Algemeen Pensioenfonds - Artikel 115c. Taken belanghebbendenorgaan


Per wetsartikel worden de (voorgestelde) wijzigingen met een kleur getoond, waarbij de kleur afhankelijk is van het betreffende kamerstuk waaruit de wijziging voortvloeit:

Het Wetsvoorstel algemeen pensioenfonds (Kamerstuk 34 117, nr. 2);
De nota van wijziging (Kamerstuk 34 117, nr. 10);
De aangenomen amendementen.

Artikel 83. Bevoegdheid tot collectieve waardeoverdracht op verzoek werkgever

Per wetsartikel worden de (voorgestelde) wijzigingen met een kleur getoond, waarbij de kleur afhankelijk is van het betreffende kamerstuk waaruit de wijziging voortvloeit:

Het Wetsvoorstel algemeen pensioenfonds (Kamerstuk 34 117, nr. 2);
De nota van wijziging (Kamerstuk 34 117, nr. 10);
De aangenomen amendementen.

Artikel 115c. Taken belanghebbendenorgaan

1. Het belanghebbendenorgaan adviseert het pensioenfonds desgevraagd of uit eigen beweging over aangelegenheden die het pensioenfonds betreffen.

2. Het pensioenfonds stelt het belanghebbendenorgaan in ieder geval in de gelegenheid advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit van het pensioenfonds met betrekking tot:

a. het nemen van maatregelen van algemene strekking;
b. wijziging van de statuten en reglementen van het pensioenfonds;
c. vaststelling van het jaarverslag, de jaarrekening en de actuariële en bedrijfstechnische nota, bedoeld in artikel 145;
d. het sluiten, wijzigen of beëindigen van een uitvoeringsovereenkomst;
e. een overeenkomst van uitbesteding;
f. het beleid inzake beloningen;
g. de vorm en inrichting van het intern toezicht;
h. de profielschets voor leden van de raad van toezicht;
i. het vaststellen en wijzigen van een interne klachten- en geschillenprocedure; en
j. het vaststellen en wijzigen van het communicatie- en voorlichtingsbeleid.

3. Het advies van het belanghebbendenorgaan wordt op een zodanig tijdstip gevraagd dat het van wezenlijke invloed kan zijn op de in het tweede lid bedoelde besluiten.

4. Het belanghebbendenorgaan adviseert het bestuur naar aanleiding van de melding van disfunctioneren van het bestuur, bedoeld in artikel 104, vijfde lid.

5. Bij het vragen van advies wordt aan het belanghebbendenorgaan een overzicht verstrekt van de beweegredenen voor het besluit en van de gevolgen die het besluit naar verwachting voor de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden zal hebben.

6. Het bestuur van het pensioenfonds legt verantwoording af aan het belanghebbendenorgaan over het beleid en de wijze waarop het is uitgevoerd.

7. Het belanghebbendenorgaan heeft de bevoegdheid een oordeel te geven over het handelen van het bestuur aan de hand van het jaarverslag, de jaarrekening en andere informatie, waaronder de bevindingen van het intern toezicht, over het door het bestuur uitgevoerde beleid, evenals over beleidskeuzes voor de toekomst. Dit oordeel wordt, samen met de reactie van het bestuur daarop, bekend gemaakt en in het jaarverslag opgenomen.

8. Besluiten van het bestuur kunnen bij of krachtens de statuten worden onderworpen aan de goedkeuring van het belanghebbendenorgaan, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit. De statuten voorzien in een regeling voor geschillen over goedkeuring van besluiten door het belanghebbendenorgaan.

9. Het bestuur heeft in ieder geval goedkeuring nodig van het belanghebbendenorgaan voor elk voorgenomen besluit met betrekking tot:

a. gehele of gedeeltelijke overdracht van de verplichtingen van het pensioenfonds of de overname van verplichtingen door het pensioenfonds;
b. liquidatie, fusie of splitsing van het pensioenfonds;
c. het omzetten van het pensioenfonds in een andere rechtsvorm, bedoeld in artikel 18 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
d. samenvoeging van pensioenfondsen als bedoeld in de definitie van ondernemingspensioenfonds in artikel 1.wijziging van de collectiviteitkring, bedoeld in artikel 123;
e. het strategische beleggingsbeleid;
f. de premie, waaronder mede wordt begrepen de samenstelling van de feitelijke premie en de hoogte van de premiecomponenten;
g. het vaststellen en wijzigen van het toeslagbeleid;
h. vaststelling van een herstelplan als bedoeld in artikel 138 of artikel 139;
i. het terugstorten van premie of geven van premiekorting, bedoeld in artikel 129; en
j. vermindering van de verworven pensioenaanspraken en pensioenrechten indien toepassing wordt gegeven aan artikel 134.

De goedkeuring wordt niet onthouden dan nadat het bestuur in de gelegenheid is gesteld het besluit te heroverwegen.

Het ontbreken van de goedkeuring van het belanghebbendenorgaan op een besluit als bedoeld in het achtste of negende lid tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van bestuur of bestuurders niet aan.

Parlementaire geschiedenis

Memorie van toelichting (Kamerstuk 34 117, nr. 3) – Artikelsgewijs deel

Artikel I, onderdeel O (p. 32)

In artikel 115c, negende lid, vervalt het goedkeuringsrecht van het belanghebbendenorgaan met betrekking tot het samenvoegen van pensioenfondsen in een multi-opf.

In plaats daarvan wordt geregeld dat het belanghebbendenorgaan een goedkeuringsrecht krijgt bij wijziging van de collectiviteitkring. Bij een algemeen pensioenfonds bepaalt de collectiviteitkring de omvang van het afgescheiden vermogen. Indien de collectiviteitkring wijzigt bijvoorbeeld doordat werkgevers toetreden of uittreden heeft dit gevolgen voor de bestaande collectiviteitkring. Het belanghebbendenorgaan dat is ingesteld voor dit afgescheiden vermogen krijgt daarom hierbij een goedkeuringsrecht.

Nota naar aanleiding van het verslag (Kamerstuk 34 117, nr. 9) – Artikelsgewijs deel (p. 43-44)

Wijziging collectiviteitkring: voorgesteld artikel 115c, lid 9, onderdeel d, van de Pensioenwet.

Het wetsvoorstel regelt dat het belanghebbendenorgaan een goedkeuringsrecht krijgt voor wijziging van de collectiviteitkring. Voor de definitie van collectiviteitkring verwijst de wet naar artikel 123. De toelichting bij artikel 115c en bij artikel 123 spreekt over «toetreden en uittreden van werkgevers». Volgens het Verbond van Verzekeraars lijkt logischerwijze alleen toetreden te worden bedoeld: aangaan van een uitvoeringsovereenkomst en/of inkomende collectieve waardeoverdracht. Een werkgever moet namelijk de mogelijkheid hebben om de uitvoeringsovereenkomst op te zeggen, zonder dat daar instemming van anderen voor nodig is. Elders in de memorie van toelichting (bladzijde 10, 3e alinea) wordt wel duidelijk

  • onderscheid gemaakt tussen «beëindigen van de uitvoeringsovereenkomst» en «uittreden», zonder dat dit nader wordt toegelicht. Een nadere verduidelijking op dit punt acht het Verbond van Verzekeraars gewenst.

Ook bij het uittreden van een werkgever uit een collectiviteitkring kunnen er nog beslissingen te nemen zijn. In het wetsvoorstel wordt geregeld dat in de uitvoeringsovereenkomst een regeling wordt opgenomen met betrekking tot de voorwaarden die gelden bij beëindiging van een met een algemeen pensioenfonds gesloten uitvoeringsovereenkomst. Dit is ook voorgeschreven voor een uitvoeringsovereenkomst met een verzekeraar of een premiepensioeninstelling. In een dergelijke regeling moeten de belangen van de werkgever en het algemeen pensioenfonds (de collectiviteitkring) vanuit actuarieel en bedrijfseconomisch oogpunt op evenwichtige wijze gewaarborgd worden. Bij uittreden van een werkgever zal bekeken moeten worden of daaraan voldaan wordt.

Nota van wijziging (Kamerstuk 34 117, nr. 10)

Onderdeel 1, onder 1, 5, 6, onder 1 (p. 4)

Een algemeen pensioenfonds kan ook (verplichtgestelde) beroepspensioenregelingen uitvoeren. Dit wordt nu verduidelijkt in de definitie van algemeen pensioenfonds.

Daarnaast wordt een definitie van collectiviteitkring opgenomen. Om die reden kan de verwijzing naar het begrip collectiviteitkring in artikel I, onderdeel O (artikel 115dc van de Pensioenwet) en de omschrijving in artikel I, onderdeel R (artikel 123 van de Pensioenwet) vervallen.

Parlementaire geschiedenis

Memorie van toelichting (Kamerstuk 34 117, nr. 3) – Algemeen deel

HOOFDSTUK 3. HOOFDLIJNEN VAN HET WETSVOORSTEL

(...)

3.2. Uitvoeringsmodel (p. 9)

(...)

Verder zullen voor het overbrengen van pensioenvermogens behorend bij al bestaande collectiviteitkringen waarvoor uitvoering wordt gezocht in het algemeen pensioenfonds de waarborgen gelden die volgen uit de bepalingen voor collectieve waardeoverdrachten.

(...)

HOOFDSTUK 8 TOEZICHTTOETSEN

(...)

8.4 Omzetting bestaand pensioenfonds naar een algemeen pensioenfonds en consolidatie (p. 27)

DNB ziet graag een wettelijke basis om een bestaand fonds, bij verkrijging van een vergunning van DNB voor het uitoefenen van het bedrijf van algemeen pensioenfonds, deze verandering uit te voeren, zonder aparte (externe) waardeoverdracht en zonder de oorspronkelijke instelling te hoeven liquideren. De regering wijst er op dat in het wetsvoorstel expliciet is geregeld dat indien een pensioenuitvoerder een algemeen pensioenfonds wordt er sprake is van collectieve waardeoverdracht. Dit ter bescherming van de belangen van de deelnemers.

Nota naar aanleiding van het verslag (Kamerstuk 34 117, nr. 9)

Hoofdstuk 3. Hoofdlijnen van het wetsvoorstel

3.1 Karakteristieken van het algemeen pensioenfonds (p. 8)

(...)

De leden van de VVD-fractie vragen of er op dit moment verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen zijn die aan de hand van de «kwetsbaarheidsindicatoren» van DNB over hun toekomstbestendigheid zouden moeten nadenken. Deze leden vragen welke opties verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen hebben als zij onvoldoende toekomstbestendig zouden zijn.

Er zijn op dit moment ook verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen die naar aanleiding van de kwetsbaarheidsindicatoren over hun toekomstbestendigheid nadenken. Indien zij tot de conclusie komen dat zij onvoldoende toekomstbestendig zijn, bestaat de mogelijkheid om samen te gaan met een ander verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds. Dit kan door middel van fusie of collectieve waardeoverdracht gevolgd door liquidatie gerealiseerd worden. In de praktijk komt dit erop neer dat het ene verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfonds afziet van haar verplichtstelling, terwijl het andere verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfonds de verplichtstelling uitbreidt. De evenwichtige belangenbehartiging speelt daarbij een belangrijke rol. Benadeling van een groep deelnemers (bijvoorbeeld door een niet overbrugd verschil in financiële positie tussen beide fondsen) is daarbij niet toegestaan.

(...)

3.9 Waardeoverdracht (p. 26-28)

De leden van de fracties van de VVD, D66, PVV en 50PLUS vragen om nader toe te lichten hoe het onderbrengen van een pensioenregeling van een pensioenfonds bij een algemeen pensioenfonds wordt gezien in het kader van collectieve waardeoverdracht en mogelijke bezwaarrechten.

In de artikelen 83 en 84 van de Pensioenwet is collectieve waardeoverdracht geregeld. Van collectieve waardeoverdracht op grond van artikel 83 van de Pensioenwet is sprake indien op verzoek van de werkgever overdracht plaatsvindt naar een andere pensioenuitvoerder of als de waarde voor andere pensioensoorten wordt aangewend bij dezelfde pensioenuitvoerder. Ook uitruil binnen een pensioenregeling en overdracht van de ene naar de andere pensioenregeling ondergebracht bij dezelfde pensioenuitvoerder valt onder het begrip waardeoverdracht. Collectieve waardeoverdracht op verzoek van de werkgever is mogelijk indien:

− de werkgever een uitvoeringsovereenkomst heeft gesloten met een andere pensioenuitvoerder;

− de werkgever wordt overgenomen;

− sprake is van een collectieve wijziging van de pensioenovereenkomst met alle of een deel van de werknemers.

Bij collectieve waardeoverdracht op grond van artikel 83 geldt een individuele bezwaarmogelijkheid voor de deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners of andere aanspraakgerechtigden. Indien een deelnemer bezwaar maakt tegen de collectieve waardeoverdracht, dan heeft dit tot gevolg dat zijn individuele aanspraken of rechten niet kunnen worden overgedragen. De collectieve waardeoverdracht op zich wordt niet geblokkeerd.

(...)

In het wetsvoorstel was in het overgangsrecht oorspronkelijk geregeld dat indien een andere pensioenuitvoerder een algemeen pensioenfonds wordt er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 83 van Pensioenwet. Bij omvorming van een pensioenfonds tot een algemeen pensioenfonds is echter sprake van een situatie waarbij de kenmerken van een liquidatie van een huidige pensioenuitvoerder dichter benaderd worden. Bij een omvorming zal de inhoud van de pensioenovereenkomst immers ongewijzigd overgaan naar het algemeen pensioenfonds en is het voor de deelnemer niet mogelijk om achter te blijven bij de bestaande pensioenuitvoerder omdat die wordt omgevormd. Deze kenmerken rechtvaardigen een toepassing van artikel 84 van de Pensioenwet. In de bijgevoegde nota van wijziging is dit opgenomen.

Een dergelijke omvorming van een pensioenuitvoerder in een algemeen pensioenfonds is slechts denkbaar indien er sprake is van een reeds bestaand pensioenfonds. Het ligt niet voor de hand dat bijvoorbeeld een verzekeraar zich besluit om te vormen tot een algemeen pensioenfonds, omdat het verzekeringsbedrijf een breder werkveld kent dan het terrein van uitsluitend (individuele en collectieve) levensverzekeringen en vermogensopbouw producten. Het is echter wel denkbaar dat een werkgever die zijn pensioenregeling nu heeft ondergebracht bij een PPI de overstap naar een algemeen pensioenfonds zou willen maken. Hoewel deze regeling in principe ongewijzigd kan worden overgezet naar het algemeen pensioenfonds, zal in die situatie artikel 83 van de Pensioenwet van toepassing zijn. Er is immers geen sprake van een liquidatie van de huidige pensioenuitvoerder en dus kan de deelnemer daar achterblijven. Hoewel vanuit het oogpunt van een gelijk speelveld artikel 84 van toepassing zou kunnen worden verklaard in dergelijke situaties, rechtvaardigen de voornoemde verschillen het laten voortbestaan van de huidige situatie waarbij artikel 84 enkel van toepassing is op situaties waarin (de facto) sprake is van omvorming van een pensioenuitvoerder.

De leden van de fracties van de PvdA, ChristenUnie en 50PLUS vragen welke voorwaarden en regels gelden voor het samenvoegen van collectiviteitkringen binnen een algemeen pensioenfonds. De leden van de fracties van ChristenUnie en 50PLUS vragen welke rol de DNB hierbij heeft en in het geval van waardeoverdracht binnen een collectiviteitkring.

Bij samenvoeging van twee collectiviteitkringen wijzigen beide kringen. Dit kan gevolgen hebben voor de opgebouwde aanspraken van deelnemers. Bij een algemeen pensioenfonds met een onafhankelijk bestuur heeft het belanghebbendenorgaan een goedkeuringsrecht bij een besluit tot wijziging van een collectiviteitkring. De pensioen- en aanspraakgerechtigden kunnen bezwaar maken tegen de samenvoeging van twee collectiviteitkringen indien sprake is van een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 83 van de Pensioenwet. Bij een interne waardeoverdracht van de ene collectiviteitkring naar de andere collectiviteitkring op verzoek van de werkgever binnen een algemeen pensioenfonds is daarvan sprake. Bij een beëindiging van de collectiviteitkring en dientengevolge overdracht naar een andere collectiviteitkring binnen een algemeen pensioenfonds zal sprake zijn van een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 84 van de Pensioenwet. In de bijgevoegde nota van wijziging wordt dit geregeld. DNB zal vooraf geïnformeerd moeten worden bij een voorgenomen waardeoverdracht en kan een verbod tot waardeoverdracht opleggen. Binnen een collectiviteitkring kan alleen sprake zijn van een waardeoverdracht indien de pensioenovereenkomst wijzigt.

De leden van de fracties van de VVD en PvdA vragen om een nadere duiding over het toetreden tot een collectiviteitkring van een algemeen pensioenfonds indien er sprake is van een dekkingstekort en de regels rondom collectieve waardeoverdracht.

De huidige richtlijn is dat bij een dekkingstekort bij één van de fondsen DNB in principe een verbod oplegt. Als een fonds met een dekkingstekort in een eigen collectiviteitkring tot een algemeen pensioenfonds toetreedt, kan van deze lijn worden afgeweken omdat de risico’s voor de deelnemers hierdoor (naar verwachting) niet veranderen. Als een fonds met een dekkingstekort in een bestaande collectiviteitkring komt, waar een (flink) hogere dekkingsgraad aanwezig is, zou een overdracht tot onmiddellijke kortingen moeten leiden voor de nieuwe toetreders. Immers, de vier randvoorwaarden van DNB [http://www.toezicht.dnb.nl/3/50-228854.jsp.] bepalen dat ook de «zittende» deelnemers geen nadeel mogen ondervinden. De vraag is dan of een fonds een dergelijke korting wel kan rechtvaardigen en onderbouwen bij de overdracht, of dat een dergelijke korting zou kunnen worden voorkomen door andere opties te inventariseren en bijvoorbeeld verplichtingen en waarden bij een verzekeraar onder te brengen.

Bij samenvoeging van twee collectiviteitkringen wijzigen beide kringen. Dit kan gevolgen hebben voor de opgebouwde aanspraken van deelnemers. Bij een algemeen pensioenfonds met een onafhankelijk bestuur heeft het belanghebbendenorgaan een goedkeuringsrecht bij een besluit tot wijziging van een collectiviteitkring. De pensioen- en aanspraakgerechtigden kunnen bezwaar maken tegen de samenvoeging van twee collectiviteitkringen indien sprake is van een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 83 van de Pensioenwet. Bij een interne waardeoverdracht van de ene collectiviteitkring naar de andere collectiviteitkring binnen een algemeen pensioenfonds op verzoek van de werkgever is daarvan sprake.

De leden van de PVV-fractie vragen hoe het toezicht in z’n werk gaat, op de verschillende regelingen binnen een algemeen pensioenfonds, bijvoorbeeld op het punt van evenwichtige belangenbehartiging. Deze leden vragen eveneens hoe het fondsbestuur in haar toezicht op meerdere regelingen binnen een algemeen pensioenfonds goed het overzicht over de meerdere regelingen houden.

Omdat in een algemeen pensioenfonds meerdere pensioenregelingen worden uitgevoerd zal in het bestuur een onderscheid moeten worden gemaakt tussen het toezicht op het handelen van het bestuur in verband met de bedrijfsvoering van het algemeen pensioenfonds (het niveau van de instelling) enerzijds en zeggenschap over beslissingen van het bestuur die de verschillende pensioenvermogens betreffen (het niveau van de collectiviteitkring) anderzijds.

Voor het bestuur van elk pensioenfonds, en dus ook voor het bestuur van het algemeen pensioenfonds, geldt de eis van evenwichtige belangenbehartiging. Daarnaast dient de interne governance structuur adequaat te worden ingericht en navenant te functioneren. DNB zal hierop toezien. Een extra waarborg daartoe biedt de (mede)zeggenschap van belanghebbenden van de verschillende collectiviteitkringen. Juist de contacten met de belanghebbendenorganen of verantwoordingsorganen bieden het bestuur van het algemeen pensioenfonds waardevolle informatie en inzicht in de collectiviteitkringen.

Nota van wijziging (Kamerstuk 34 117, nr. 10)

Onderdeel 3, onderdeel Db en Dc en 9, onder 1, vierde en vijfde lid (p. 6)

Voorgesteld wordt te regelen dat bij overdracht tussen collectiviteitkringen in een algemeen pensioenfonds en bij beëindiging van een collectiviteitkring in een algemeen pensioenfonds sprake is van collectieve waardeoverdracht in de zin van artikel 83 of artikel 84 Pensioenwet. Van een collectieve waardeoverdracht in de zin van artikel 83 is sprake indien op verzoek van de werkgever de waarde wordt overgedragen naar een andere collectiviteitkring binnen hetzelfde algemeen pensioenfonds. Bij externe collectieve waardeoverdracht naar een ander algemeen pensioenfonds of een andere pensioenuitvoerder is artikel 83 al van toepassing.

Ook wordt de grondslag om bij algemene maatregel van bestuur regels te kunnen stellen uitgebreid met de mogelijkheid om regels te stellen voor collectieve waardeoverdracht in de situatie dat bij een gesloten regeling de werkgever ontbreekt. Indien in de praktijk in die situatie behoefte zou blijken te bestaan aan collectieve waardeoverdracht zonder dat sprake is van beëindiging van de collectiviteitkring (dan is artikel 84 van toepassing) kunnen hiervoor regels worden gesteld.

Van een collectieve waardeoverdracht op grond van artikel 84 is sprake indien een collectiviteitkring wordt beëindigd en de waarde wordt overgedragen naar een andere pensioenuitvoerder of een andere collectiviteitkring binnen hetzelfde algemeen pensioenfonds.

(...)

Onderdeel 8 en 9, onder 2 (p. 7)

In het overgangsrecht is opgenomen dat bij omvorming van een pensioenuitvoerder tot een algemeen pensioenfonds sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 83 van de Pensioenwet, derhalve een collectieve waardeoverdracht op verzoek van de werkgever. Bij nader inzien is de situatie van omvorming echter meer te vergelijken met een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 84 van de Pensioenwet, derhalve waardeoverdracht na liquidatie van de pensioenuitvoerder met name omdat er in de situatie van omvorming geen «oude uitvoerder» achterblijft. Artikel 220a van de Pensioenwet en artikel 4a van de Wet verplichte beroepspensioenregeling worden in die zin aangepast.

Nota naar aanleiding van het nader verslag (Kamerstuk 34 117, nr. 13)

3.4 Waardeoverdracht (p. 7-8)

De regering geeft aan dat ar. 84 (ipv art. 83) van de Pensioenwet van toepassing is bij omvorming naar een algemeen pensioenfonds. Is er in deze situatie collectief bezwaarrecht mogelijk? En zo ja, hoe ziet dat eruit? Kan de regering ook de overige verschillen aangeven tussen waardeoverdracht als bedoeld in art. 83 of als in art. 84?

Artikel 83 van de Pensioenwet heeft betrekking op de bevoegdheid tot collectieve waardeoverdracht op verzoek van de werkgever. Artikel 84 van de Pensioenwet heeft betrekking op de verplichting tot collectieve waardeoverdracht bij liquidatie van een pensioenuitvoerder.

Een groot verschil tussen beide situaties is dat in de situatie als bedoeld in artikel 83 van de Pensioenwet moet zijn voldaan aan de voorwaarde dat de deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners of de pensioengerechtigden geen bezwaren jegens de pensioenuitvoerder kenbaar hebben gemaakt tegen de waardeoverdracht nadat zij over het voornemen schriftelijk zijn geïnformeerd.

In de situatie als bedoeld in artikel 84 geldt dit «individuele» bezwaarrecht niet. De collectieve waardeoverdracht op grond van artikel 84 van de Pensioenwet vindt plaats bij liquidatie van de overdragende pensioenuitvoerder. Het betreft een besluit van de pensioenuitvoerder. Het is voor de deelnemer niet mogelijk om achter te blijven bij de pensioenuitvoerder omdat die geliquideerd wordt.

Wanneer er een dekkingstekort is en een fonds naar een bestaande collectiviteitkring gaat, zou dit tot onmiddellijke korting moeten leiden. De leden van de VVD vragen of dit perverse prikkels kan opleveren bijvoorbeeld in de situatie zou moeten bijbetalen (bij een dekkingstekort), maar dit nu kan voorkomen door te besluiten naar een nieuwe (bestaande) collectiviteitkring over te gaan?

Uit bovenstaande meent de regering te mogen opmaken dat de VVD-leden stellen dat een sponsor een ter herstel van de financiële positie noodzakelijke bijstorting in het pensioenfonds zou kunnen voorkomen door te besluiten de opgebouwde pensioenrechten en -aanspraken middels collectieve waardeoverdracht onder te brengen in een bij een algemeen pensioenfonds nieuw te vormen collectiviteitkring en dat hiermee een perverse prikkel zou bestaan voor een dergelijke keuze.

Allereerst is het niet de sponsor die het besluit neemt over een collectieve waardeoverdracht maar het bestuur van het pensioenfonds waarin de opgebouwde pensioenrechten en -aanspraken zijn ondergebracht.

Daarnaast gelden voor collectieve waardeoverdrachten naar een algemeen pensioenfonds ten aanzien van de reeds opgebouwde pensioenrechten en -aanspraken geen andere regels dan voor een collectieve waardeoverdracht naar een ander type pensioenfonds. Zo moet bij een collectieve waardeoverdracht altijd aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid op basis van dezelfde grondslagen worden voldaan. Als het een collectieve waardeoverdracht betreft naar een bestaande collectiviteitkring die geen reservetekort heeft, dan moet het aansluitende fonds eerst zijn financiële positie op peil brengen. Dan kan de bestaande sponsorverplichting – mits sluitend in de uitvoeringsovereenkomst met het fondsbestuur vastgelegd – tot een extra bijstorting leiden. Het fondsbestuur moet de sponsor daaraan houden. Een aparte nieuwe collectiviteitkring binnen het algemeen pensioenfonds kan in principe met voortzetting van het bestaande reservetekort gevormd worden, waardoor de bijstortverplichting van de sponsor niet hoeft te worden ingeroepen. Wel zal DNB het fondsbestuur erop aanspreken of dit (vanuit prudentieel oogpunt) nu de meest passende route is in het belang van de deelnemers. In het continuïteitsperspectief van dit collectief treedt immers geen wezenlijke verbetering op. Derhalve zal een sponsor niet gemakkelijk onder een bijstortingsverplichting uit kunnen komen door een overgang naar een algemeen pensioenfonds.

(...)

4.1 Verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen (p.10)

(...)

Het onderhavige wetsvoorstel brengt geen verandering in de mogelijkheden voor pensioenfondsen om te fuseren. Evenmin voorziet het wetsvoorstel in regels die het kunnen blijven bestaan of de samenwerking van verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen beïnvloeden. Wel kan de introductie van het algemeen pensioenfonds effect hebben op verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen omdat het sociale partners een extra keuzemogelijkheid biedt voor onderbrenging van hun pensioenregeling. Bij een fusie tussen pensioenfondsen zullen de dekkingsgraden van de betreffende pensioenfondsen met elkaar vergeleken moeten worden. Indien er sprake is van een fusie van twee pensioenfondsen kan een (groot) verschil in dekkingsgraden een obstakel vormen voor een fusie aangezien er na de fusie sprake zal zijn van een financieel geheel. Dat kan er toe leiden dat binnen een pensioenfonds aanzienlijk verschillen bestaan tussen verschillende groepen (voormalige) deelnemers. De regering kan zich voorstellen dat dit voor sommige sociale partners een obstakel vormt.

Het verslag van de plenaire behandeling Tweede Kamer (Handelingen 2014-2015, nr. 96, item 32)

[Opgenomen zijn de eerste en de tweede termijn van de staatssecretaris p. 26, 28]

Staatssecretaris Klijnsma:

De heer Klein heeft nog een andere vraag gesteld. Hij heeft gezegd: deelnemers kunnen switchen, maar hoe gaat dat dan precies binnen die collectiviteitskringen? Dit gaat altijd over werkgevers; als iemand een nieuwe werkgever krijgt, dan valt hij natuurlijk ook onder een andere pensioenregeling. Als de pensioenregeling van de nieuwe werkgever onder dat apf valt maar in een andere collectiviteitskring zit, dan zijn er precies dezelfde punten van aandacht als wanneer iemand van fonds naar fonds gaat. Het punt van aandacht van de waardeoverdracht speelt ook dan een rol. Dat is op zich helemaal niet anders dan anders.

(...)

De heer Omtzigt (CDA) (p. 28):

Er staat nog een aantal vragen open, maar ik zal me tot twee vragen beperken. Ik zou graag later informatie willen hebben wat het voor deelnemers en Kamerleden betekent als een pensioenregeling naar België verhuist. Wat zijn dan de instemmingrechten? Mag je nog standaard waardeoverdracht plegen? Staat de Nederlandse of de Belgische overheid garant onder het arrest-Hogan c.s.? Worden mensen daar goed over voorgelicht? Het zou me een motie besparen als de staatssecretaris kan toezeggen dat ze dat in het najaar een keer bericht. Want er lijken nogal wat fondsen te willen verhuizen.

(...)

Staatssecretaris Klijnsma:

Daar ga ik even nog op puzzelen. De eerste vraag van de heer Omtzigt om in het najaar op het Hogan-arrest terug te komen, kan ik beantwoorden met "volgaarne".

De heer Omtzigt (CDA):

Dank voor deze toezegging en dat is dan inclusief alle subvragen die ik heb gesteld. Ik zie het in het najaar in de brief terug.