De werkerscoöperatie


17 Jan 2019

Het Nederlandse arbeidsrecht sluit slecht aan op platformisering. Van Slooten en Holscher onderscheiden in deze bijdrage drie kernproblemen.


Ten eerste het kwalificatieprobleem: platforms zijn doorgaans schuchter met het aanbieden van voorzieningen aan platformwerkers, omdat zij bang zijn dat de overeenkomst van opdracht wordt gekwalificeerd als arbeidsovereenkomst. Het tweede probleem is het ontbreken van de mogelijkheid om collectieve afspraken te maken met platformwerkers. Omdat platformwerkers vaak ondernemers zijn, is het maken van collectieve afspraken in strijd met het kartelverbod van artikel 6 Mededingingswet en artikel 101 VWEU. Tot slot hebben platformwerkers in beginsel geen recht op medezeggenschap, terwijl het zowel platform als platformwerkers zou baten indien platformwerkers kunnen meedenken over bepaalde beslissingen van de onderneming.

De auteurs denken dat een werkerscoöperatie een oplossing zou kunnen bieden voor deze problemen. In het model van de werkerscoöperatie verenigen de platformwerkers zich in één bedrijf. Tussen het platform en de werkerscoöperatie bestaat een overeenkomst van opdracht (bijvoorbeeld voor maaltijdbezorging). In deze overeenkomst worden alle voorwaarden neergelegd waartegen de opdracht wordt uitgevoerd. Ter uitvoering van deze opdracht zet de werkerscoöperatie haar leden – de platformwerkers – in, die eveneens op basis van een overeenkomst van opdracht voor het platform werken. Tussen het platform en de platformwerker bestaat ook een contractuele relatie, op grond waarvan de platformwerker gebruik mag maken van de digitale marktplaats.

Omdat de platformwerkers in de werkerscoöperatie gezamenlijk één bedrijf uitoefenen, is het kartelverbod niet van toepassing. Dat brengt mee dat de werkerscoöperatie voor haar leden gunstige afspraken kan maken met het platform, zonder daarmee in strijd met het mededingingsrecht te handelen. Verder kan het platform (een afvaardiging van) de werkerscoöperatie bepaalde – bijvoorbeeld met de WOR vergelijkbare – medezeggenschapsrechten verlenen. Tot slot menen Van Slooten en Holscher dat de werkerscoöperatie een belangrijke inkoopfunctie kan krijgen, bijvoorbeeld van verzekeringen of uitrustingen voor haar platformwerkers. Niet alleen heeft zij een schaalvoordeel, ook zullen platforms, gelet op het risico op kwalificatie van de relatie als arbeidsovereenkomst, eerder dit soort voorzieningen willen regelen wanneer deze worden verschaft via een tussenpartij.