Onteigenen in Vlaanderen: tussen droom en daad staat voortaan het Onteigeningsdecreet


20 Feb 2017

Op 15 februari 2017 werd het Vlaamse Onteigeningsdecreet goedgekeurd. Dat decreet consolideert niet alleen de bestaande wetgeving, maar omvat ook een aantal nieuwigheden die relevant zijn voor zowel het bestuur als de bestuurde.



Context

“Volle is den eigendom waer door iemand met de zake alles mag doen nae sijn geliefte ende t’sijnen bate dat by de wetten onverboden is”. Grotius formuleerde in 1767 al wat later het uitgangspunt van het Belgische eigendomsrecht zou worden.

De Belgische (grond)wetgever kende aan het begin van de 19de eeuw het eigendomsrecht een zeer ruime bescherming toe, derwijze dat aan het eigendomsrecht volgens sommige auteurs een “absolute” bescherming toekwam. Tegenover deze ruime bescherming van het eigendomsrecht staat de onteigening, het meest volmaakte instrumentarium voor de overheid om burgers éénzijdig van hun eigendom te beroven. Als pendant van de eigendomsbescherming, wordt het onteigeningsrecht in de Belgische rechtsorde (de wetgeving uit 1835, 1926 en 1962) dan ook gekenmerkt door een ruime bescherming van de burger en wantrouwen tegenover de overheid, althans in theorie. 

Met de zesde staatshervorming werd de bevoegdheid inzake onteigeningen overgedragen naar de gewesten. Het Vlaamse Gewest heeft van deze mogelijkheid meteen gebruik gemaakt om het onteigeningsrecht te hervormen en moderniseren. Op 15 februari 2017 werd het Vlaams Onteigeningsdecreet aangenomen. Het decreet overkoepelt de bestaande, maar diffuse en verouderde wetgeving uit 1835, 1926 en 1962. 

 

Principes

Anno 2017 is de opvatting over het eigendomsrecht, de rol van de overheid en de relatie burger-overheid enigszins gewijzigd, hetgeen haar beslag ook kent in het nieuw Onteigeningsdecreet. Het uitgangspunt van de nieuwe regelgeving is een eenvormige, snelle en efficiënte procedure om projecten van algemeen belang op kortere termijn te realiseren. Daartegenover staan enkele (bijkomende) garanties voor het individu, zoals een openbaar onderzoek en rechtszekerheid omtrent het principe van zelfrealisatie. Het Onteigeningsdecreet houdt daarmee rekening met “de juridische emancipatie van de burger als maatschappelijk gegeven”, dixit de decreetgever. Aan het Onteigeningsdecreet liggen de volgende principes ten grondslag:

1. De klassieke onteigeningsvoorwaarden blijven gelden:

  • de onteigening kan enkel ten algemenen nutte gebeuren; een onteigeningsdoel kan wel een privaat belang bevatten, maar moet in de eerste plaats het algemeen belang dienen;
  • de noodzakelijkheidsvoorwaarde zoals die werd ontwikkeld in de rechtspraak en de rechtsleer wordt verankerd. Onder het motto “qui peut le plus, peut le moins” wordt bijkomend voorzien in de mogelijkheid om andere zakelijke rechten dan het eigendomsrecht te onteigenen. Tevens krijgen eigenaars de mogelijkheid tot zelfrealisatie;
  • de onteigening kan enkel plaatsvinden tegen een billijke en voorafgaande schadeloosstelling;
  • wat de habilitatiegronden betreft, dienen de lokale besturen niet langer over een onteigeningsmachtiging te beschikken, waardoor zij dus een grote beoordelingsmarge krijgen.

2. De bestuurlijke en gerechtelijke fasen worden op elkaar afgestemd:

  • op de overheid rust een verplichting om met de eigenaars te onderhandelen met het oog op een minnelijke verwerving;
  • bestuurlijke fase: onteigeningsplan + projectnota + verplicht openbaar onderzoek + definitief besluit. Deze procedure kan worden geïntegreerd in andere planningsprocessen (bijvoorbeeld decreet complexe projecten);
  • gerechtelijke fase: één gerechtelijke procedure voor de vrederechter, waarbij eerst de wettigheid van de onteigening wordt beoordeeld (kortere termijnen), gevolgd door een definitieve onteigeningsvergoeding. De onteigeningsbesluiten kunnen ook rechtstreeks worden aangevochten bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Deze Raad neemt dus de bevoegdheden van de Raad van State inzake onteigeningen over, maar deze laatste blijft wel de cassatierechter. Aan de bevoegdheidsverdeling tussen de administratieve en burgerlijke rechter wordt niet getornd: zodra in een dossier de vrederechter wordt gevat, zal de Raad voor Vergunningsbetwistingen zich onbevoegd verklaren;

3. Andere modaliteiten worden hernomen/geëxpliciteerd:

  • de bestaande regeling voor wederoverdracht wordt gemoderniseerd;
  • er wordt voorzien in de mogelijkheid om de overheid te dwingen om een deel van het onroerend goed dat niet wordt onteigend, toch over te nemen;
  • de regelingen inzake de planologische neutraliteit en bodemsaneringswerken worden voor het overige hernomen.

 

Toekomst

De Vlaamse decreetgever heeft een verdienstelijke poging ondernomen om het onteigeningsrecht te moderniseren. Voor besturen en bestuurden is het nu echter zaak om vertrouwd te geraken met de nieuwigheden. Deze zullen naar de toekomst toe ongetwijfeld aanleiding geven tot discussie. Aan de rechtsleer en rechtspraak om een en ander uit te klaren.

Voor verdere informatie, contacteer ons gerust.

 

 

Alle rechten voorbehouden. De inhoud van deze publicatie werd zo nauwkeurig mogelijk samengesteld. Wij kunnen echter geen enkele garantie bieden over de nauwkeurigheid en volledigheid van de informatie die deze publicatie bevat. De in deze publicatie behandelde onderwerpen werden enkel en alleen voor informatieve doeleinden voorbereid en ter beschikking gesteld door Stibbe. Ze bevat geen juridisch of andersoortig professioneel advies en lezers mogen geen actie ondernemen op basis van de informatie in deze publicatie zonder voorafgaandelijk een raadsman te hebben geconsulteerd. Stibbe is niet aansprakelijk voor eventuele acties of beslissingen die door de lezer zijn genomen na lezen van de publicatie. Het raadplegen van deze publicatie doet geenszins een advocaat-cliënt-relatie tussen Stibbe en de lezer ontstaan. Deze publicatie dient enkel voor persoonlijk gebruik. Elk ander gebruik is verboden.