsten van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2002 zijn opgebouwd;
b. premieovereenkomsten en kapitaalovereenkomsten van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2005 zijn opgebouwd.

4. Op pensioenaanspraken die voor de in het derde lid genoemde data zijn opgebouwd is de eis van individuele actuariële gelijkwaardigheid, bedoeld in artikel 71, vierde lid, van toepassing tenzij in de pensioenovereenkomst is overeengekomen dat de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, van toepassing zijn.

5. Voorzover het bij de toepassing van het eerste lid pensioenaanspraken betreft die als gevolg van een premievrije voortzetting van die pensioenaanspraken worden opgebouwd is onderdeel b van het tweede lid van toepassing indien het recht op die premievrije voortzetting is ontstaan op of na 1 januari 2002.

6. Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.

7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld aan het vaststellen van de overdrachtswaarde.

Parlementaire geschiedenis

Memorie van toelichting (Kamerstuk 34 117, nr. 3) – Algemeen deel

HOOFDSTUK 3. HOOFDLIJNEN VAN HET WETSVOORSTEL

(...)

3.2. Uitvoeringsmodel (p. 9)

(...)

Verder zullen voor het overbrengen van pensioenvermogens behorend bij al bestaande collectiviteitkringen waarvoor uitvoering wordt gezocht in het algemeen pensioenfonds de waarborgen gelden die volgen uit de bepalingen voor collectieve waardeoverdrachten.

(...)

HOOFDSTUK 8 TOEZICHTTOETSEN

(...)

8.4 Omzetting bestaand pensioenfonds naar een algemeen pensioenfonds en consolidatie (p. 27)

DNB ziet graag een wettelijke basis om een bestaand fonds, bij verkrijging van een vergunning van DNB voor het uitoefenen van het bedrijf van algemeen pensioenfonds, deze verandering uit te voeren, zonder aparte (externe) waardeoverdracht en zonder de oorspronkelijke instelling te hoeven liquideren. De regering wijst er op dat in het wetsvoorstel expliciet is geregeld dat indien een pensioenuitvoerder een algemeen pensioenfonds wordt er sprake is van collectieve waardeoverdracht. Dit ter bescherming van de belangen van de deelnemers.

Nota naar aanleiding van het verslag (Kamerstuk 34 117, nr. 9)

Hoofdstuk 3. Hoofdlijnen van het wetsvoorstel

(...)

3.9 Waardeoverdracht (p. 26-28)

De leden van de fracties van de VVD, D66, PVV en 50PLUS vragen om nader toe te lichten hoe het onderbrengen van een pensioenregeling van een pensioenfonds bij een algemeen pensioenfonds wordt gezien in het kader van collectieve waardeoverdracht en mogelijke bezwaarrechten.

In de artikelen 83 en 84 van de Pensioenwet is collectieve waardeoverdracht geregeld. Van collectieve waardeoverdracht op grond van artikel 83 van de Pensioenwet is sprake indien op verzoek van de werkgever overdracht plaatsvindt naar een andere pensioenuitvoerder of als de waarde voor andere pensioensoorten wordt aangewend bij dezelfde pensioenuitvoerder. Ook uitruil binnen een pensioenregeling en overdracht van de ene naar de andere pensioenregeling ondergebracht bij dezelfde pensioenuitvoerder valt onder het begrip waardeoverdracht. Collectieve waardeoverdracht op verzoek van de werkgever is mogelijk indien:

− de werkgever een uitvoeringsovereenkomst heeft gesloten met een andere pensioenuitvoerder;

− de werkgever wordt overgenomen;

− sprake is van een collectieve wijziging van de pensioenovereenkomst met alle of een deel van de werknemers.

(...)

De collectieve waardeoverdracht op zich wordt niet geblokkeerd. De collectieve waardeoverdracht op grond van artikel 84 van de Pensioenwet vindt plaats bij liquidatie van de overdragende pensioenuitvoerder. Hiervan zal sprake zijn bij opheffing van het eigen pensioenfonds.

In het wetsvoorstel was in het overgangsrecht oorspronkelijk geregeld dat indien een andere pensioenuitvoerder een algemeen pensioenfonds wordt er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 83 van Pensioenwet. Bij omvorming van een pensioenfonds tot een algemeen pensioenfonds is echter sprake van een situatie waarbij de kenmerken van een liquidatie van een huidige pensioenuitvoerder dichter benaderd worden. Bij een omvorming zal de inhoud van de pensioenovereenkomst immers ongewijzigd overgaan naar het algemeen pensioenfonds en is het voor de deelnemer niet mogelijk om achter te blijven bij de bestaande pensioenuitvoerder omdat die wordt omgevormd. Deze kenmerken rechtvaardigen een toepassing van artikel 84 van de Pensioenwet. In de bijgevoegde nota van wijziging is dit opgenomen.

Een dergelijke omvorming van een pensioenuitvoerder in een algemeen pensioenfonds is slechts denkbaar indien er sprake is van een reeds bestaand pensioenfonds. Het ligt niet voor de hand dat bijvoorbeeld een verzekeraar zich besluit om te vormen tot een algemeen pensioenfonds, omdat het verzekeringsbedrijf een breder werkveld kent dan het terrein van uitsluitend (individuele en collectieve) levensverzekeringen en vermogensopbouw producten. Het is echter wel denkbaar dat een werkgever die zijn pensioenregeling nu heeft ondergebracht bij een PPI de overstap naar een algemeen pensioenfonds zou willen maken. Hoewel deze regeling in principe ongewijzigd kan worden overgezet naar het algemeen pensioenfonds, zal in die situatie artikel 83 van de Pensioenwet van toepassing zijn. Er is immers geen sprake van een liquidatie van de huidige pensioenuitvoerder en dus kan de deelnemer daar achterblijven. Hoewel vanuit het oogpunt van een gelijk speelveld artikel 84 van toepassing zou kunnen worden verklaard in dergelijke situaties, rechtvaardigen de voornoemde verschillen het laten voortbestaan van de huidige situatie waarbij artikel 84 enkel van toepassing is op situaties waarin (de facto) sprake is van omvorming van een pensioenuitvoerder.

De leden van de fracties van de PvdA, ChristenUnie en 50PLUS vragen welke voorwaarden en regels gelden voor het samenvoegen van collectiviteitkringen binnen een algemeen pensioenfonds. De leden van de fracties van ChristenUnie en 50PLUS vragen welke rol de DNB hierbij heeft en in het geval van waardeoverdracht binnen een collectiviteitkring.

Bij samenvoeging van twee collectiviteitkringen wijzigen beide kringen. Dit kan gevolgen hebben voor de opgebouwde aanspraken van deelnemers. Bij een algemeen pensioenfonds met een onafhankelijk bestuur heeft het belanghebbendenorgaan een goedkeuringsrecht bij een besluit tot wijziging van een collectiviteitkring. De pensioen- en aanspraakgerechtigden kunnen bezwaar maken tegen de samenvoeging van twee collectiviteitkringen indien sprake is van een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 83 van de Pensioenwet. Bij een interne waardeoverdracht van de ene collectiviteitkring naar de andere collectiviteitkring op verzoek van de werkgever binnen een algemeen pensioenfonds is daarvan sprake. Bij een beëindiging van de collectiviteitkring en dientengevolge overdracht naar een andere collectiviteitkring binnen een algemeen pensioenfonds zal sprake zijn van een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 84 van de Pensioenwet. In de bijgevoegde nota van wijziging wordt dit geregeld. DNB zal vooraf geïnformeerd moeten worden bij een voorgenomen waardeoverdracht en kan een verbod tot waardeoverdracht opleggen. Binnen een collectiviteitkring kan alleen sprake zijn van een waardeoverdracht indien de pensioenovereenkomst wijzigt.

De leden van de fracties van de VVD en PvdA vragen om een nadere duiding over het toetreden tot een collectiviteitkring van een algemeen pensioenfonds indien er sprake is van een dekkingstekort en de regels rondom collectieve waardeoverdracht.

De huidige richtlijn is dat bij een dekkingstekort bij één van de fondsen DNB in principe een verbod oplegt. Als een fonds met een dekkingstekort in een eigen collectiviteitkring tot een algemeen pensioenfonds toetreedt, kan van deze lijn worden afgeweken omdat de risico’s voor de deelnemers hierdoor (naar verwachting) niet veranderen. Als een fonds met een dekkingstekort in een bestaande collectiviteitkring komt, waar een (flink) hogere dekkingsgraad aanwezig is, zou een overdracht tot onmiddellijke kortingen moeten leiden voor de nieuwe toetreders. Immers, de vier randvoorwaarden van DNB [http://www.toezicht.dnb.nl/3/50-228854.jsp.] bepalen dat ook de «zittende» deelnemers geen nadeel mogen ondervinden. De vraag is dan of een fonds een dergelijke korting wel kan rechtvaardigen en onderbouwen bij de overdracht, of dat een dergelijke korting zou kunnen worden voorkomen door andere opties te inventariseren en bijvoorbeeld verplichtingen en waarden bij een verzekeraar onder te brengen.

Bij samenvoeging van twee collectiviteitkringen wijzigen beide kringen. Dit kan gevolgen hebben voor de opgebouwde aanspraken van deelnemers. Bij een algemeen pensioenfonds met een onafhankelijk bestuur heeft het belanghebbendenorgaan een goedkeuringsrecht bij een besluit tot wijziging van een collectiviteitkring. De pensioen- en aanspraakgerechtigden kunnen bezwaar maken tegen de samenvoeging van twee collectiviteitkringen indien sprake is van een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 83 van de Pensioenwet. Bij een interne waardeoverdracht van de ene collectiviteitkring naar de andere collectiviteitkring binnen een algemeen pensioenfonds op verzoek van de werkgever is daarvan sprake.

De leden van de PVV-fractie vragen hoe het toezicht in z’n werk gaat, op de verschillende regelingen binnen een algemeen pensioenfonds, bijvoorbeeld op het punt van evenwichtige belangenbehartiging. Deze leden vragen eveneens hoe het fondsbestuur in haar toezicht op meerdere regelingen binnen een algemeen pensioenfonds goed het overzicht over de meerdere regelingen houden.

Omdat in een algemeen pensioenfonds meerdere pensioenregelingen worden uitgevoerd zal in het bestuur een onderscheid moeten worden gemaakt tussen het toezicht op het handelen van het bestuur in verband met de bedrijfsvoering van het algemeen pensioenfonds (het niveau van de instelling) enerzijds en zeggenschap over beslissingen van het bestuur die de verschillende pensioenvermogens betreffen (het niveau van de collectiviteitkring) anderzijds.

Voor het bestuur van elk pensioenfonds, en dus ook voor het bestuur van het algemeen pensioenfonds, geldt de eis van evenwichtige belangenbehartiging. Daarnaast dient de interne governance structuur adequaat te worden ingericht en navenant te functioneren. DNB zal hierop toezien. Een extra waarborg daartoe biedt de (mede)zeggenschap van belanghebbenden van de verschillende collectiviteitkringen. Juist de contacten met de belanghebbendenorganen of verantwoordingsorganen bieden het bestuur van het algemeen pensioenfonds waardevolle informatie en inzicht in de collectiviteitkringen.

Nota van wijziging (Kamerstuk 34 117, nr. 10)

Onderdeel 3, onderdeel Db en Dc en 9, onder 1, vierde en vijfde lid (p. 6)

Voorgesteld wordt te regelen dat bij overdracht tussen collectiviteitkringen in een algemeen pensioenfonds en bij beëindiging van een collectiviteitkring in een algemeen pensioenfonds sprake is van collectieve waardeoverdracht in de zin van artikel 83 of artikel 84 Pensioenwet. Van een collectieve waardeoverdracht in de zin van artikel 83 is sprake indien op verzoek van de werkgever de waarde wordt overgedragen naar een andere collectiviteitkring binnen hetzelfde algemeen pensioenfonds. Bij externe collectieve waardeoverdracht naar een ander algemeen pensioenfonds of een andere pensioenuitvoerder is artikel 83 al van toepassing.

Ook wordt de grondslag om bij algemene maatregel van bestuur regels te kunnen stellen uitgebreid met de mogelijkheid om regels te stellen voor collectieve waardeoverdracht in de situatie dat bij een gesloten regeling de werkgever ontbreekt. Indien in de praktijk in die situatie behoefte zou blijken te bestaan aan collectieve waardeoverdracht zonder dat sprake is van beëindiging van de collectiviteitkring (dan is artikel 84 van toepassing) kunnen hiervoor regels worden gesteld.

Van een collectieve waardeoverdracht op grond van artikel 84 is sprake indien een collectiviteitkring wordt beëindigd en de waarde wordt overgedragen naar een andere pensioenuitvoerder of een andere collectiviteitkring binnen hetzelfde algemeen pensioenfonds.

(...)

Onderdeel 8 en 9, onder 2 (p. 7)

In het overgangsrecht is opgenomen dat bij omvorming van een pensioenuitvoerder tot een algemeen pensioenfonds sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 83 van de Pensioenwet, derhalve een collectieve waardeoverdracht op verzoek van de werkgever. Bij nader inzien is de situatie van omvorming echter meer te vergelijken met een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 84 van de Pensioenwet, derhalve waardeoverdracht na liquidatie van de pensioenuitvoerder met name omdat er in de situatie van omvorming geen «oude uitvoerder» achterblijft. Artikel 220a van de Pensioenwet en artikel 4a van de Wet verplichte beroepspensioenregeling worden in die zin aangepast.

Nota naar aanleiding van het nader verslag (Kamerstuk 34 117, nr. 13)

3.4 Waardeoverdracht (p. 7-8)

De regering geeft aan dat ar. 84 (ipv art. 83) van de Pensioenwet van toepassing is bij omvorming naar een algemeen pensioenfonds. Is er in deze situatie collectief bezwaarrecht mogelijk? En zo ja, hoe ziet dat eruit? Kan de regering ook de overige verschillen aangeven tussen waardeoverdracht als bedoeld in art. 83 of als in art. 84?

Artikel 83 van de Pensioenwet heeft betrekking op de bevoegdheid tot collectieve waardeoverdracht op verzoek van de werkgever. Artikel 84 van de Pensioenwet heeft betrekking op de verplichting tot collectieve waardeoverdracht bij liquidatie van een pensioenuitvoerder.

Een groot verschil tussen beide situaties is dat in de situatie als bedoeld in artikel 83 van de Pensioenwet moet zijn voldaan aan de voorwaarde dat de deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners of de pensioengerechtigden geen bezwaren jegens de pensioenuitvoerder kenbaar hebben gemaakt tegen de waardeoverdracht nadat zij over het voornemen schriftelijk zijn geïnformeerd.

In de situatie als bedoeld in artikel 84 geldt dit «individuele» bezwaarrecht niet. De collectieve waardeoverdracht op grond van artikel 84 van de Pensioenwet vindt plaats bij liquidatie van de overdragende pensioenuitvoerder. Het betreft een besluit van de pensioenuitvoerder. Het is voor de deelnemer niet mogelijk om achter te blijven bij de pensioenuitvoerder omdat die geliquideerd wordt.

Wanneer er een dekkingstekort is en een fonds naar een bestaande collectiviteitkring gaat, zou dit tot onmiddellijke korting moeten leiden. De leden van de VVD vragen of dit perverse prikkels kan opleveren bijvoorbeeld in de situatie zou moeten bijbetalen (bij een dekkingstekort), maar dit nu kan voorkomen door te besluiten naar een nieuwe (bestaande) collectiviteitkring over te gaan?

Uit bovenstaande meent de regering te mogen opmaken dat de VVD-leden stellen dat een sponsor een ter herstel van de financiële positie noodzakelijke bijstorting in het pensioenfonds zou kunnen voorkomen door te besluiten de opgebouwde pensioenrechten en -aanspraken middels collectieve waardeoverdracht onder te brengen in een bij een algemeen pensioenfonds nieuw te vormen collectiviteitkring en dat hiermee een perverse prikkel zou bestaan voor een dergelijke keuze.

Allereerst is het niet de sponsor die het besluit neemt over een collectieve waardeoverdracht maar het bestuur van het pensioenfonds waarin de opgebouwde pensioenrechten en -aanspraken zijn ondergebracht.

Daarnaast gelden voor collectieve waardeoverdrachten naar een algemeen pensioenfonds ten aanzien van de reeds opgebouwde pensioenrechten en -aanspraken geen andere regels dan voor een collectieve waardeoverdracht naar een ander type pensioenfonds. Zo moet bij een collectieve waardeoverdracht altijd aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid op basis van dezelfde grondslagen worden voldaan. Als het een collectieve waardeoverdracht betreft naar een bestaande collectiviteitkring die geen reservetekort heeft, dan moet het aansluitende fonds eerst zijn financiële positie op peil brengen. Dan kan de bestaande sponsorverplichting – mits sluitend in de uitvoeringsovereenkomst met het fondsbestuur vastgelegd – tot een extra bijstorting leiden. Het fondsbestuur moet de sponsor daaraan houden. Een aparte nieuwe collectiviteitkring binnen het algemeen pensioenfonds kan in principe met voortzetting van het bestaande reservetekort gevormd worden, waardoor de bijstortverplichting van de sponsor niet hoeft te worden ingeroepen. Wel zal DNB het fondsbestuur erop aanspreken of dit (vanuit prudentieel oogpunt) nu de meest passende route is in het belang van de deelnemers. In het continuïteitsperspectief van dit collectief treedt immers geen wezenlijke verbetering op. Derhalve zal een sponsor niet gemakkelijk onder een bijstortingsverplichting uit kunnen komen door een overgang naar een algemeen pensioenfonds.

Het verslag van de plenaire behandeling Tweede Kamer (Handelingen 2014-2015, nr. 96, item 32)

[Opgenomen zijn de eerste en de tweede termijn van de staatssecretaris p. 27]

Staatssecretaris Klijnsma:

De heer Omtzigt vroeg ook waarom bij omvorming van een pensioenfonds artikel 84 van toepassing is. Een omvorming van een pensioenfonds tot een apf komt in haar kenmerken en effecten het meest overeen met een collectieve waardeoverdracht als gevolg van de liquidatie van een pensioenuitvoerder. Bij een omvorming zal de inhoud van een pensioenovereenkomst ongewijzigd overgaan naar het algemeen pensioenfonds. Het is voor de deelnemer dan niet mogelijk om achter te blijven bij de bestaande pensioenuitvoerder aangezien die wordt omgevormd. Deze kenmerken rechtvaardigen een toepassing van artikel 84 van de Pensioenwet.

(...)

De heer Omtzigt (CDA):

Ik kom nog even terug op dat laatste punt. Ik vroeg de staatssecretaris om iets uitgebreider in te gaan op de medezeggenschaps- en zeggenschapsrechten die er zijn op het moment dat er een voorstel wordt gedaan om van het ene naar het andere apf over te stappen. Wat betekent het voor de medezeggenschapsrechten van de deelnemers, actief, slapend en gepensioneerd, in de pensioenregeling dat er gekozen is voor het liquidatierecht en niet voor het gewone overgangsrecht?

Staatssecretaris Klijnsma:

Dat is een keuze. Er is natuurlijk sprake van een collectieve waardeoverdracht. De vraag die zich dan aandient, is: welk artikel uit de pensioenwetgeving geldt ten aanzien van collectieve waardeoverdracht? Dan ligt dit artikel gewoon het meest voor de hand.

De heer Omtzigt (CDA):

Dat is nog niet helemaal een antwoord op mijn vraag. Het gaat vooral om het overdragen van het ene apf aan het andere apf. Dan zijn beide routes te doen. Maar wat is het verschil voor de medezeggenschap? Hebben de deelnemers op het ene moment allerlei rechten en op het andere moment niet? Meestal vinden ze het belangrijk om te kijken wat de balance of power is. Kunt u daar iets meer over vertellen?

Staatssecretaris Klijnsma:

Zal ik daar in tweede termijn op terugkomen? Dan kan ik dat goed afpellen, zodat ik de beide routes voor u kan duiden.