Algemeen Pensioenfonds - Artikel 115. Het verantwoordingsorgaan


Per wetsartikel worden de (voorgestelde) wijzigingen met een kleur getoond, waarbij de kleur afhankelijk is van het betreffende kamerstuk waaruit de wijziging voortvloeit:

Het Wetsvoorstel algemeen pensioenfonds (Kamerstuk 34 117, nr. 2);
De nota van wijziging (Kamerstuk 34 117, nr. 10);
De aangenomen amendementen.

Artikel 115. Het verantwoordingsorgaan

1. Een pensioenfonds ondernemingspensioenfonds of een bedrijfstakpensioenfonds met een paritair bestuur of een paritair gemengd dan wel omgekeerd gemengd bestuur stelt een verantwoordingsorgaan in. Een algemeen pensioenfonds met een paritair bestuur of een paritair gemengd dan wel omgekeerd gemengd bestuur stelt een verantwoordingsorgaan in voor elke collectiviteitkring.

2. In het verantwoordingsorgaan zijn de deelnemers en de pensioengerechtigden evenredig op basis van onderlinge getalsverhoudingen vertegenwoordigd. De leden van het verantwoordingsorgaan vormen een zo evenwichtig mogelijke afspiegeling van de betreffende geleding. Indien een ondernemingspensioenfonds pensioenregelingen uitvoert voor meerdere ondernemingen of groepen wordt elke onderneming of groep door ten minste een deelnemer en een pensioengerechtigde vertegenwoordigd in het verantwoordingsorgaan. Bij een algemeen pensioenfonds wordt het voorgaande beoordeeld aan de hand van de onderlinge getalsverhoudingen binnen de collectiviteitkring waarvoor het verantwoordingsorgaan is ingesteld. De leden van het verantwoordingsorgaan vormen een zo evenwichtig mogelijke afspiegeling van de betreffende geleding. De werkgever kan vertegenwoordigd zijn in het verantwoordingsorgaan, indien de werkgever of de deelnemers en pensioengerechtigden dit wensen.

3. Indien een verantwoordingsorgaan van een algemeen pensioenfonds bij een collectiviteitkring hoort die bestaat uit meer dan een onderneming of groep, bedrijfstak of beroepspensioenregeling als bedoeld in artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling dan wel een combinatie hiervan, wordt iedere onderneming of groep, bedrijfstak dan wel beroepspensioenregeling door ten minste een deelnemer en een pensioengerechtigde vertegenwoordigd in het verantwoordingsorgaan.

34. Op grond van door het bestuur van het pensioenfonds vast te stellen criteria kunnen naast de in het tweede lid bedoelde vertegenwoordigers ook één of meer vertegenwoordigers van gewezen deelnemers in het verantwoordingsorgaan zitting hebben.

45. In geval van verkiezing van leden van het verantwoordingsorgaan door deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden kunnen kandidaten worden voorgedragen door verenigingen en door individuele deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden.

56. Voor zover geen verkiezing door de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden plaatsvindt, maar de leden worden benoemd door verenigingen, zijn deze verenigingen evenredig aan hun ledenaantallen binnen hun geleding binnen het pensioenfonds vertegenwoordigd in het verantwoordingsorgaan. Bij een algemeen pensioenfonds wordt het voorgaande beoordeeld aan de hand van de ledenaantallen binnen de collectiviteitkring waarvoor het verantwoordingsorgaan is ingesteld.

67. Een vereniging als bedoeld in het vierde en vijfde lidvijfde en zesde lid bezit volledige rechtsbevoegdheid; haar statutair doel omvat mede het behartigen van de belangen van haar leden als belanghebbenden bij een pensioenfonds.

78. Het bestuur van het pensioenfonds gaat over tot verkiezing van de leden van het verantwoordingsorgaan die de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden vertegenwoordigen:

a. op eigen initiatief van het pensioenfonds; of
b. indien dit wordt verzocht door ten minste 1% van de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden of door ten minste 500 deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden.

Het pensioenfonds verleent medewerking aan ieder initiatief van deelnemers, gewezen deelnemers of pensioengerechtigden tot het organiseren van verkiezingen op grond van de vorige volzin, aanhef en onderdeel b. Bij een algemeen pensioenfonds wordt dit lid toegepast per verantwoordingsorgaan.

9. Een verantwoordingsorgaan van een algemeen pensioenfonds heeft uitsluitend de taken en bevoegdheden van het verantwoordingsorgaan voor zover ze betrekking hebben op de collectiviteitkring waarvoor het verantwoordingsorgaan is ingesteld. Het verantwoordingsorgaan stelt in overleg met het bestuur van het algemeen pensioenfonds een regeling vast ten aanzien van deze taken en bevoegdheden.

810. Het verantwoordingsorgaan heeft recht op overleg met het intern toezicht.

911. Het bestuur van het pensioenfonds en het verantwoordingsorgaan komen ten minste tweemaal per kalenderjaar in vergadering bijeen. Tijdens deze vergaderingen worden de aangelegenheden aan de orde gesteld waarover het bestuur van het pensioenfonds of het verantwoordingsorgaan overleg wenselijk acht.

1012. Het pensioenfonds verstrekt desgevraagd aan het verantwoordingsorgaan tijdig alle inlichtingen en gegevens, die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig heeft. De inlichtingen worden desgevraagd schriftelijk verstrekt.

Parlementaire geschiedenis

Memorie van toelichting (Kamerstuk 34 117, nr. 3) - Algemeen deel

HOOFDSTUK 2. WAAROM (NU) EEN ALGEMEEN PENSIOENFONDS?

(...)

2.5. Met de introductie van het algemeen pensioenfonds ontstaan nieuwe mogelijkheden voor pensioenuitvoering (p. 6)

(...)

Indien beslissingen van het bestuur van het algemeen pensioenfonds betrekking hebben op pensioenregelingen in een specifieke collectiviteitkring behouden belanghebbenden bij die collectiviteitkring, hun (mede)zeggenschap op die beslissingen.

HOOFDSTUK 3. HOOFDLIJNEN VAN HET WETSVOORSTEL

(...)

3.5. Inrichting (van het bestuur) van een algemeen pensioenfonds (p. 13)

(...)

Voor de samenstelling van het belanghebbendenorgaan gelden dezelfde regels als voor de samenstelling van het paritair bestuur. Dus als een algemeen pensioenfonds één belanghebbendenorgaan zou hebben dan zou ook dit snel (te) groot worden. Eén belanghebbendenorgaan zou ook betekenen dat de bevoegdheden van dit orgaan betrekking zouden hebben op alle collectiviteitkringen. De belanghebbenden van collectiviteitkring A zouden dan bijvoorbeeld een goedkeuringsrecht hebben over het toeslagenbeleid van collectiviteitkring B.

Dit is niet wenselijk. Daarom stelt een algemeen pensioenfonds voor iedere collectiviteitkring een afzonderlijk belanghebbendenorgaan in. De taken en bevoegdheden van een dergelijk orgaan worden toegepast ten aanzien van de eigen collectiviteitkring en niet ten aanzien van de andere collectiviteitkringen. Hetzelfde geldt voor het verantwoordingsorgaan bij een paritair bestuur.

Een algemeen pensioenfonds zal dus in voorkomende gevallen meerdere belanghebbendenorganen of verantwoordingsorganen hebben. Vanwege de bestuurbaarheid van een algemeen pensioenfonds zien de taken en bevoegdheden van deze organen niet op de bedrijfsvoering van het algemeen pensioenfonds (het niveau van de instelling).

(...)

HOOFDSTUK 8. TOEZICHTTOETSEN

(...)

8.2 Het verantwoordingsorgaan (p. 26)

DNB geeft in haar toezichttoets aan dat indien wordt gekozen voor een paritair bestuur een verantwoordingsorgaan ingesteld moet worden, doorgaans met uitsluitend adviesrechten. DNB vraagt of in geval van een algemeen pensioenfonds een verantwoordingsorgaan kan volstaan, omdat het volgens DNB in de rede ligt om de achterban van iedere ondergebrachte kring instemmingsrechten te geven over de wijze waarop met de door hen ingebrachte pensioengelden wordt omgegaan. De regering is van mening dat met het toekennen van instemmingsrechten aan het verantwoordingsorgaan sprake is van dubbele besluitvorming en vergroting van bestuurlijke drukte. Immers, de belangen van de achterban worden in het paritaire bestuursmodel rechtstreeks in het bestuur behartigd.

Memorie van toelichting (Kamerstuk 34 117, nr. 3) - Artikelsgewijs deel

Artikel I, onderdeel L (p. 30-31)

Artikel 115 van de Pensioenwet heeft betrekking op het verantwoordingsorgaan. In het eerste lid wordt geregeld dat een algemeen pensioenfonds met een paritair bestuur een verantwoordingsorgaan instelt voor elke collectiviteitkring. Indien een algemeen pensioenfonds bijvoorbeeld drie collectiviteitkringen heeft (drie afgescheiden vermogens) zijn er dus ook drie verantwoordingsorganen.

In het tweede lid, dat gaat over de samenstelling van het verantwoordingsorgaan, wordt geregeld dat de onderlinge verhouding tussen deelnemers en pensioengerechtigden wordt beoordeeld op het niveau van de collectiviteitkring waarvoor het verantwoordingsorgaan is ingesteld.

Het tweede lid wordt daarbij tevens aangepast aan het schrappen van het multi-opf (door het vervangen van de huidige derde zin). In het nieuwe derde lid wordt een vergelijkbare bepaling opgenomen voor het algemeen pensioenfonds die inhoudt dat in een verantwoordingsorgaan dat is ingesteld voor een collectiviteitkring waarin meerdere ondernemingen, bedrijfstakken dan wel beroepspensioenregelingen meedoen, elke onderneming of groep, bedrijfstak dan wel beroepspensioenregeling wordt vertegenwoordigd door ten minste een deelnemer en een pensioengerechtigde.

Aan het zesde lid (na vernummering) wordt een zin toegevoegd op grond waarvan de evenredige vertegenwoordiging van verenigingen in een verantwoordingsorgaan wordt beoordeeld aan de hand van de ledenaantallen binnen de collectiviteitkring waarvoor het verantwoordingsorgaan is ingesteld.

Ook in het achtste lid (na vernummering) wordt duidelijk gemaakt dat de regeling met betrekking tot de verkiezing van de leden van het verantwoordingsorgaan geldt per verantwoordingsorgaan.

Op grond van het negende lid heeft ieder van de verantwoordingsorganen van een algemeen pensioenfonds uitsluitend de taken en bevoegdheden van een verantwoordingsorgaan die (alleen) betrekking hebben op de collectiviteitkring c.q. het afgescheiden vermogen waarvoor het verantwoordingsorgaan is ingesteld. Zo zal bijvoorbeeld advies gevraagd worden over het wijzigen van de uitvoeringsovereenkomst die betrekking heeft op de collectiviteitkring (artikel 115a, derde lid, onderdeel h, van de Pensioenwet), maar niet over een algemeen onderwerp als de profielschets voor de leden van de raad van toezicht (artikel 115a, derde lid, onderdeel c, van de Pensioenwet).

Het verantwoordingsorgaan heeft verder de algemene rechten van een verantwoordingsorgaan zoals recht op overleg met het intern toezicht of het enquêterecht.

Het verantwoordingsorgaan stelt in overleg met het bestuur van het pensioenfonds een regeling vast met betrekking tot zijn taken en bevoegdheden. In die regeling kan bijvoorbeeld worden opgenomen hoe wordt beoordeeld of een bepaalde taak betrekking heeft op de collectiviteitkring waarvoor het verantwoordingsorgaan is ingesteld.

Nota naar aanleiding van het verslag (Kamerstuk 34 117, nr. 9)

Hoofdstuk 3. Hoofdlijnen van het wetsvoorstel

(...)

3.5 Inrichting (van het bestuur) van een algemeen pensioenfonds (p. 15-19)

(...)

Het uitgangspunt van de regering is dat in de pensioenuitvoering door pensioenfondsen de betrokken belanghebbenden een duidelijke rol moeten hebben in de (mede)zeggenschapsstructuur. Aangezien per collectiviteitkring sprake is van verschillende belanghebbenden is vereist dat per collectiviteitkring een belanghebbendenorgaan of verantwoordingsorgaan wordt ingesteld. Hoe meer collectiviteitkringen een algemeen pensioenfonds kent, des te meer belanghebbendenorganen er dus zullen zijn. Daardoor kan een natuurlijk maximum worden bereikt aan de omvang van een algemeen pensioenfonds, vanuit de optiek van bestuurbaarheid.

(...)

De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of nader kan worden ingaan op de verhouding tussen de verschillende belanghebbendenorganen of verantwoordingsorganen bij één algemeen pensioenfonds, bijvoorbeeld bij meningsverschillen. Deze leden willen tevens weten of de regering een explicietere afbakening kan geven van de taken en bevoegdheden van enerzijds het belanghebbendenorgaan of verantwoordingsorgaan en anderzijds het bestuur van het algemeen pensioenfonds. Deze leden vragen eveneens op welke wijze bij de bepaling dat de omvang van het verantwoordingsorgaan minimaal twee keer het aantal werkgevers moet omvatten rekening wordt gehouden met een algemeen pensioenfonds dat zich openstelt voor meerdere (kleine) werkgevers en of deze kwantitatieve eis dan niet tot een in de praktijk moeilijk werkbare situatie leidt.

Zowel de verantwoordingsorganen als de belanghebbendenorganen van een algemeen pensioenfonds hebben uitsluitend taken en bevoegdheden voor zover ze betrekking hebben op de «eigen» collectiviteitkring en hebben geen taken en bevoegdheden die de collectiviteitkring overstijgen zoals taken ten aanzien van de bedrijfsvoering van het algemeen pensioenfonds. Het verantwoordingsorgaan en het belanghebbendenorgaan stellen, in overleg met het bestuur van het algemeen pensioenfonds, een regeling vast ten aanzien van deze taken en bevoegdheden.

In het verantwoordingsorgaan zijn in beginsel de deelnemers en de pensioengerechtigden vertegenwoordigd. De werkgever is in het verantwoordingsorgaan alleen vertegenwoordigd indien de werkgever of de deelnemers en pensioengerechtigden dit willen. Er is geen kwantitatieve eis voor deze vertegenwoordiging van de werkgever. De vertegenwoordiging van de werkgever in het belanghebbendenorgaan is conform zijn vertegenwoordiging in het bestuur van een pensioenfonds. Ook daar is er geen kwantitatieve eis voor vertegenwoordiging van werkgevers. Wel is geregeld dat vertegenwoordigers van werknemers(verenigingen) en pensioengerechtigden tezamen ten minste evenveel zetels bezetten als vertegenwoordigers van werkgevers(verenigingen).

Het lid van de 50PLUS-fractie vraagt of de instelling van een verantwoordingsorgaan in een paritair bestuursmodel kan volstaan en hoe dan geborgd wordt, dat de achterban van de kringen daadwerkelijk invloed hebben op de wijze waarop met de door hen ingebrachte pensioengelden wordt omgegaan. Dit lid vraagt of het niet in de rede ligt, om alle belanghebbenden, deelnemers en gepensioneerden, instemmingsrechten te geven over de wijze waarop met de door hen ingebrachte pensioengelden wordt omgegaan. Dit lid vraagt de regering breed in te gaan op het vraagstuk van de vertegenwoordiging van de belangen van alle belanghebbenden, waaronder gepensioneerden in het algemeen pensioenfonds. Ook vraagt dit lid hoe toezicht, medezeggenschap en instemming van werkgevers, werknemers en gepensioneerden samenvattend is of wordt geborgd in het algemeen pensioenfonds?

Een van de uitgangspunten van pensioenfondsen is dat (mede)zeggenschap van belanghebbenden bij de pensioenregeling stevig verankerd is. In een algemeen pensioenfonds met een paritair bestuur worden de belanghebbenden op een zo evenwichtig mogelijke wijze vertegenwoordigd in het bestuur. Artikel 102 van de Pensioenwet stelt regels over de zetelverdeling en benoeming van pensioengerechtigden en werknemers in een paritair bestuur.

De regering is van mening dat met het toekennen van instemmingsrechten aan het verantwoordingsorgaan echter sprake is van dubbele zeggenschap en medezeggenschap. Immers, de belanghebbenden maken in het paritaire bestuursmodel onderdeel uit van het bestuur en via die weg is reeds voldaan aan het uitgangspunt dat belanghebbenden bij de pensioenregeling (mede)zeggenschap hebben.

(...)

3.9 Waardeoverdracht (p. 28)

(...)

De leden van de PVV-fractie vragen hoe het toezicht in z’n werk gaat, op de verschillende regelingen binnen een algemeen pensioenfonds, bijvoorbeeld op het punt van evenwichtige belangenbehartiging. Deze leden vragen eveneens hoe het fondsbestuur in haar toezicht op meerdere regelingen binnen een algemeen pensioenfonds goed het overzicht over de meerdere regelingen houden.

Omdat in een algemeen pensioenfonds meerdere pensioenregelingen worden uitgevoerd zal in het bestuur een onderscheid moeten worden gemaakt tussen het toezicht op het handelen van het bestuur in verband met de bedrijfsvoering van het algemeen pensioenfonds (het niveau van de instelling) enerzijds en zeggenschap over beslissingen van het bestuur die de verschillende pensioenvermogens betreffen (het niveau van de collectiviteitkring) anderzijds.

Voor het bestuur van elk pensioenfonds, en dus ook voor het bestuur van het algemeen pensioenfonds, geldt de eis van evenwichtige belangenbehartiging. Daarnaast dient de interne governance structuur adequaat te worden ingericht en navenant te functioneren. DNB zal hierop toezien. Een extra waarborg daartoe biedt de (mede)zeggenschap van belanghebbenden van de verschillende collectiviteitkringen. Juist de contacten met de belanghebbendenorganen of verantwoordingsorganen bieden het bestuur van het algemeen pensioenfonds waardevolle informatie en inzicht in de collectiviteitkringen.

Nota naar aanleiding van het verslag (Kamerstuk 34 117, nr. 9) - Artikelsgewijs deel

Artikel I, onderdeel L (p. 42)

De leden van de PvdA-fractie vragen of de regering kan bevestigen dat de laatste zin van artikel 115, tweede lid, gehandhaafd blijft, en dat de werkgever vertegenwoordigd kan zijn in het verantwoordingsorgaan, indien de werkgever of de deelnemers en pensioengerechtigden dit wensen.

De laatste zin van artikel 115, tweede lid, over de vertegenwoordiging van de werkgever in het verantwoordingsorgaan blijft inderdaad gehandhaafd.

Nota naar aanleiding van het nader verslag (Kamerstuk 34 117, nr. 13)

3.3 Inrichting van (het bestuur van) een algemeen pensioenfonds (p. 6)

De leden van de CDA-fractie willen graag een oordeel van de regering vernemen op de rol van de sociale partners in het bestuur van de APF en de manier waarop de APF past in de pensioendiscussie.

Het uitgangspunt van de regering is dat in de pensioenuitvoering door pensioenfondsen de betrokken belanghebbenden een duidelijke rol moeten hebben in de (mede)zeggenschapsstructuur. Aangezien per collectiviteitkring sprake is van verschillende belanghebbenden is vereist dat per collectiviteitkring een belanghebbendenorgaan of verantwoordingsorgaan wordt ingesteld.

Het verslag van de plenaire behandeling Tweede Kamer (Handelingen 2014-2015, nr. 96, item 32)

[Opgenomen zijn de eerste en de tweede termijn van de staatssecretaris p. 26-27]

Staatssecretaris Klijnsma:

De heer Klein heeft voorts een vraag gesteld over de communicatie tussen het belanghebbendenorgaan en het verantwoordingsorgaan in collectiviteitskringen zodat zij besturen kunnen aanspreken. De belanghebbendenorganen of de verantwoordingsorganen van een algemeen pensioenfonds hebben taken en bevoegdheden voor zover ze betrekking hebben op de collectiviteitskring waarvoor het orgaan is ingesteld. Voor het belanghebbendenorgaan zijn dat instemmings- en adviesrechten, dus allebei. Voor het verantwoordingsorgaan zijn dat alleen adviesrechten, omdat bij een paritair bestuur de belanghebbenden zijn vertegenwoordigd in het bestuur.

De heer Klein (Klein):

Dank voor dat antwoord. Het punt was ook even: kunnen de organen ook informatie van elkaar krijgen? Is dat openbaar, althans: het hoeft niet echt openbaar te zijn. Het ene orgaan van de ene collectiviteitskring moet wel informatie van de andere collectiviteit kunnen krijgen.

Staatssecretaris Klijnsma:

Dat is natuurlijk altijd aan de organen zelf; dat is een besluit van de organen zelf. Als zij elkander ruggensteun willen bieden, dan zou dat best kunnen, maar nogmaals: dat is aan de organen zelf.

(...)

De heer Omtzigt (CDA):

Ik kom nog even terug op dat laatste punt. Ik vroeg de staatssecretaris om iets uitgebreider in te gaan op de medezeggenschaps- en zeggenschapsrechten die er zijn op het moment dat er een voorstel wordt gedaan om van het ene naar het andere apf over te stappen. Wat betekent het voor de medezeggenschapsrechten van de deelnemers, actief, slapend en gepensioneerd, in de pensioenregeling dat er gekozen is voor het liquidatierecht en niet voor het gewone overgangsrecht?

Staatssecretaris Klijnsma:

Dat is een keuze. Er is natuurlijk sprake van een collectieve waardeoverdracht. De vraag die zich dan aandient, is: welk artikel uit de pensioenwetgeving geldt ten aanzien van collectieve waardeoverdracht? Dan ligt dit artikel gewoon het meest voor de hand.

De heer Omtzigt (CDA):

Dat is nog niet helemaal een antwoord op mijn vraag. Het gaat vooral om het overdragen van het ene apf aan het andere apf. Dan zijn beide routes te doen. Maar wat is het verschil voor de medezeggenschap? Hebben de deelnemers op het ene moment allerlei rechten en op het andere moment niet? Meestal vinden ze het belangrijk om te kijken wat de balance of power is. Kunt u daar iets meer over vertellen?

Staatssecretaris Klijnsma:

Zal ik daar in tweede termijn op terugkomen? Dan kan ik dat goed afpellen, zodat ik de beide routes voor u kan duiden.