Algemeen Pensioenfonds: Artikel 25. Eisen inzake inhoud uitvoeringsovereenkomst


Per wetsartikel worden de (voorgestelde) wijzigingen met een kleur getoond, waarbij de kleur afhankelijk is van het betreffende kamerstuk waaruit de wijziging voortvloeit:

Het Wetsvoorstel algemeen pensioenfonds (Kamerstuk 34 117, nr. 2);
De nota van wijziging (Kamerstuk 34 117, nr. 10);
De aangenomen amendementen.

Artikel 25. Eisen inzake inhoud uitvoeringsovereenkomst

1. In de uitvoeringsovereenkomst wordt in ieder geval een regeling opgenomen met betrekking tot de volgende onderwerpen:

a. de wijze waarop de verschuldigde premie wordt vastgesteld;
b. de wijze waarop en termijnen waarin de verschuldigde premie moet worden voldaan met inachtneming van artikel 26;
c. de informatie welke door de werkgever aan de pensioenuitvoerder wordt verstrekt;
d. de procedures welke gelden bij het niet nakomen van premiebetalingsverplichtingen door de werkgever;
e. de procedures welke gelden bij het opstellen en wijzigen van het pensioenreglement in verband met het sluiten en wijzigen van een pensioenovereenkomst;
f. de maatstaven voor en voorwaarden waaronder toeslagverlening plaatsvindt;
g. de uitgangspunten en procedures welke gelden ten aanzien van de besluitvorming over vermogenstekorten en vermogensoverschotten dan wel winstdeling;
h. de voorwaarden die gelden bij beëindiging van een met een verzekeraar of premiepensioeninstelling een verzekeraar, een premiepensioeninstelling of een algemeen pensioenfonds gesloten uitvoeringsovereenkomst. In deze regeling worden de belangen van zowel de verzekeraar of de premiepensioeninstelling de verzekeraar, de premiepensioeninstelling of het algemeen pensioenfonds als de werkgever vanuit actuarieel en bedrijfseconomisch oogpunt op evenwichtige wijze gewaarborgd door rekening te houden met:

1°. de overige voorwaarden in de uitvoeringsovereenkomst;
2°. de gehanteerde tarieven; en
3°. de winstdelingsvorm.
De regeling kan geen uitsluiting van collectieve waardeoverdracht inhouden; en

i.de criteria die de premiepensioeninstelling hanteert bij de keuze voor een verzekeraar voor de inkoop van een pensioenuitkering.;
j. de kosten die verband houden met de uitvoering van de pensioenregeling en die in mindering kunnen worden gebracht op een afgescheiden vermogen dat wordt aangehouden door een algemeen pensioenfonds;
k. de kosten die ten laste kunnen worden gebracht van de premie voor een afgescheiden vermogen dat wordt aangehouden door een algemeen pensioenfonds; en
l. de afspraken die met een algemeen pensioenfonds worden gemaakt over de kwaliteit van de dienstverlening.

 

2. In de uitvoeringsovereenkomst wordt, voor zover overeengekomen, een regeling opgenomen met betrekking tot de volgende onderwerpen:

a. een voorbehoud van de werkgever als bedoeld in artikel 12;
b. in geval van premiekorting of terugstorting: de voorwaarden waaronder sprake is van premiekorting of terugstorting, de wijze van vaststelling van de hoogte van de premiekorting of terugstorting en de bestemming ervan;
c. ingeval van een bijstortingsverplichting van de werkgever: onder welke voorwaarden sprake is van een bijstortingsverplichting en hoe de hoogte ervan wordt bepaald;
d. de mogelijkheid tot vrijwillige voortzetting van de pensioenregeling na beëindiging van het dienstverband;
e. de aansluitingscriteria op grond waarvan de vrijwillige aansluiting bij een bedrijfstakpensioenfonds heeft plaatsgevonden; of
f. de rechten en verplichtingen met betrekking tot vrijwillige pensioenregelingen.

3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel j en k en de afspraken, bedoeld in het eerste lid, onderdeel 1.

Parlementaire geschiedenis

Memorie van toelichting (Kamerstuk 34 117, nr. 3) - Algemeen deel

HOOFDSTUK 3. HOOFDLIJNEN VAN HET WETSVOORSTEL

3.4. Ringfencing (p. 12)

Kosten van het Algemeen pensioenfonds in verband met de uitvoering van pensioenregelingen kunnen slechts op pensioenvermogens worden verhaald voor zover de uitvoeringsovereenkomst hier expliciet in voorziet. Deze regeling zal tot gevolg hebben dat per collectiviteitkring afspraken over de (kwaliteit van) dienstverlening en de daaraan verbonden uitvoeringskosten moeten worden gemaakt. Het financieel toetsingskader (ftk) wordt per collectiviteitkring toegepast.

Eveneens moet in de uitvoeringsovereenkomst worden opgenomen op welke wijze en onder welke voorwaarden beëindiging van de uitvoeringsovereenkomst kan geschieden. Ook dienen in de uitvoeringsovereenkomst afspraken gemaakt te worden over toetreding tot of uittreding uit de beoogde collectiviteitkring. In de uitvoeringsovereenkomst worden tevens afspraken gemaakt over de toezichtkosten die ten laste worden gebracht van individuele collectiviteitkringen.

(...)

3.6. Uitvoeringskosten (p. 14-15)

In de uitvoeringsovereenkomst met een algemeen pensioenfonds moet neergelegd worden hoe de beëindiging van de uitvoeringsovereenkomst geschiedt. Deze eis geldt op dit moment uitsluitend voor verzekeraars en PPI’s. Deze eis is evenzeer relevant voor het algemeen pensioenfonds. Het is van belang dat voor werkgevers en werknemers op voorhand duidelijk is wat de consequenties zijn van een eventuele beëindiging van de uitvoeringsrelatie met het algemeen pensioenfonds. Bijvoorbeeld als ze er vanwege de geleverde kwaliteit van dienstverlening of de in rekening gebrachte uitvoeringskosten ervoor kiezen om de pensioenuitvoering over te brengen naar een andere uitvoerder. Dit is niet alleen in het belang van de klant die een ordentelijke overdracht naar een andere pensioenuitvoerder zoekt, maar is ook van belang voor de overblijvende klanten die continuïteit van de (kwaliteit van) dienstverlening verlangen.

Voor de bescherming van de rechten van deelnemers is ook van belang dat de wijze waarop de regeling voor het verhaal van de kosten op het pensioenvermogen, de premie of pensioenrechten en -aanspraken wordt gestandaardiseerd door bij algemene maatregel van bestuur eisen aan de inrichting van deze regeling te stellen. Hierdoor worden de deelnemers eveneens beschermd tegen aanspraken van derden in relatie tot de operationele risico’s van het algemeen pensioenfonds. De voorschriften hebben tot doel bijdragende ondernemingen en direct belanghebbenden een goed inzicht te bieden in de kosten die een algemeen pensioenfonds rekent in verband met de uitvoering van een pensioenregeling en het effect van die kosten op het rendement, het opgebouwde vermogen en de pensioenuitkering die daaruit voortkomt. Voor de vormgeving van eisen aan afspraken over uitvoeringskosten die in rekening kunnen worden gebracht zal aansluiting worden gezocht bij de eisen die gelden voor PPI’s, verzekeraars en de «Aanbevelingen uitvoeringskosten 2011» en «Nadere uitwerking kosten vermogensbeheer 2012» van de Pensioenfederatie.

Tegelijkertijd kan daarmee niet worden volstaan.

Ten eerste wordt de mogelijkheid geopend dat anderen dan sociale partners het benodigde werkkapitaal van een algemeen pensioenfonds zullen inbrengen. Tussen de verschaffers van het werkkapitaal en de afnemers van de diensten van een algemeen pensioenfonds worden expliciete afspraken gemaakt ten aanzien van uitvoeringskosten die in rekening kunnen worden gebracht. Ook kan in deze context niet worden volstaan met een aanmerkelijke kans dat partijen aan de zelfregulering zullen voldoen. Ten tweede zijn de aanbevelingen van de Pensioenfederatie niet toegesneden op pensioenuitvoerders die pensioenregelingen gescheiden uitvoeren. Voor pensioenfondsen die pensioenregelingen uitvoeren op basis van het uitgangspunt van één financieel geheel ligt een evenredige toedeling van de uitvoeringskosten voor de hand. Bij een gescheiden uitvoering van pensioenregelingen ligt toedeling van uitvoeringskosten op basis van typische karakteristieken die van invloed zijn op de dienstverlening in verband met een specifieke pensioenregeling meer in de rede. Werkgevers en werknemers die kiezen voor een strategie van beleggingen in waarden die vrij verhandelbaar zijn, zullen bijvoorbeeld niet snel bereid zijn om te delen in de kosten voor het beheer van alternatieve (gespecialiseerde en minder liquide) beleggingen in verband met beleggingen voor andere pensioenregelingen. Tot slot is van belang dat – ten behoeve van de bescherming van rechten van deelnemers – voor de gescheiden uitvoering van pensioenregelingen in een algemeen pensioenfonds een goederenrechtelijke scheiding van vermogens geldt die slechts kan worden doorbroken ten behoeve van het verhaal van expliciet in de uitvoeringsovereenkomst beschreven uitvoeringskosten op het beheerde pensioenvermogen. In het belang van werkgevers en werknemers wordt de wijze waarop de regeling voor het verhaal van deze uitvoeringskosten op het pensioenvermogen wordt vormgegeven, gestandaardiseerd door wettelijke eisen aan de inrichting van deze regeling te stellen.

Memorie van toelichting (Kamerstuk 34 117, nr. 3) - Artikelsgewijs deel

Artikel I, onderdeel C (p. 28-29)

Op grond van artikel 25 van de Pensioenwet moet in de uitvoeringsovereenkomst een regeling worden opgenomen met betrekking tot de voorwaarden die gelden bij beëindiging van een met een verzekeraar of premiepensioeninstelling gesloten uitvoeringsovereenkomst. Deze eis wordt ook gesteld bij de uitvoeringsovereenkomst met een algemeen pensioenfonds.

Verder wordt een onderdeel toegevoegd op grond waarvan in de uitvoeringsovereenkomst een regeling moet worden opgenomen met betrekking tot de kosten die verband houden met de uitvoering van de pensioenregeling en die bij een algemeen pensioenfonds in mindering kunnen worden gebracht op een afgescheiden vermogen. Voor het algemeen pensioenfonds geldt dat op grond van het voorschrift voor het aanhouden van afgescheiden vermogens en de rangregeling die geldt voor het verhaal van vorderingen op die vermogens zoals die wordt opgenomen in artikel 123 van de Pensioenwet naast de aanspraken en rechten van deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden alleen de kosten die zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst op het afgescheiden vermogen kunnen worden verhaald. Ook wordt een onderdeel toegevoegd op grond waarvan in de uitvoeringsovereenkomst met een algemeen pensioenfonds een regeling moet worden opgenomen voor de kosten die ten laste kunnen worden gebracht van de premie. Beide onderdelen samen betekenen dat bij het algemeen pensioenfonds een sluitende regeling met betrekking tot de kosten moet worden overeengekomen.

Tenslotte wordt een onderdeel opgenomen op grond waarvan in de uitvoeringsovereenkomst met een algemeen pensioenfonds een regeling moet worden opgenomen met betrekking tot de afspraken die worden gemaakt over de kwaliteit van de dienstverlening.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over deze afspraken en over de kosten bij het algemeen pensioenfonds.

Nota naar aanleiding van het verslag (Kamerstuk 34 117, nr. 9)

Hoofdstuk 3. Hoofdlijnen van het wetsvoorstel

(...)

3.2 Uitvoeringsmodel (p. 10)

De leden van de VVD-fractie vragen hoe de risico’s, behorend bij de bedrijfsvoering, worden verdeeld over de verschillende collectiviteitkringen. Deze leden vragen hoe er wordt omgegaan met risicodeling bij nieuwe toetreders en het voor de deelnemer duidelijk wordt welke kwaliteit en uitvoeringskosten gemoeid zijn met pensioenvermogens in een collectiviteitkring? Deze leden vragen of een werkgever die verschillende pensioenregelingen heeft deze in verschillende collectiviteitkringen moet onderbrengen of in dezelfde collectiviteitkring.

Een algemeen pensioenfonds moet beschikken over voldoende weerstandsvermogen (voorheen werkkapitaal) om de risico’s horende bij de bedrijfsvoering te kunnen opvangen. In de algemene maatregel van bestuur is geregeld welke omvang dit weerstandsvermogen moet hebben. De risico’s behorende bij de bedrijfsvoering worden gedekt door het weerstandvermogen. Deze risico’s rusten dus niet op de collectiviteitkringen. Wel worden er kosten gemaakt door het algemeen pensioenfonds in verband met de bedrijfsvoering voor de collectiviteitkringen. Deze kosten worden vooraf gespecificeerd in de uitvoeringsovereenkomst tussen de werkgever en het algemeen pensioenfonds.

De omvang van het weerstandsvermogen is gerelateerd aan de omvang van het beheerde pensioenvermogen met een minimum en een maximum. Een nieuwe toetreder kan derhalve betekenen dat het beheerd vermogen toeneemt (met name indien de nieuwe toetreder bestaande aanspraken meeneemt) en dat kan betekenen dat het weerstandsvermogen moet toenemen (tenzij het maximum is bereikt).

Met nieuwe toetreders wordt een uitvoeringsovereenkomst gesloten. In het wetsvoorstel is geregeld dat in een uitvoeringsovereenkomst met een algemeen pensioenfonds expliciet moet worden geregeld welke kosten die verband houden met de uitvoering van de pensioenregeling in mindering kunnen worden gebracht op het pensioenvermogen. Dit is met name van belang omdat een rangregeling wordt voorgeschreven op grond waarvan alleen deze kosten en pensioenaanspraken en pensioenrechten op dit vermogen in mindering kunnen worden gebracht. Ook moet in de uitvoeringsovereenkomst worden geregeld welke kosten ten laste kunnen worden gebracht op de premie en moeten afspraken worden gemaakt over de kwaliteit van de dienstverlening. Belanghebbenden krijgen hierdoor het gevraagde inzicht in kosten en kwaliteit van de dienstverlening. Op grond van de huidige wet krijgen deelnemers de uitvoeringsovereenkomst op verzoek toegestuurd. In het wetsvoorstel voor de Wet pensioencommunicatie wordt voorgesteld te regelen dat de pensioenuitvoerder de uitvoeringsovereenkomst op een (besloten) website voor de deelnemer beschikbaar stelt (Kamerstukken II 2013/14, 34 008)

(...)

3.4 Ringfencing (p. 14)

(...)

Vorderingen die ontstaan vanwege dienstverlening door het algemeen pensioenfonds ten behoeve van collectiviteitkringen zijn altijd vorderingen jegens de rechtspersoon algemeen pensioenfonds. Die vorderingen kunnen, indien zij verband houden met de uitvoering van pensioenregelingen in een collectiviteitkring en expliciet in de uitvoeringsovereenkomst(en) zijn aangeduid, (door het bestuur van het algemeen pensioenfonds) worden voldaan jegens de derde en intern ten laste worden gebracht van het afgescheiden vermogen van het betreffende collectiviteitkring.

(...)

Het lid van de 50PLUS-fractie vraagt of het bestuur van het algemeen pensioenfonds bij twijfel of onenigheid over de verdeling van beleggingsvoordelen en -nadelen aan de individuele collectiviteitkringen de beslissing neemt.

De schaalvoordelen zorgen ervoor dat het algemeen pensioenfonds efficiënt kan opereren. Het algemeen pensioenfonds sluit uitvoeringsovereenkomsten met werkgevers, waarin vermeld staat welke kosten en kwaliteit gemoeid zijn met de uitvoering van de pensioenregeling(en). Hierdoor zal ex ante duidelijkheid ontstaan over de toedeling van kosten en risico’s aan de verschillende collectiviteitkringen. Beleggingen dienen tot collectiviteitkringen herleidbaar te zijn zodat beleggingsvoordelen en -nadelen ook goed kunnen worden toegewezen.

Voor de volledigheid merkt de regering op dat het financieel toetsingskader per collectiviteitkring van toepassing is.

(...)

Nota naar aanleiding van het verslag (Kamerstuk 34 117, nr. 9) - Artikelsgewijs deel (p. 42-43)

Transparantie uitvoeringskosten: artikel 25, eerste lid, onderdelen j en k, van de Pensioenwet. Het Verbond van Verzekeraars is verder van mening dat de regels die in het ontwerpbesluit algemeen pensioenfonds worden gesteld met betrekking tot de uitvoeringskosten ook via een vergelijkbare bepaling in de wet zouden moeten gelden voor vrijwillige aansluitingen buiten de werkingssfeer van de verplichtstelling van een bedrijfstakpensioenfonds.

De regering wijst erop dat het hebben van een helder kostenoverzicht tot de kerntaak van elk pensioenfonds behoort. Een verschil tussen de situatie bij een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds en een algemeen pensioenfonds is echter dat er bij een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds sprake is van één financieel geheel en dat er bij het algemeen pensioenfonds sprake is van afgescheiden vermogens en een weerstandsvermogen. Deze verschillen maken het noodzakelijk voor een algemeen pensioenfonds expliciet nadere regels te stellen over de uitvoeringskosten. De regering heeft op dit moment geen reden om aan te nemen dat de huidige situatie bij verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen met vrijwillige aansluitingen noodzaakt tot het stellen van soortgelijke regels.

Beëindigingvoorwaarden: artikel 25, eerste lid, onderdeel h, van de Pensioenwet. Met betrekking tot de eis dat in de uitvoeringsovereenkomst van een werkgever met een algemeen pensioenfonds moet worden opgenomen hoe beëindiging van de uitvoeringsovereenkomst kan geschieden is het Verbond van Verzekeraars van mening dat deze bepaling ook van toepassing te laten worden op aansluitingen bij bedrijfstakpensioenfondsen die buiten de werkingssfeer van de verplichtstelling vallen.

De regering wijst ook in deze context op de voornoemde verschillen tussen verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen en een algemeen pensioenfonds. De regering heeft op dit moment geen reden om aan te nemen dat de huidige situatie bij verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen met vrijwillige aansluitingen noodzaakt tot het stellen van soortgelijke regels.

Het verslag van de plenaire behandeling Tweede Kamer (Handelingen 2014-2015, nr. 96, item 32)

[Opgenomen zijn de eerste en de tweede termijn van de staatssecretaris p. 26]

Staatssecretaris Klijnsma (p. 26-27):

Wat zijn de mogelijke nadelen van het apf? Het gaat er natuurlijk vooral om dat het apf gehanteerd wordt door fondsen die het opportuun vinden. Die kijken natuurlijk altijd naar alle voors en tegens. De heer Krol heeft ook een vraag gesteld over het exitbeleid van het apf. Wat zijn de risico's bij uittreding? In de uitvoeringsovereenkomst worden al praktische afspraken gemaakt voor een eventueel vertrek, zodat dit ook daadwerkelijk mogelijk is en ordentelijk kan verlopen. Met uittreding wordt ook rekening gehouden bij de beoordeling van de bedrijfsvoering en het weerstandsvermogen.

(...)

[Tweede termijn p. 37-38]

Staatssecretaris Klijnsma:

De heer Omtzigt vindt de exitvoorwaarden toch wel heel erg wezenlijk. Op grond van het wetsvoorstel moeten die exitvoorwaarden goed worden geregeld in de uitvoeringsovereenkomst. De heer Omtzigt stelde nog een vraag over weglekkosten rond "gedwongen winkelnering" — dat waren zijn woorden — en verzekeraars. Het is nu juist zaak dat in die uitvoeringsovereenkomsten de kosten goed worden geduid en dat precies wordt neergezet, waarop ze van toepassing zijn.

De heer Omtzigt (CDA):

In de ministeriële regeling die wij ontvingen staat inderdaad dat ze moeten worden uitgesplitst. Maar er stond niet bij wat er gebeurt als dat incorrect gebeurt, dan wel incorrecte bedragen bevatten, dan wel hoe die kosten precies moeten worden berekend. We hebben gezien dat een aantal verzekeraars in de Wabeke-norm zelf zegt dat de beleggingskosten daar niet in hoeven te zitten. Hoe zorgen we ervoor dat alle kosten daarin staan? En als er meer kosten in rekening worden gebracht, hoe zorgen we er dan voor dat de fondsbestuurders daarvoor aansprakelijk zijn? Want anders is het een soort adviespapier.

Staatssecretaris Klijnsma:

Als het gaat om de uitvoeringsovereenkomst is het natuurlijk ook zaak dat de belanghebbendenorganen daar minutieus naar kijken. Dat doen ze ook, weet ik vanuit de praktijk. Dit is een heel belangrijk onderdeel. Want je gaat juist richting een apf omdat je kosten wilt beheersen. Dat is een van de leitmotiven van het apf. De belanghebbenden- en verantwoordingsorganen zullen daar met argusogen naar kijken.

De heer Omtzigt (CDA):

In het ideale geval, met goede bestuurders, wordt er goed naar gekeken. Mijn vraag is wat er gebeurt als die overeenkomst niet wordt nagekomen. Ontstaat er dan een claim op de bestuurders omdat te veel in rekening is gebracht? Of wordt het, zoals wij in de financiële sector wel vaker hebben gezien, alsnog uit het pensioenfonds betaald als de kosten hoger zijn dan in de overeenkomst staat?

Staatssecretaris Klijnsma:

We hebben in de Kamer ook de governance behandeld. Ik ga er echt van uit dat de besturen van pensioenfondsen en alle andere organen die hierin een rol spelen, in kwaliteit verstevigd worden zo niet zijn. Ik ga ervan uit dat, als de uitvoeringsovereenkomsten op papier worden gezet, daarin de belanghebbenden worden meegenomen. De heer Omtzigt stelt een als-danvraag. Ik wil daar niet op vooruitlopen, want ik vind dat die uitvoeringsovereenkomsten dit in zich moeten dragen.

De heer Omtzigt (CDA):

De staatssecretaris spreekt over belanghebbenden, maar juist doordat zij ervoor kiest om artikel 84 te pakken, de liquidatieovereenkomst, kunnen die belanghebbenden niets blokkeren. Zij gaat ervan uit dat ze worden meegenomen, maar als je het snel ergens onderbrengt, gebeurt het gewoon. Dan is het klaar en kan niemand aan het eind meer klagen. Dat hebben wij in een aantal gevallen gezien bij rechtstreeks verzekerde regelingen waar je moeilijk wegkwam. Ik zie in dit wetsvoorstel geen schotten staan die ervoor zorgen dat er een bescherming is van de deelnemer als er iets te kwader trouw gebeurt.

Staatssecretaris Klijnsma:

Daar hebben we natuurlijk ook andere rechtsgangen voor. Ik ga ervan uit dat de uitvoeringsovereenkomsten stevig bejegend en met argusogen bekeken worden.