De Codextrein verlaat het station van de Vlaamse regering


30 Mar 2017

Na het advies van de Raad van State te hebben ingewonnen, hechtte de Vlaamse regering op 24 maart 2017 haar definitieve goedkeuring aan het ontwerp van decreet houdende diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving, beter bekend als de Codextrein.

Nu volgt de behandeling door het Vlaams parlement. Wij staan alvast even stil bij de belangrijkste nieuwigheden die de Codextrein beoogt in te voeren.



Wijzigingen op planniveau

De Codextrein beoogt de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) o.m. als volgt te wijzigen:

  • het huidige systeem van beleidsplanning wordt gemoderniseerd: de Codextrein maakt komaf met de bestaande ruimtelijke structuurplannen. Deze worden vervangen door ruimtelijke beleidsplannen.

Vergelijkbaar met de huidige ruimtelijke structuurplannen, bestaat een ruimtelijk beleidsplan uit een strategische visie en een of meer beleidskaders die samen het kader aangeven voor de gewenste ontwikkeling. Het ruimtelijk beleidsplan zou niettemin moeten toelaten om in te spelen op verandering en onverwachte gebeurtenissen. Het zou aldus gaan om een dynamischere vorm van ruimtelijke planning dan de huidige structuurplannen. Verder staat ook het aspect van samenwerking tussen de verschillende bestuursniveaus centraal bij de ruimtelijke beleidsplanning.

  • de aanduiding van gebieden als watergevoelig openruimtegebied met het oog op de bescherming van de belangen van het watersysteem (de zgn. "signaalgebieden"). Signaalgebieden zijn gebieden waarvan de bestemming (nog) niet volledig werd gerealiseerd en waar een tegenstrijdigheid kan bestaan tussen de geldende bestemmingsvoorschriften en de belangen van het watersysteem. De Codextrein beoogt de belangen van het watersysteem voor deze gebieden te beschermen.
     
  • een regeling voor landschappelijk waardevol agrarisch gebied (LWAG): men kan moeilijk om de vaststelling heen dat de Raad van State en de Raad voor Vergunningsbetwistingen de overdruk LWAG doorgaans op een zeer strikte en beperkende manier interpreteren. Daarom verduidelijkt de Codextrein op welke wijze deze overdruk dient te worden geïnterpreteerd en toegepast. Opvallend is onder meer de verduidelijking dat het voorzien van maatregelen tot landschapsintegratie niet automatisch betekent dat een aanvraag de in het gebied aanwezige karakteristieke landschapselementen en landschapsopbouw in gevaar brengt.

Een en ander zou moeten leiden tot een verruiming van de huidige ontwikkelingsmogelijkheden in LWAG.

Wijzigingen op projectniveau

De Codextrein beoogt het Omgevingsvergunningsdecreet o.m. als volgt te wijzigen:

  • de beperking van de administratieve beroepsmogelijkheid: het betrokken publiek zal slechts een administratief beroep kunnen indienen tegen een vergunningsbeslissing in eerste administratieve aanleg (gewone vergunningsprocedure) voor zover het tijdens het openbaar onderzoek een standpunt, opmerking of bezwaar heeft ingediend. Een dergelijke procedurele trechter verplicht het betrokken publiek om zo vroeg mogelijk haar bezwaren en opmerkingen te doen gelden. Dit kan de besluitvorming en rechtszekerheid alleen maar ten goede komen.

Er gelden wel nog een beperkt aantal uitzonderingen op de beperking. Zo kan het zijn dat het beroep is ingegeven door een bijzondere milieuvoorwaarde, opgelegd in de bestreden vergunning. In die omstandigheden zal het wel mogelijk zijn om nog een administratief beroep in te dienen, zelfs indien men voordien zou hebben nagelaten een bezwaar in te dienen in het kader van het openbaar onderzoek. Waakzaamheid zal in de toekomst dan ook een "must" zijn.

  • ​een gloednieuw sanctiesysteem voor het laten verstrijken van beslissingstermijnen, dat bestaat uit, enerzijds , een éénmalige vergoeding in het geval nog administratief beroep mogelijk is (aanvraag bij de gemeente of de deputatie) en, anderzijds, een dwangsom voor die gevallen waar geen administratief beroep open staat (procedures in laatste aanleg, aanvragen op Vlaams niveau alsook meldingen).

Dit sanctiesysteem strekt ertoe de vergunningverlenende overheid te responsabiliseren om tijdig beslissingen te nemen. Daarbij is het bovendien aan de vergunningsaanvrager of beroepsindiener om de betaling van de dwangsom tijdig te vragen. Zoniet wordt ervan uitgegaan dat de vergunningsaanvrager of beroepsindiener afstand heeft gedaan van zijn aanvraag resp. beroep evenals van zijn recht op dwangsom. Enig stilzitten van de vergunningsaanvrager of beroepsindiener wordt derhalve ook afgestraft.

 

Het is afwachten of het Vlaams parlement deze wijzigingen behoudt. Sommige ervan wijzigen de bestaande regels ingrijpend.

Wij houden u op de hoogte van het verdere traject van de Codextrein.

 

 

Alle rechten voorbehouden. De inhoud van deze publicatie werd zo nauwkeurig mogelijk samengesteld. Wij kunnen echter geen enkele garantie bieden over de nauwkeurigheid en volledigheid van de informatie die deze publicatie bevat. De in deze publicatie behandelde onderwerpen werden enkel en alleen voor informatieve doeleinden voorbereid en ter beschikking gesteld door Stibbe. Ze bevat geen juridisch of andersoortig professioneel advies en lezers mogen geen actie ondernemen op basis van de informatie in deze publicatie zonder voorafgaandelijk een raadsman te hebben geconsulteerd. Stibbe is niet aansprakelijk voor eventuele acties of beslissingen die door de lezer zijn genomen na lezen van de publicatie. Het raadplegen van deze publicatie doet geenszins een advocaat-cliënt-relatie tussen Stibbe en de lezer ontstaan. Deze publicatie dient enkel voor persoonlijk gebruik. Elk ander gebruik is verboden.


Team